Afgedankt Orion-vliegtuig blijkt nog niet overbodig

De tien verkenningsvliegtuigen van de Koninklijke Marine worden wegbezuinigd. De Nederlandse mariniers in Irak zouden de Orions graag willen inzetten, maar dat past niet in de bezuinigingsstrategie van Defensie.

Het is een beroerde thuiskomst. Op 27 juni landen tien bemanningsleden, zes monteurs en twee operatieofficieren met hun P3-C Orion op vliegkamp Valkenburg. De mannen hebben vanuit het Golfstaatje Dubai verkenningsvluchten uitgevoerd voor operatie Enduring Freedom, de oorlog tegen het terrorisme. De Orion heeft gepatrouilleerd boven de wateren van de Golf en de bergen van Afghanistan. Eind juni, terwijl de mariniers zich opmaken voor hun missie in Irak, wordt het patrouillevliegtuig teruggehaald naar Nederland. Drie dagen later krijgen de mannen op Valkenburg het slechte nieuws te horen: de Groep Marine Patrouillevliegtuigen (Marpat), tien Orions in totaal, zal worden opgeheven.

De P3-C uit Dubai staat werkeloos aan de grond. De mariniers in Irak moeten het doen met Britse inlichtingen.

Defensie staat voor enorme bezuinigingen. En ook bij de Koninklijke Marine vallen harde klappen. Bezuinigen met de `kaasschaaf' is dit keer niet voldoende. Insiders bij de marine zeggen dat het kiezen was: of de onderzeedienst weg, of de groep Marine Patrouillevliegtuigen. Het wordt de Marpat. In de brief waarmee minister van Defensie Henk Kamp op 30 juni de bezuinigingen bekendmaakt, staat dat Nederland een overschot heeft aan ,,onderzeebootbestrijdingsmiddelen''. De Orions hebben geen nuttige taak meer, zo is de redenering.

Dat laatste is maar gedeeltelijk waar. De Orions werden aangeschaft om Russische onderzeeërs in de Atlantische Oceaan op te sporen. Maar net als zoveel wapensystemen is het vliegtuig meegeëvolueerd met de veranderende omstandigheden. Drie van de tien toestellen beschikken over gloednieuwe infrarood-apparatuur waarmee ze ook op land gedetailleerde waarnemingen kunnen doen. Als de oorlog in Irak begint, voeren de Amerikanen in Afghanistan operatie `Valiant Strike' uit. Een Orion brengt posities van Al-Qaedastrijders in kaart. Het toestel zoekt ook naar terroristen en wapendepots in de buurt van Kabul. De veranderde inzet van de Orion weerspiegelt zich in een nieuw kleurenschema: lichtgrijs, in plaats van het oude dark sea grey. Op Valkenburg vraagt men zich af of alle toestellen nog wel in die nieuwe kleur zullen worden overgespoten.

In juni is overste Dick Swijgman op verkenning in Zuid-Irak. Het Korps Mariniers moet een bijdrage leveren aan de stabilisatiemacht SFIR. Met het Britse commando in Basra is afgesproken dat Nederland het bevel krijgt over Al-Muthanna, een uitgestrekte provincie op de grens met Saoedi-Arabië. De Amerikanen hadden er 2.500 man gelegerd, maar Swijgman moet passen en meten: in een gebied dat anderhalf keer zo groot is als Nederland moet de overste het doen met 670 mariniers, plus ondersteunende eenheden. Toen de mariniers in 2000 naar Eritrea gingen, kreeg iedere marinier een gratis gsm. Nu is binnen de begroting blijven prioriteit nummer één. ,,De opdracht was: er is budget voor 1.200 man'', vertelt een hoge officier. ,,Minder mocht. Méér niet.''

De missie in Al-Muthanna is krap opgezet, zo zegt generaal b.d. Frank van Kappen al op 19 juni. Tijdens een hoorzitting in de Tweede Kamer spreekt de voormalig topmilitair bij de VN zijn zorg uit over het feit dat de Nederlandse troepensterkte nauwelijks voldoende is om de ,,directe operationele taken'' uit te voeren. De mariniers zullen zich moeten concentreren op de drie steden in het noorden. Tegelijkertijd zou het ,,absoluut onverantwoord'' zijn om het uitgestrekte woestijngebied in het zuiden ,,dan maar te negeren''. Volgens Van Kappen is het daarom het beste om de grens met Saoedi-Arabië in de gaten te houden vanuit de lucht. Alhoewel zowel de luchtmacht als de marine daar geschikte `middelen' voor hebben, voorziet de Nederlandse missie daar niet in. Van Kappen neemt daarom aan, zo zegt hij in de Kamer, ,,dat hierover goede afspraken zijn gemaakt met de Engelsen.''

Eind juli vertrekken de eerste mariniers naar Al-Muthanna. Al snel blijkt dat de omstandigheden in het missiegebied met vijftig graden in de schaduw zwaarder zijn dan verwacht. Ook de hoeveelheid werk valt tegen, merkt overste Swijgman. De commandant vindt het onverantwoord om zijn mannen op verlof te sturen: er kan geen marinier worden gemist.

Swijgman heeft nog een ander probleem. De door de Britten beloofde intelligence over het zuidelijke woestijngebied is mager. Daardoor weten de Nederlanders niet precies wat er langs de grens gebeurt. De ,,istar-assets'' – satellieten, onbemande verkenningsvliegtuigjes – zijn schaars, zegt Swijgman op 27 augustus tegen sous-chef operatiën commodore Pieter Cobelens van de Defensiestaf.

Luchtverkenningen door Nederlandse vliegtuigen zijn noodzakelijk, daar zijn de twee officieren het wel over eens. Cobelens stelt AH-64D `Apache' gevechtshelikopters voor. Maar Swijgman wil geen Apaches. Hoewel helikopters beschikken ,,meer dan uitstekende waarnemingsmiddelen'', zo e-mailt de commandant kort daarop naar het Defensie Crisis Beheersingscentrum (DCBC) in Den Haag, zullen de Apaches ,,slechts in beperkte mate kunnen voorzien in door mij gestelde inlichtingenbehoefte''. De vliegtijd van de heli's is te kort, en de data die de sensoren van de Apache verzamelen kunnen niet direct worden doorgeseind naar het hoofdkwartier. Los daarvan vindt Swijgman de ,,de [agressieve, red.] uitstraling van de AH-64D niet overeenkomen met de geweldsdreiging waarmee het detachement op dit moment geconfronteerd wordt''. Waar Swijgman behoefte aan heeft, zo schrijft hij, ,,is een middel waarmee op wisselende momenten van de dag/nacht voor een periode van 4-6 uur het grensverkeer en de routes waargenomen en vastgelegd kunnen worden.'' Alleen de Orion voldoet aan die eisen, maar dat schrijft Swijgman niet. Een commandant te velde definieert alleen zijn behoefte, zo zijn de regels. Den Haag kiest het `middel'.

De Orions liggen gevoelig. Chef-Defensiestaf Luuk Kroon heeft te kennen gegeven dat hij het `O-woord' niet meer wil horen. Op 23 oktober wordt de Defensiebegroting in de Tweede Kamer behandeld. Daarbij bestaat de kans dat bezuinigingen worden teruggedraaid. Het laatste wat Kroon kan gebruiken, zo zeggen ze bij de marine, zijn `onderzeebootbestrijdingsmiddelen' die hun nut bewijzen boven Irak. Als de Koninklijke Vereniging voor Marine-officieren (KVMO) zich in een persbericht afvraagt waarom de Orions niet worden ingezet, zegt Defensie dat er geen ,,behoeftestelling'' is gedaan. Dat laatste is formeel correct: een dergelijk document is nimmer door Kroon aan de minister voorgelegd. Minister Kamp stelde tijdens een algemeen overleg in de Kamer dat er ,,tot op heden geen verzoek'' is gedaan om Apaches of Orions. Toch blijkt uit de e-mail van Swijgman dat er wel behoefte is aan verkenning uit de lucht. Tijdens een werkbezoek heeft Cobelens ,,verschillende opties'' met Swijgman besproken, zo licht een woordvoerder van Defensie toe. ,,Dit heeft echter niet geleid tot een officieel verzoek aan het DCBC.''

Intussen daalt de temperatuur in Al-Muthanna. De Amerikanen vrezen dat kleine groepjes terroristen zullen proberen vanuit Saoedi-Arabië de grens met Irak over te steken. De laatste tijd zijn er steeds meer aanwijzingen dat internationale terroristen Irak uitkiezen als slagveld voor de `jihad' tegen de VS. Een woordvoerder van Defensie: ,,Als er verzoeken komen van de commandant die direct gekoppeld zijn aan de veiligheid van onze mensen, dan zal er direct actie worden ondernomen.''