Ze geloven dat de straten van goud zijn

De kansen voor Antilliaanse jongeren zijn heel gering, in Nederland. Toch blijven ze komen. ,,Het is niet dweilen met een open kraan, maar met een waterval.''

De warme familieband die Antillianen zouden hebben, zegt Alton, is zo warm niet. Hij lacht en er glinsteren vier gouden tanden. ,,Op bezoek in Curaçao zeggen ze: kom bij mij wonen in Nederland, je bent altijd welkom. Maar eenmaal hier, bij je tante, valt het tegen. Na drie weken vinden ze je lastig.'' Alton (23) trok de afgelopen drie jaar van tante naar tante naar neef. Tot twee maanden terug leidde hij een zwervend bestaan, schulden heeft hij nog steeds.

Elk jaar komen honderden Antilliaanse jongeren in Nederland wonen. Er zijn grofweg drie groepen: een kleine groep die het hoger onderwijs doorloopt, een kleine groep die op de Antillen al in het criminele milieu is beland en een grote groep die dat niet is, maar die geldt als `kwetsbaar'. Jongeren die, zoals Alton het uitdrukt, nog ,,een schoon strafblad hebben''. Maar die geen opleiding hebben afgemaakt, slecht Nederlands spreken, geen baan hebben en het belangrijkste: niet op een vast adres wonen. Ze trekken van familielid naar familielid totdat iedereen genoeg van ze heeft.

Deze week belegden de burgemeesters van de zogenoemde `Antillensteden', steden die veel problemen hebben met criminele Antillianen, een crisisvergadering. Na afloop trok burgemeester Opstelten van Rotterdam de aandacht door publiekelijk een nationaal toegangsverbod voor criminele Antillianen te bepleiten. Maar dat lijkt juridisch onhaalbaar, omdat Antillianen rijksgenoten zijn. Wat alle Antillensteden in elk geval willen, is een databank over criminele Antilianen, met hun antecedenten en hun verblijfplaats. Verder willen ze `best practice'-projecten uitwisselen om het afglijden van kansarme jongeren voortaan te voorkomen.

Burgemeester Staatsen van Den Helder was het stelligst. Hij spreekt van een ,,ongebreidelde'' instroom van probleemjongeren. Elke keer dat de gemeente in een aantal van hen heeft geïnvesteerd, komen er weer nieuwe lastpakken bij. Van de 2.000 Antilianen in zijn stad zijn er vijftig die het volgens hem ,,systematisch verdommen en die niet meer benaderbaar zijn voor de hulpverlening. Ze kiezen voor de criminaliteit. Die moet je kei- en keihard aanpakken, bijvoorbeeld door ze lang op te sluiten.''

Het probleem bestaat al jaren, al kwamen er de afgelopen drie jaar meer jongeren naar Nederland, door de recessie op de Antillen. Er zijn rapporten over geschreven, beleidsplannen aangepast en miljoenen euro's in welzijnsprojecten gestopt. Hadden de beleidsmakers maar aangeklopt bij Franklin Everts, een Antilliaanse hulpverlener in Amsterdam Zuidoost. ,,Weggegooid geld, keer op keer, zolang de kern van het probleem niet wordt aangepakt'', zegt hij. En ,,het is niet dweilen met een open kraan, maar met een waterval''. ,,Jongeren komen massaal naar Nederland voor een betere toekomst. Met goede bedoelingen. Maar alle deuren gaan voor hen dicht. Tante wijst je de deur omdat háár uitkering en huursubsidie gevaar lopen als jij er woont. En de instanties hebben drempels opgeworpen. Eén deur gaat wel makkelijk open: de criminaliteit. Om te overleven, ga je stelen of handelen in verdovende middelen.''

De kern van het probleem is zo eenvoudig aan te wijzen, verzuchten Everts en zijn (Antilliaanse) collega Esther Macharius: huisvesting. ,,Zonder vast adres heb je nergens recht op. Niet op een woning, niet op een uitkering, niet op kinderbijslag (voor tienermoeders, red.), niet op een sofi-nummer en dus ook niet op legaal werk. Bij aankomst in Nederland hebben deze jongeren geen vast adres. Ze logeren bij familieleden, die hen niet officieel wil inschrijven, omdat zíj dan in hun uitkering of huursubsidie worden gekort. Ze kunnen zich evenmin op de Antillen al inschrijven bij een woningbouwcorporatie hier. De wachtlijsten voor sociale huurwoningen zijn heel lang.''

Een vast woonadres is verplicht gesteld om fraude te voorkomen en om Nederland onaantrekkelijk te maken. Maar zo werkt het niet, zeggen Everts en Macharius. ,,De jongeren komen tóch, omdat ze geloven dat de straten hier van goud zijn. En die drempels om op legale wijze een inkomen te verwerven, veroorzaken dat sommigen dat op illegale wijze doen.'' Hun organisatie, Streetcorner, verstrekte vroeger postadressen aan thuisloze jongeren, zodat ze wél rechten hadden zonder vast adres. ,,Maar sinds drie jaar weigert de sociale dienst postadressen, omdat er te veel fraude was. Een stelletje met twee postadressen, en dus twee uitkeringen, bijvoorbeeld.''

Moet iedere Antilliaan echt van een uitkering leven? Macharius: ,,Uitsluitend als overbrugging. Ze moeten inburgeren, hun weg vinden. Dan heb je een legale inkomstenbron nodig. De meeste willen werken en studeren hoor.''

Alton, Ottie (20) en Danrick (18) dragen goud, stralen verveling uit en kijken je amper aan. Het zijn vriendelijke, verlegen jongens, nog zonder werk of afgeronde vmbo-opleiding. Alledrie hadden ze een vader die niet aanwezig was. Altons moeder overleed toen hij tien was. Vanaf dat moment moest hij, op Curaçao, werken om zijn kost en inwoning te betalen bij zijn tante. Op zijn twintigste vertrok hij naar Nederland, waar hij zwierf.

Danrick kwam op zijn vijftiende naar Nederland met zijn moeder. Ze woonden bij diverse tantes, maar na ruzie thuis belandde hij bij zijn broer in Rotterdam. Hij valt nu onder jeugdzorg Tilburg. Otti bouwde vóór zijn achttiende een strafblad op (dat nu schoon is) en woonde tot voor kort in een jeugdpension. Met veertien jongens een keuken en wc delen, gebonk op zijn slaapkamerdeur 's nachts onrust, kortom.

Zij zijn `gered' door Direkshon Tilburg, een nieuw project dat wél lijkt te werken, omdat de kern van het probleem, het ontbreken van een woonadres, wordt aangepakt. Het rijk besteedt 11 miljoen euro aan dit driejarige programma dat al in acht steden is ingevoerd. Op voorwaarde dat ze studeren, werken en zich dagelijks laten begeleiden, krijgen de Antilliaanse zwerfjongeren een studio om in te wonen. Ze mogen geen inwoners hebben familie noch vriendinnetjes. Als ze zich na een of twee jaar zelfstandig kunnen redden, laat Direkshon ze los, maar dan mogen ze in de studio blijven.

Coördinatrice Yadira Wall: ,,Deze jongens willen echt iets maken van hun leven. Zonder begeleiding, woonplek en inkomen kan dat niet. Die hebben ze nu.''