Wantrouwen beheerst Nederlands topzwemmen

Minder dan een jaar scheidt de Nederlandse zwemploeg van `Athene'. Maar de olympische route ligt bezaaid met obstakels.

Binnen de Nederlandse zwemploeg staat het functioneren van de technische staf ter discussie. Twee leden van de nationale selectie, Madelon Baans en Annabel Kosten, hebben in een brief hun beklag gedaan over de handelwijze van André Cats. Kern van het betoog: de bondscoach laat zijn oren te veel hangen naar de wensen van `de twee grote machtsblokken' in het Nederlandse zwemmen, de Stichting Topzwemmen Amsterdam (TZA) en de Philips-profploeg, en dat komt de prestaties niet ten goede.

In plaats van op te komen voor hun belangen, stond Cats het oogluikend toe dat de twee grote profploegen in de aanloop naar de WK in Barcelona de beste banen en trainingstijden opeisten. De leden van Topzwemmen West-Nederland (TWN) vielen tussen wal en schip tijdens het trainingskamp in Montpellier, van eendrachtige samenwerking was geen sprake, en dus deden Baans en Kosten, mede namens hun collega's, hun beklag nadat een gesprek met Cats op niets was uitgelopen. In Barcelona zelf opereerde de nationale ploeg zeven weken geleden als een stuurloos schip vol eenlingen, die slechts het eigenbelang voor ogen hadden. Kortom, een weinig inspirerende omgeving, zoals TZA-coach Fedor Hes op de slotdag constateerde.

Vorige week maandag klonk in Amsterdam, Dordrecht en Eindhoven het startschot van de campagne, die over elf maanden moet uitmonden in een glansrijk optreden in het olympisch bassin van Athene. Maar de route ligt bezaaid met obstakels. Deze week schoven alle partijen bij elkaar aan tafel in een poging de plooien glad te strijken.

Vraag is wie de vertrouwensbreuk repareert en of die te repareren is, want ook bij TZA hebben de verantwoordelijken weinig fiducie in Cats en het `toevalmodel', waar het Nederlandse topzwemmen maar geen afscheid van lijkt te kunnen (of te willen?) nemen. In het Sloterparkbad overweegt men nu zijn eigen plan te trekken, zoals trainer-coach Jacco Verhaeren dat in Eindhoven al jaren doet.

Achter de schermen is al met enige weemoed gesproken over Stefaan Obreno, de Belg die vorig jaar met zachte hand naar de uitgang werd gedirigeerd. Het is de ironie ten top: Obreno zat zeven maanden voor de succesvolle Spelen in Sydney (vijf keer goud) op de schopstoel, maar kreeg van de clubcoaches uiteindelijk het voordeel van de twijfel.

Woensdag belandde het TZA-evaluatierapport van de WK op het bondsbureau. Van de inhoud zal Cats niet vrolijk zijn geworden. Eén troost heeft de Fries: in Eindhoven wordt de latente onvrede niet gedeeld. Integendeel: Verhaeren vindt Cats' losse en ,,innovatieve aanpak juist een verademing''. Met die opvatting staat hij lijnrecht tegenover zijn geloofsgenoten uit Amsterdam.

Zwemmen is een individuele sport en tegelijkertijd ook weer niet: de in Athene kansrijke estafettes zijn een minutieus samenspel van minimaal vijf (inclusief seriezwemmers) individuen, die maar een paar keer per jaar gezamenlijk optrekken. Het is een permanent spanningsveld, tussen individuele enerzijds en collectieve belangen anderzijds, met de bondscoach als `bruggenbouwer'.

Maar ook die dient keuzes te maken. Cats stuurde in Barcelona Mitja Zastrow slechts voor de vorm het water in voor een time-trial. De geboren Duitser was minder snel dan gehoopt, maar nog altijd sneller dan de met zijn vorm tobbende Gijs Damen. Toch mocht die de dag erop starten in de series, met als gevolg voortijdige eliminatie voor het als `olympisch speerpunt' bestempelde gezelschap.

Het getuigde van weinig moed, visie én improvisatievermogen om vast te houden aan eerdere afspraken. Ook het argument van de trage naturalisatie klonk vals. Daarmee schaarde Cats zich in het kamp van de bondsbestuurders, die zich maar wat graag verscholen achter het excuus van ,,de trage ambtelijke molens''. Maar moest het werkelijk bijna anderhalf jaar duren voordat Zastrow het Nederlandse paspoort kreeg?

Verbazing wekte ook de keuze voor Johan Kenkhuis als startzwemmer. De betrokkenen verklaarden na afloop van het echec dat zulks nooit had mogen gebeuren. Kenkhuis is een waardevolle schakel in de 4x100-estafette, maar geen startzwemmer. Toch greep niemand tijdig in. Gevolg van gebrekkige communicatie? Het lijkt er veel op.

Grootste steen des aanstoots is de Stichting Topzwemmen Nederland (STN), het als slagvaardig bedoelde orgaan dat blijft steken in goede bedoelingen. Het technische beleid gaat nog wel, al zou de nadruk op talentontwikkeling moeten liggen. Maar in organisatorisch opzicht is STN een doodgeboren kindje, en dat is geen wonder na de uiterst moeizame totstandkoming van het orgaan, dat maar niet los weet te komen van de breedtesport-georiënteerde KNZB.

Het was een veeg teken dat twee weken geleden zowel STN-voorman Marcel van der Togt als KNZB-directeur Jos Kusters schitterde door afwezigheid bij de olympische kick-off van TWN. Dat was niet alleen een klap in het gezicht van initiatiefnemer Erik van Westen en zijn potentiële Olympia-gangers, het was tevens een bewijs dat de beleidmakers geen inhoud (wensen te) geven aan de door hen zelf gepropageerde roep om tot meer regionale en professionele steunpunten te komen.

Op de achtergrond speelt verder de kwestie-Inge de Bruijn. Na haar gouden dubbelslag in Barcelona was het de zwemdiva zelf die erkende dat het op weg naar `Athene' over een andere boeg moest. Trainingen missen was er niet meer bij. Het olympisch seizoen begon vorige week, maar van De Bruijn geen spoor in het Sloterparkbad.

Nederlands medailletroef verblijft naar verluidt in Zuid-Frankrijk. Een telefoontje van Cats zal weinig soelaas bieden. De coach verspeelde in de ogen van De Bruijn zijn krediet met zijn advies de WK te mijden, gelet op haar trainingsachterstand. Die `motie van wantrouwen' is de sprintster niet vergeten.