`Mijn muzikaal socialisme botst met de realiteit'

Na de Rotterdammers Eric Vloeimans en Arend Niks is dit jaar de Arnhemmer Martin Fondse de artistiek leider van Jazz International Rotterdam. Hij schreef daarvoor zelf `All in the Family', een `realitysoap in music.'

Martin Fondse was in een zeldzaam negatieve bui toen hij een paar maanden geleden de tv aanzette en middenin de realitysoap Adam's Family belandde. ,,Is niets dan meer heilig? Zelfs de naam van mijn favoriete jaren zestig show is gejat!'', brieste hij. Maar hoe lang kan je kwaad blijven op commerciële televisie? Dus besloot hij als antwoord `een realitysoap in music' te componeren. Later schreef hij er nog zes andere stukken rondom het thema `familie' en noemde het geheel All in the Family.

Wat natuurlijk niet mocht missen was een hommage aan Archie Bunker. Ook Festen, het familiedrama van de Deense Dogma-filmer Thomas Vinterberg, werd in noten gegoten. Flodder zorgt voor een luchtig intermezzo met een hoop lawaai. Fondses eigen familie kreeg een eigen hoofdstuk, net als oom Marko Fondse, de bekende dichter en vertaler die de componist pas vlak voor zijn dood voor het eerst ontmoette. En tenslotte is er ook nog Ebony and Ivory, een compositie voor de Ebony Band van Concertgebouworkest-hoboïst Werner Herbers en de platinablonde stemkunstenares Greetje Bijma. Fondse: ,,De titel kreeg ik er gratis bij van Paul McCartney.''

All in the Family is het slotakkoord van het festival Jazz International Rotterdam, dat tussen 26 en 28 september zijn derde editie beleeft in De Doelen te Rotterdam. Pianist en componist Martin Fondse (1967) is dit jaar verantwoordelijk voor de artistieke leiding. En daarmee is hij – na Eric Vloeimans en Arend Niks – de eerste niet-Rotterdammer die die eer wordt gegund. Maar de organisatie kon dan ook niet om de Arnhemmer heen. Fondse wordt algemeen erkend als een van de beste orkestrators en jazzcomponisten van zijn generatie.

Om de sfeer op te snuiven voor zijn nieuwste compositieopdracht verbleef Fondse tien dagen in de Maasstad. ,,Het was een soort biotooponderzoek voor mijn stuk'', zegt hij. ,,Wat mij aanspreekt in Rotterdam is dat nog niet alles in ingevuld. Er zijn nog gaten waar je in kan springen.''

Datzelfde zou gezegd kunnen worden over Fondse's eigen composities, die gekenmerkt worden door een hoge mate van losheid. ,,Ik wil niet zo'n componist zijn die alles bepaalt, die de muzikanten vertelt dat het zus en zo gespeeld moet worden en anders niet. Zeker als je werkt met jazzmuzikanten dan moet je ze de ruimte geven hun eigen ding te doen. Eigenlijk ben ik een muzikaal socialist. Iedereen moet wat in het stuk kunnen zeggen. Helaas kom ik er steeds vaker achter dat dat niet altijd kan. In de politiek kan je ook niet over ieder detail een referendum houden. En zo werkt ook mijn idealisme niet in iedere constellatie.''

Toch weet Fondse zich te handhaven in een bijna paradoxale situatie: hij vergroot zijn grip op de muziek door de compositie open te gooien. Vooral voor groepen waar hij vaker mee werkt zoals het Metropole Orkest kan hij steeds vaker een melodie suggeren zonder hem op te schrijven. Fondse: ,,Dan zet ik bijvoorbeeld in de partituur: tussen A en B een halve minuut `sensuele chaos' en dan weten de muzikanten wat ik ongeveer bedoel. Of ik zet een heel dun lijntje uit voor vijf instrumenten. Dan heb je wel de schakering maar niet zo muurvast. Toch ben ik bang dat ik steeds meer ga vastleggen en daar ben ik eerlijk gezegd niet zo blij mee.''

Een ander nadeel van het schrijven voor grote gezelschappen is dat de meeste stukken maar één keer worden gespeeld. ,,Er is een premièrecultuur ontstaan die niet goed is voor de muziek. Het kan leiden tot verschraling. Een stuk gaat pas leven na een keer of vijf spelen. Maar dat is moeilijk met grote gelegenheidsgezelschappen, zoals nu in Rotterdam. Wanneer krijg ik de Ebony Band, Greetje Bijma en al die anderen weer bij elkaar? Misschien kan ik beter korte stukken schrijven voor kleine ensembles. Dan heb ik meer kans dat mijn werk nog eens in het repertoire van iemand terechtkomt.''

Maar binnen kleine combo's zou Fondse niet zijn liefde voor harmonie kunnen uitleven zoals hij nu doet. Hij staat bekend om de manier waarop hij de instrumentale hierarchie van orkesten overhoop haalt. Daar waar een conventionelere componist bijvoorbeeld een schetterende trompet inzet voor een solo, schuift hij een bescheiden sopraansax naar voren.

Gevraagd om zichzelf te typeren, gebruikt Fondse het woord `kleurrijk'. ,,Mijn geluid is niet vol maar breed. Ik gebruik alle klanken die ik maar kan vinden, van gillende punkgitaren tot stille violen uit tere kamermuziek. En ik heb ook een voorkeur voor mild anarchistische akkoorden. Een majeur akkoord is bij mij nooit helemaal majeur, er zit altijd wel een vreemde noot tussen. Dat is mooi, zo'n rafelrandje.''

Op Jazz International Rotterdam is Fondse niet alleen als componist aanwezig. Hij treedt ook op met zijn band Groove Troopers, een groep die dance en bigband combineert en die hijzelf omschrijft als 'smart-jazz-vocal-trash-bigband'. Voor het eerst staat Fondse niet op het podium als dirigent of pianist maar als fluitist. ,,Ik begon met fluit toen ik een jaar of tien was en eigenlijk ben ik daar nooit mee gestopt. Ik heb het alleen altijd verborgen gehouden voor de wereld. In een door testosteron geteisterde branche als de jazz is het niet echt macho om met zo'n instrument aan te komen.''

Jazz International Rotterdam: 26-28/9 De Doelen Rotterdam. Inl: www.jazzinternational.nl; 010) 2171717.