Vroeger pensioen rijksambtenaren

De rijksoverheid gaat het voor ambtenaren vanaf 57 jaar tijdelijk gunstiger maken om met vervroegd pensioen te gaan. Dat heeft de ministerraad gisteren op voorstel van minister Remkes (Binnenlandse Zaken) besloten. Met de regeling wil het kabinet het aantal gedwongen ontslagen in de komende jaren bij de overheid beperken.

Oudere ambtenaren kunnen vanaf nu tot 2005 voor een `arrangement' in aanmerking komen, indien met hun vertrek het ontslag van een jongere collega wordt voorkomen. Een andere voorwaarde is dat in het onderdeel waar zij werken een ,,onevenwichtige leeftijdsopbouw'' is, aldus een woordvoerder van minister Remkes. De uittreders krijgen, gedurende maximaal acht jaar tot hun pensioen, een uitkering van 73 procent van hun laatst verdiende inkomen.

De optie gaat in tegen het algemene kabinetsbeleid, dat er juist op gericht is ouderen bij de overheid en in de particuliere sector langer aan het werk te houden.

Volgens Binnenlandse Zaken wijkt het kabinet tot 1 januari 2005 van dit beleid af voor rijksambtenaren, omdat het personeelsbestand bij de rijksoverheid door de bezuinigingen dreigt te vergrijzen. Bij de rijksoverheid verdwijnen de komende jaren volgens eerdere schattingen ruim 15.000 arbeidsplaatsen. Vooral de ministeries van Defensie, Landbouw en Financiën (Belastingdienst) moeten duizenden banen schrappen, als gevolg van bezuinigingen. Een deel daarvan wordt opgevangen door overplaatsingen naar andere overheden en door natuurlijk verloop. Volgens Binnenlandse Zaken is de inperking van de personeelsomvang daarmee echter ,,niet helemaal op te vangen''.

In de komende zes jaar stromen volgens de reeds geldende pensioen-regelingen bovendien naar verwachting 15.000 mensen uit. De gemiddelde leeftijd waarop ambtenaren stoppen is nu 61 jaar.