Lauwe reactie op plannen kabinet

In het politiek debat staan de koopkrachtplaatjes weer centraal. Maar die zeggen weinig over de praktijk.

Morgen prinsjesdag, maar wanneer volgt actiedag? Hoewel de plannen van het kabinet Balkenende voor het komend jaar pas morgen met de indiening van de Rijksbegroting officieel bekendgemaakt worden, zijn er weinig verrassingen meer te verwachten.

De hoofdboodschap van het centrum-rechtse kabinet is al maanden duidelijk: iedereen zal moeten inleveren. De bezuinigingen die het kabinet in deze regeerperiode tot stand wil brengen overtreffen de recordoperatie van het `no nonsense' kabinet Lubbers uit het begin van de jaren tachtig. Stakend openbaar vervoer, straten vol met niet opgehaald huisvuil en het Binnenhof onder het schuim waren toen de zichtbare uitingen van maatschappelijk protest.

Wat valt er nu te verwachten? Bij het aantreden van het nieuwe kabinet, eind mei, vertoonden ministers nog een kom-maar-op-houding, met het Malieveld als lakmoesproef voor actiebereidheid. ,,Ik heb zin in het Malieveld. Ik trek wel een regenjas aan. En als ze beginnen met gooien, gooi ik terug'', aldus minister Remkes (Binnenlandse Zaken) die de komende jaren fors zal korten op de ambtenarensalarissen. Minister Zalm van Financiën eerstverantwoordelijke voor het bezuinigingsbeleid zal vanuit zijn aan het Malieveld grenzende ministerie ,,kijken en zwaaien'' naar de demonstranten, zei hij in juni.

Maar of het allemaal zover zal komen? Van massale acties tegen de kabinetsplannen valt tot nu toe weinig te vernemen. Binnen de grootste vakcentrale van het land, de 1,2 miljoen leden tellende FNV, is hoofdbestuurslid Agnes Jongerius inmiddels benoemd tot actiecoördinator, maar van acties die maar enigszins lijken op die van twintig jaar geleden is vooralsnog geen sprake.

Collectieve acties moeten het hebben van collectief leed. Maar juist op dit punt is er de afgelopen jaren veel veranderd. Het befaamde `koopkrachtplaatje' waarop groepen mensen vroeger konden worden gemobiliseerd, bestaat nauwelijks meer.

Want wat zeggen de koopkrachtplaatjes die morgen gepresenteerd worden nog over het feitelijke bedrag op het loonstrookje van januari 2004? Wat zegt een koopkrachtachteruitgang van, zeg, 1,5 procent voor `twee keer modaal met twee kinderen' nog over de werkelijke situatie op de bankrekening van een willekeurig echtpaar in, zeg, Nijmegen? Het antwoord is ontnuchterend: helemaal niks.

[Vervolg KOOPKRACHT: pagina 3]

KOOPKRACHT

Geen situatie lijkt meer op elkaar

[Vervolg van pagina 1

Waar tien jaar geleden een koopkrachtplaatje voor een bepaalde inkomenscategorie nog redelijk aansloot bij de feitelijke situatie van de meeste `inwoners' van die categorie, is dankzij de vergaande individualisering het huidige koopkrachtplaatje onbruikbaar geworden.

Persoonlijke afspraken tussen werkgever en werknemer over arbeidstijdverkorting, extra salaris op basis van een deal met de chef, specifieke situaties op basis van het al dan niet bezitten van een huis, een lease-auto, kinderen, beleggen, kinderopvang: geen Nederlander is meer gelijk. De eigen bijdrageregeling die het kabinet in de ziektekostenverzekering wil invoeren, zorgt voor een verdere individualisering van inkomenseffecten.

Niet voor niets kunnen kabinet en CPB het dan ook niet eens worden over de koopkrachteffecten per inkomenscategorie. Zoals bij de presentatie van het regeerakkoord al bleek, rekent het kabinet bepaalde lastenverzwaringen niet mee in de koopkrachtplaatjes, terwijl het CPB dat wel doet. Vooral de bezuinigingen op de zorg veroorzaakten volgens het CPB een forse `min', terwijl het kabinet daar een neutraal effect aan toekende. De verklaring is simpel: het CPB redeneert vanuit de burger de lasten op microniveau en stelt dat een bezuiniging op de zorg uiteindelijk tot hogere lasten voor de burger leidt omdat die zich bijvoorbeeld moet bijverzekeren.

Daar komt bij dat het CPB van bepaalde maatregelen helemaal niet weet hoe die uitpakken voor de verschillende inkomenscategorieën. Het afschaffen van de fiscale stimulering van vut en pre-pensioen bijvoorbeeld is niet te 'vatten' in Microtax, het inkomensprogramma waar het CPB mee rekent. Onbekend is of en hoe werknemers omgaan deze versobering: zelf extra gaan sparen, beleggen of niets doen. Toch zal er ook na morgen weer volop over de koopkrachtplaatjes worden gesproken. Omdat politiek Den Haag het beleid nu eenmaal ergens aan moet toetsen. Maar herkenbaar voor de mensen zijn ze steeds minder.