Niet van de wijs te brengen, zelfs niet door moord

De Zweden hebben gisteren de euro afgewezen. Liever houden ze vast aan wat ze hebben. Een vingerwijzing voor Brussel.

Het werd de Zweden dit weekeinde niet makkelijk gemaakt `ja' te zeggen tegen de euro. Wie het nieuws een beetje volgde, hoorde verontrustende berichten uit Italië. De EU-ministers van Financiën spraken in Stresa aan het Lago Maggiore over het Stabiliteitspact, dat volgens veel Zweden die naam nauwelijks nog verdient.

Een veel gehoord woord in Stresa was `souplesse' in het hanteren van de begrotingsregels. Er werd gepleit voor `pragmatisme' en `een zekere flexibiliteit'. En Frankrijk, ach dat zou heus zijn best doen om in 2006, en wie weet zelfs al in 2005, te voldoen aan de eisen die het zelf heeft helpen opstellen om van de euro een stevige munt te maken.

Het is deze afkeer van wat gezien wordt als het ondemocratische en weinig doorzichtige `Brussel', die de Zweden huiverig maakt. Niet voor niets zei de Zweedse minister van Financiën Ringholm dat de Franse houding een rol heeft gespeeld in het referendum: ,,Frankrijks financiële problemen hebben onze keuzes in de campagne voor de euro gecompliceerd.''

Intussen weten de Zweden dat het met hun economie lang niet slecht gaat. Een groei van 1,5 procent is misschien niet geweldig, maar altijd nog een stuk beter dan de 0,5 procent die de eurolanden dit jaar gemiddeld zullen halen. En terwijl, op Finland na, alle eurolanden kampen met een fors begrotingstekort, heeft Zweden een overschot. De werkloosheid in de eurolanden varieert sterk, maar ligt voor de twaalf samen op 8,9, in Zweden op 5,4 procent.

Waarom, vroegen veel Zweden zich af, zouden we ons in een ongewis avontuur storten? We hebben het als neutraal land, dat ongeschonden uit twee wereldoorlogen kwam, in het verleden niet slecht gedaan. We weten wat we hebben, niet wat we krijgen.

Voorstanders van de euro, althans de politici, wezen erop dat het land zich marginaliseert als het de euro afwijst. `Nee' had in de ogen van Gunilla Carlsson, campagneleidster van de Conservatieven, veel grotere consequenties dan `ja'. Want de euro afwijzen betekende een breuk met het verleden. Zweden werd in Europa gezien als een land dat op termijn volwaardig zou meedoen, hield Carlsson de kiezers voor, na een `nee' zou het veranderen in een dwarsligger.

Zo werd de eurocampagne steeds emotioneler, met als dieptepunt de moord op minister van Buitenlandse Zaken en fervent euro-voorstander Anna Lindh, ook al is onduidelijk of die moord verband houdt met het referendum.

De Zweden lieten zich niet van de wijs brengen. Niet door de moord op Lindh, en ook niet door voorstanders die met steeds wanhopiger argumenten de kiezers probeerden over te halen.

`Ja' betekent helemaal niet dat we de euro ook meteen invoeren, zei premier Göran Persson in de laatste weken, geef ons nou maar toestemming voor invoering van de euro, dan wachten wij het geschikte moment wel af. `Nee' betekent dat wij ons hoofdkantoor maar beter naar een euroland kunnen verplaatsen, dreigde de Zweedse telecomgigant Eriksson.

Het waren allemaal argumenten die voor de meerderheid van de Zweedse bevolking nauwelijks ter zake deden. Invloed in Europa? Ach, Zweden is zo klein, alsof landen als Duitsland en Frankrijk ooit naar het land zouden luisteren. Hadden politici bovendien zelf niet laten weten dat een `nee' niet het einde van de wereld betekent. Premier Persson zelf zei vooraf dat een overwinning van de tegenstanders voor hem geen reden zou zijn om af te treden, en hij herhaalde dat gisteren nadat hij zijn nederlaag had toegegeven.

En problemen voor het Zweedse bedrijfsleven? De huidige economische situatie bewijst toch het tegendeel.

Nee, waar de Zweden zich echt zorgen over maken is de vrees dat het verre `Brussel' zich intensiever gaat bemoeien met nationale regelgeving. De verzorgingsstaat zou erdoor in gevaar kunnen komen. De overheid zou gedwongen kunnen worden tot een drastische sanering, waardoor veel banen (vaak van vrouwen) dreigen te verdwijnen. Er zou getornd kunnen worden aan kinderopvang en ouderschapsverlof. Beloftes dat dit niet gebeurt, overtuigden de Zweden niet. In 1994, toen de bevolking zich mochten uitspreken over toetreding tot de Europese Unie, zeiden veel politici ook dat de euro waarschijnlijk nog decennia op zich zou laten wachten, als die er al ooit zou komen.

De overwinning van de tegenstanders was veel groter dan verwacht. Het werd niet de nek-aan-nekrace die Zweden in 1994 met de hakken over de sloot Europa binnenloodste. En hoewel de toetreding van een kleine economie als de Zweedse voor de eurozone weinig betekenis heeft, zullen de Brusselse bestuurders zich, met aanstaande referenda over een Europese grondwet in het achterhoofd, toch moeten afvragen, wat ze fout doen. Waarom wilden de Denen – ook zo'n eigenwijs klein land – de euro niet? Waarom had Ierland, nog zo'n kleintje, twee referenda nodig voordat het het verdrag van Nice (over stroomlijnen van het EU-bestuur) accepteerde?

Zweedse politici hebben zich de afgelopen maanden schor gepraat om uit te leggen wat de voordelen zijn van een gemeenschappelijke munt. Het antwoord op het Zweedse `nee' van de Europese Commissie, bij monde van voorzitter Romano Prodi, namelijk dat politici Europa beter moeten uitleggen, klinkt wat dat betreft als een stoplap.