Duwen tegen de grijze, Groningse prop

In het hoger onderwijs ontbreekt het aan mobiliteit en krijgen jonge onderzoekers te weinig kansen, klonk het vorige week in M, het maandblad van NRC Handelsblad. Bij de afdeling geschiedenis in Groningen weten ze er alles van.

Historicus Michael Riemens (38) is een van de vele docenten met een tijdelijk baantje aan de letterenfaculteit in Groningen. ,,Ik kom vaak op bijeenkomsten in den lande met clubjes jonge onderzoekers'', vertelt hij. ,,Die fulmineren dat ze geen vaste plaats kunnen vinden, dat alle plekken vergeven zijn.''

Homme Wedman (57) is een van de medewerkers aan wie ,,de plekken ooit vergeven zijn.''. Hij studeerde aan de Rijksuniversiteit Groningen en werkt er sinds 1975 als wetenschappelijk docent. ,,Het is hier beleid om de bestaande formatie dicht te houden. Soms met krankzinnige constructies. Mensen ontslaan en ze dan later weer in dienst nemen.'' De wetenschappers die tijdelijk worden aangesteld op wie hij doelt zijn ,,capabele, hardwerkende mensen'', aldus Wedman. ,,Het is vrij dramatisch. Er is hier vergrijzing. Ik behoor zelf tot de oudsten van mijn generatie.''

Doorstroming is bij de afdeling geschiedenis van de Groningse universiteit allang geen onderwerp meer. Ze is er gewoon niet, en vele medewerkers – niet alleen de jonge buitengesloten – zijn er ongelukkig over. Net als bij veel andere faculteiten met alpha en gamma-studies elders in het land verstopt een oververtegenwoordiging van vijftigers en zestigers het apparaat. De Vereniging van Samenwerkende Universiteiten erkent het probleem en is onlangs een onderzoek begonnen.

Die bestaat voor een belangrijk deel uit vele wetenschappers die werden aangetrokken toen eind jaren zestig, begin jaren zeventig de studentenaantallen sterk stegen. Zij kregen vrijwel onmiddellijk een vaste baan. Aan het eind van de jaren zeventig begonnen de universiteiten te bezuinigen. Bij de letterenfaculteiten ging de deur op slot. ,,Een groot gedeelte van de huidige veertigers heeft de universiteit moeten verlaten'', aldus promovendus Rens Tacoma (35), die een tijdelijke baan heeft als docent. Slechts een klein gedeelte is er in geslaagd aan de universiteit te blijven, veelal door het ene tijdelijke baantje na het andere te aanvaarden, vertelt hij. De ,,oude generatie'' bleef zitten waar ze zit. Tacoma: ,,Je kunt het ze niet kwalijk nemen. Als je eenmaal een plekje hebt verworven, dan ga je daar ook niet zomaar weer weg. De ouderen zitten zelf ook in het systeem gevangen.''

Als er een beetje ruimte komt, breekt er een felle strijd uit om tienden van formatie, aldus Tacoma. ,,De mensen die al heel lang een tijdelijke functie hebben zijn dan als eerste aan de beurt. Zij hebben toch een beetje het recht daarop en ook de ervaring.''

Theoretisch zou het Amerikaanse systeem waar een veel groter deel van het wetenschappelijk personeel een tijdelijke aanstelling heeft, een grote aantrekkingskracht op de jonge onderzoekers in Nederland moeten uitoefenen. Dat geeft immers veel meer dynamiek en doorstroming, zoals enkele hoogleraren met ervaring in het Aneglsaksische systeem vorige week in M stelden. Toch wordt deze redenering in Groningen niet overgenomen, ook door jongeren niet. Ze kennen de onrust van het tijdelijke contract immers maar al te goed, zeggen ze. Een parttime docente die graag een grotere aanstelling zou willen maar niet met haar naam in de krant wil, zegt: ,,Je zou er over kunnen denken of je zoiets in Nederland wilt invoeren. Maar het is bikkelhard, hoor.'' Ze vindt het juist ,,arbeidsrechtelijk prettig geregeld'' in Nederland. De vele vaste dienstverbanden hebben ook voordelen: ,,Het is belangrijk dat je de rust hebt om je te ontwikkelen.'' Het is een oordeel dat door anderen wordt gedeeld. Rens Tacoma zegt: ,,Ik zie ook dat er voordelen zijn in het huidige systeem. Wetenschappers zijn gebaat bij rust.''

Ondertussen zit de overheid niet stil. Het kabinet gaf in 2001 12 miljoen en vanaf 2002 jaarlijks 32,2 miljoen euro uit om de doorstroom van talentvolle wetenschappers en het loopbaanperspectief van jonge onderzoekers te verbeteren. Ook NWO probeert talentvolle onderzoekers aan onderzoeksposities te helpen. Ieder jaar kunnen wetenschappers meedingen naar een van de subsidies van de zogheten Vernieuwingsimpuls. Voor pas gepromoveerden is er de Veni-subsidie. Dit jaar zijn vooralsnog tien Veni-subsidies beschikbaar in de geesteswetenschappen voor 64 gegadigden, aldus Anko Wiegel, centrale coördinator van de Vernieuwingsimpuls. De gelukkigen kunnen straks tweehonderdduizend euro besteden gedurende een tijdelijk postdoc aanstelling van 3 jaar, ondermeer aan hun eigen salaris.

Je kunt concluderen dat mensen een redelijke kans maken, zegt Wiegel. ,,Maar bedenk wel dat er veel hele goede en excellente voorstellen bij zijn. Er vallen dus helaas ook kwalitatief goede voorstellen af.''

WWW.NRC.NL: wordt Nederland dommer?