`Wij, het volk'

Hoera, we krijgen een referendum over de Europese grondwet. Ik heb meteen, als geïnteresseerd burger, het ontwerpverdrag over de Europese conventie erbij gepakt om te kijken of ik er mijn fiat aan kan geven. Ik hoopte op klaroengeschal, want met een nieuwe grondwet wordt gewoonlijk een nieuw tijdperk ingeluid. Ik verwachtte een aanhef in de trant van de teksten waarmee de Amerikaanse onafhankelijkheid, de Franse revolutie of de nederlaag van Hitler werden beklonken:

`Wij, het volk'

`Het devies van de Republiek luidt: vrijheid, gelijkheid, broederschap'

`De menselijke waardigheid is onaantastbaar'

Maar de Europese grondwet, waar gelukkig geen bloedige omwenteling aan te pas is gekomen, klinkt als de holle galm van de dominee, gevolgd door het exploot van de deurwaarder. De preambule begint zo:

,,In het besef dat Europa als werelddeel een bakermat van de beschaving is''; (dat heeft geen onderscheidende betekenis: China en Mesopotamië zijn ook bakermatten van de beschaving) ,,dat zijn inwoners, die zich hier sinds de dageraad van de mensheid golfsgewijs gevestigd hebben'', (Neaderthalers, Kelten, Romeinen, tot en met Turken, Marokkanen, Antillianen, het is in Europa altijd een ontzettend gezellig komen en gaan geweest) ,,geleidelijk de waarden hebben ontwikkeld die ten grondslag liggen aan het humanisme: gelijkheid van alle mensen, vrijheid en eerbied voor de rede'' (dat is mooi en als beginselverklaring van belang, maar als feitelijke constatering nogal eenzijdig); ,,geïnspireerd door de culturele, religieuze en humanistische tradities, die immer deel hebben uitgemaakt van zijn erfgoed, in de samenleving het beeld hebben verankerd van de centrale rol van de mens en zijn onschendbare en onvervreemdbare rechten'' (alsof: de golfsgewijs gearriveerde volken in de loop van de geschiedenis niet even ijverig de grondslag

hebben gelegd voor uitbuiting, genocide en obscurantisme).

Laat ik maar ophouden: geloof me, het zit wel goed. Het wemelt in de tekst van beschaving, vooruitgang, welvaart, gemeenschappelijke lotsbestemming, vrede, openheid, solidariteit met de kwetsbaren, volken verenigd in verscheidenheid. Alles wat de Europeaan heilig is staat erin, hoewel het jammer is dat ze het door Giscard d'Estaing en niet door een schrijver als Havel hebben laten formuleren. Alleen God ontbreekt, tot droefenis van Balkenende, maar de Fransen hechten nu eenmaal nogal aan de scheiding van kerk en staat.

Als wij, het volk, straks over Europa mogen stemmen, dan zeg ik ja, vóór vrede, recht, enz. Mijn enige vraag is: maakt dat iets uit? Het is nog niet eens zeker of de uitslag bindend zal zijn. Stel dat het electoraat slechts een vrijblijvend advies mag verstrekken. Dan werkt het averechts. Een niet-bindend referendum, uitgerekend over een nieuwe grondwet, is principieel verwerpelijk en in dit geval zelfs bijzonder omineus.

We hadden toch afgesproken dat regering en parlement namens het volk handelen? Nu weet ik ook wel dat deze afspraak in een gecompliceerde en heterogene samenleving in zekere zin een fictie of ten minste een simplificatie is, maar wie het volk louter een adviesfunctie toebedeelt, laat zelfs die fictie los. Men zegt dan tegen het volk: u mag een mening geven en vervolgens hoeven degenen die de zware verantwoordelijkheid van besluitvorming moeten torsen, zich daar niets van aan te trekken. Een raadplegend referendum komt neer op een symbolische handeling om definitief het idee van de volkssoevereiniteit af te schaffen.

Nu ligt dat in de lijn van de Europese gedachte zelf. Er bestaat immers geen Europees volk. Het begrip volkssoevereiniteit is gekoppeld aan de nationale staat. Waar ligt straks in Europa de soevereiniteit? Over die vraag zou de Europese grondwet nu juist uitsluitsel moeten bieden, maar dat is uit de aard van de Europese samenwerking zelf onmogelijk. Want al die verheven woorden uit de ronkende preambule over vrijheid en mensenrechten staan al gebeiteld in de afzonderlijke grondwetten en in internationale verdragen. De werkelijke inzet wordt gevormd door de, voor de burger nauwelijks te doorgronden, institutionele verhoudingen. Hoe te oordelen over het evenwicht tussen grote en kleine landen, over de bevoegdheid van de Europese raad, de macht van de Europese commissie, het Europees strafrecht? Moet je op al die onderdelen van sociaal beleid tot Europese arrestatiebevel vóór de conventie zijn als je bij een referendum `ja' zegt?

En als een meerderheid `nee' zou zeggen: krijgen we dan de gulden terug? Moeten we dan weer tol betalen aan de grens? Gaat de Europese samenwerking dan niet verder? Onzin, natuurlijk: de Europese grondwet is een, onvermijdelijk van compromissen aan elkaar hangend, procedureel document. Het is een noodzakelijk instrument om een omvattende regeling te treffen voor conflicterende nationale en bovennationale economische belangen en bureaucratieën. Ik wil wel stemmen voor de Europese grondwet, maar keur ik dan de wijze goed waarop de onderlinge machtsverhoudingen tussen allerlei elites zijn geregeld?

Wij, het volk, stemmen in met de plechtige belijdenis van eerbied voor vrijheid en burgerrechten. Tegelijk komen wij, het volk, er zelf niet meer uit. Horen de Antillianen ook bij ons? Moslims ook? Allemaal wij? En is de rechtsstaat — ons historische erfgoed, zegt Europa — een veilig bezit? Onderwerpt de overheid er zich zelf aan? Mij valt juist op hoe lichtvaardig sommige gezagsdragers, luisterend naar de stem des volks, ineens bereid zijn de hand te lichten met de Nederlandse grondwet en het Europese verdrag voor de rechten van de mens. Een voorbeeld, ontleend aan Trouw van woensdag, is de burgemeester van Den Helder, J. Staatsen. Hij heeft last heeft van vijftig criminele Antilliaanse jongens en wil dat dezen het land uit worden gezet. ,,Juridisch is dat niet mogelijk, maar de wet mag een aanpak van de problemen wat hem betreft niet in de weg staan.'' De burgemeester: ,,Ik moet de wet respecteren, maar laten we daar zo creatief en onorthodox mogelijk mee omgaan.'' Je moet er niet aan denken hoe de uitkomst zou zijn als wij, het volk, ons over de creatieve oplossingen van Staatsen per referendum mochten uitspreken. Dág rechtsstaat.

Maar wel in het besef uiteraard dat Den Helder een bakermat van de beschaving is, dat zijn inwoners die zich hier golfsgewijs gevestigd hebben, geleidelijk de waarden hebben ontwikkeld die ten grondslag liggen aan het humanisme: gelijkheid van alle mensen, vrijheid en eerbied voor de rede en er vast van overtuigd dat Den Helder, verenigd in zijn verscheidenheid, hun de beste kansen biedt en, onder eerbiediging van ieders rechten, van Den Helder bij uitstek een ruimte van de hoop der mensen maakt.