Confucius

Valt er een dezer dagen in Nederland nog een zinvol woord over voetbal? Nauwelijks. Nederland heeft weer zijn verstand verloren. De emoties gieren door het land, de opwinding is niet te temmen, de agressie neemt ziekelijke vormen aan. Het land verkeert zowat in een psychotische toestand omdat de voetballers en trainers van Oranje de hooggespannen verwachtingen niet hebben waargemaakt: het Nederlands elftal dreigt zich niet te plaatsen voor het Europees kampioenschap van volgend jaar. Het kan niet erger.

De toestand is alarmerend; niet van de voetballers en coaches, maar van degenen die hun welzijn afhankelijk maken van de prestaties van Oranje. Voetballers en coaches worden schuldig bevonden aan landverraad. Ze doen hun plicht niet, ze kunnen er niets van, ze zijn dom en zwart en dienen verbannen te worden naar verre oorden. Want wie niet aan de verlangens van het volk tegemoet komt, is een volksvijand.

Dezelfde voetballers die nu met smaad bejegend worden omdat ze van Tsjechië verloren, worden morgen weer in de armen gesloten wanneer ze Moldavië verpletteren. Opportunisme is het voetbalvolk niet vreemd. Wie goed is wordt geprezen, wie beter is aanbeden, wie het beste is wordt op een voetstuk geplaatst. Wie niet goed is, niet beter kan of zijn meerdere moet erkennen in een ander, wordt afgewezen – liefst vernietigd.

Je zult maar voetballer zijn, een die op basis van talent een contract krijgt van Ajax, Barcelona, Juventus of Manchester United, een die veel geld krijgt omdat hij zo goed is, die tientallen malen voor Oranje wordt geselecteerd. Je wordt toegejuicht, je bent een held volgens alle media. En dan ineens ben je niet meer goed. Dan heb je je zenuwen niet meer in bedwang, je kunt niet meer combineren zoals je gewoon bent, de bal rolt van de voet, je vergeet opdrachten en verliest je zelfbeheersing. De coaches en het volk verwachten meer van je dan je ooit hebt kunnen denken. En je kunt het niet waarmaken.

Dan krijg je kritiek, dat weet je. Dan word je van held mislukkeling, dat kun je verwachten. Dan wordt jou alles verweten wat een mens maar fout kan doen. Je wordt verweten een Brabander te zijn, Amsterdammer, een slechte mentaliteit te hebben, verwend te zijn of zwart. Daar heb je rekening mee te houden. Voordat je het weet worden vervelende zaken uit je jeugd of privé-leven opgediept, want die kunnen niet los staan van jou als voetballer.

Vraag het Edgar Davids, een Surinaamse jongen met een deprimerende jeugd die zich heeft opgewerkt tot een van 's werelds beste voetballers. Hij heeft ervoor gevochten, hij heeft het willen leren, maar hij zal niet gauw afleren wat hij in zijn jeugd heeft moeten doen om te overleven: vechten. Therapie heeft hem op z'n minst geholpen over zijn leven na te denken. Confucius heeft hij bestudeerd. Om te begrijpen wat het verschil is tussen recht en onrecht. Toch blijft hij op de zwarte lijst staan. Bij elke fout die hij maakt, wordt gerefereerd aan oude fouten. Hij begrijpt het niet en raakt in de war van het onbegrip. Helden raken in de war.

Zo vergaat het voetballers als Davids, aan wier jeugdzonden altijd zal worden gerefereerd. Zo vergaat het ieder mens die niet zonder zonden is. Eens een dief altijd een dief. Vooral wanneer vaderlief en moederlief – het volk en zijn media – teleurgesteld zijn, trekken ze alle registers open om hun kinderen te veroordelen.

Angst, antwoordde Davids op de vraag waarom iedereen in de aanloop naar het duel met Tsjechië zo kritisch was. `Het zal wel angst zijn, dat we ons niet plaatsen'. Je hoeft geen sympathisant van Davids te zijn om te begrijpen dat dit de enige zinnige woorden zijn die recent over Oranje zijn gebezigd. Hij en het volk leefden in angst, alsof de dood op de loer lag. En toch is het maar voetbal.