Ongewenste euro

Een referendum over de euro: het is mooi maar riskant. Mooi omdat het volk zijn mening mag geven over een belangrijk onderwerp. Riskant omdat de eenheidsmunt nog onbemind is en op een zondag in september zomaar voor jaren kan worden weggestemd. Dat is in Zweden gebeurd, waar gisteren de meerderheid van de bevolking zich uitsprak tegen de komst van de euro. Een opkomst van ruim 80 procent, 56 procent tegenstemmers en 42 procent voorstemmers zijn ondubbelzinnige cijfers. De moord op de populaire minister van Buitenlandse Zaken en euro-aanhangster Anna Lindh is nauwelijks van invloed geweest op het stemgedrag. De peilingen lieten voor haar dood al zien dat de Zweden de euro zouden afwijzen. Hoe kon het ook anders? Om te beginnen was de Zweedse regering intern verdeeld over de euro. Ze liet dat maar al te duidelijk blijken; van eenheid in opvattingen en beleid was geen sprake. Verder was met een recessie voor de deur het vertrouwde van de kroon voor velen aantrekkelijker dan het avontuur van de euro. Net als Nederland worstelt Zweden met de vraag of en hoe de peperdure verzorgingsstaat wel in stand kan worden gehouden. Zelfs de grootste optimist weet dat niet alles bij het oude zal blijven. Een nieuwe munt was onder dit gesternte een ongewenst experiment.

Als dit alles in Brussel gecompenseerd zou worden door helderheid en eensgezindheid op politiek en economisch gebied; als Europa overtuigend kon laten zien waarvoor het ook in slechtere tijden staat – ja, dan hadden de Zweedse tegenstemmers het moeilijker gehad. Maar van een verenigd, daadkrachtig Europa is dezer dagen geen sprake. Het jammerlijke gedoe met het Stabiliteitspact, dat allereerst bedoeld is om de euro tegen waardevermindering te beschermen, zal ook de Zweden niet zijn ontgaan. De politieke ruzies in de EU over Irak en de verdeelde houding van de lidstaten ten opzichte van Amerika zal eveneens weinig vertrouwen in Brussel hebben gewekt. Voor een (in inwoners) klein EU-land als Zweden is het toch al moeilijk zijn stem en invloed in het grote Europa te laten gelden. De fysieke afstand tot het hart van de Unie is groot: Stockholm ligt 1.300 kilometer van Brussel, de noordgrens 2.200. Daar maalt men niet om de euro.

Referenda over Europese onderwerpen dwingen nationale regeringen allereerst tot uitleg over nut en noodzaak van het onderwerp waarover de kiezer zich uitspreekt. Nederlanders mogen waarschijnlijk hun oordeel geven over de nieuwe Europese grondwet. Dat is mooi, maar een campagne over het lijvige en abstracte boekwerk dat de Europese Conventie nu heeft afgescheiden zal vaagheid en vrijblijvendheid moeten mijden. Met Zweden als voorbeeld kan Den Haag zich vast gaan warmlopen. Hoe brengen we de Europese constitutie aan de man en wat gebeurt er als het volk haar afwijst?

Dat Zweden de euro heeft weggestemd is jammer voor de eenheidsmunt, voor de EU en voor de Zweden zelf en hun invloed in Brussel en Frankfurt. Het is onloochenbaar dat Europa als economische unie succesvol is en dat haar welslagen het grootst is als iedere lidstaat zich tot de muntunie bekeert. In deze tijd van verdeeldheid en recessie was een positief signaal uit Stockholm welkom geweest, mede gelet op die andere euro-weifelaars: de Britten en de Denen. Nu blijft integratie slechts een hol woord.