Van kleine ondernemer tot dakloze

Edward Brumhill is deze ochtend slechts tien minuten in het Job Centre Plus in Balham, een armere wijk in het zuiden van Londen, geweest. ,,Mijn bezoeken worden steeds korter'', zegt Edward als hij weer buiten staat, voor de deur van het Job Centre. Hij heeft rossig haar, een korte baard en draagt een oud bruin ribfluwelen colbertje. Zijn gezicht is getekend, wallen van vermoeidheid en zorgelijke ogen. Honderden sollicitaties heeft hij achter de rug. Vanmorgen rolde uit de supersnelle zoekmachine van de computer in het Job Centre geen enkele baan waarop hij kon schrijven.

,,Ze willen me daarbinnen heus wel helpen'', zegt Edward en wijst naar de twee vrouwen bij de ingang van het Job Centre Plus, die klaar staan om nieuwkomers op te vangen. ,,Maar dan moet er wel werk zijn. Nieuwe banen zijn er alleen als de economie groeit'', zegt hij.

Het Job Centre Plus is een nieuw concept waarmee de Britse regering van Tony Blair werklozen sneller aan de slag wil krijgen. Bij het arbeidsbureau-nieuwe-stijl kunnen Britten niet alleen via de computer in heel het land naar een baan zoeken. Het Job Centre beslist ook over de soort steun waarop cliënten aanspraak kunnen maken – van geld voor arbeidsongeschiktheid tot bijstand voor alleenstaande moeders. Maar voordat een uitkering wordt verstrekt, moet de `klant' eerst een work focused gesprek voeren met een persoonlijke adviseur die (steeds) de inspanningen van de klant toetst om een baan te vinden. De eerste maanden mag passend werk worden gezocht, daarna moet iedere baan geaccepteerd worden.

Met de centralisatie van het uitkeringssysteem en de arbeidsbemiddeling wil de regering-Blair meer mensen uit de bijstand (ruim 15 procent) halen. Ook in andere West-Europese landen zoals Nederland en Duitsland wordt de druk op werklozen opgevoerd om sneller een baan te accepteren. Anders volgen sancties. Al is het niveau van de uitkering in beide landen hoger dan in Groot-Brittannië en wordt het geld langer verstrekt.

Zweden is al sinds de economische crisis begin jaren negentig strenger geworden. De actieve politiek om werklozen via scholing en bemiddeling aan werk te helpen heeft ertoe geleid dat de arbeidsparticipatie in Scandinavië het hoogst is van Europa. In Denemarken werkt 76 procent van de beroepsbevolking, in Zweden 75 procent, in Nederland 74 procent. In landen als België (60 procent) en Duitsland (66 procent) is dat lager.

Edward Brumhill heeft nog geen nieuw werk. ,,Een jaar geleden was ik ondernemer van een bedrijfje dat opdrukken op T-shirts maakte'', vertelt hij. Maar de zaak ging failliet. ,,Nu ben ik in 12 maanden aan de bedelstaf geraakt en slaap ik in een opvanghuis voor daklozen.''

Een werkloze in Groot-Brittannië belandt al na 21 weken in de bijstand. Edward: ,,Per week krijg ik 53,95 pond (77,14 euro). Daar kan ik nauwelijks van leven.'' Zijn appartement verderop in Balham High Road kon hij na enkele maanden niet langer betalen.

Intussen waait ook op het continent een andere wind. In Nederland wordt de vervolguitkering voor de WW afgeschaft, waardoor werklozen twee jaar eerder in de bijstand komen. Amsterdam gaat een proef houden om mensen die langer dan een half jaar zonder werk blijven, te dwingen aan de slag te gaan. De gemeente haalt werklozen op met een busje zodat ze kunnen werken in projecten voor het algemeen belang. Toch wordt in Nederland, anders dan in Groot-Brittannië, een WW-uitkering zes maanden tot maximaal vijf jaar verstrekt – afhankelijk van het arbeidsverleden – en deze bedraagt nog altijd 70 procent van het laatstverdiende loon. Ook de bijstand is met 569,82 euro voor alleenstaanden per maand hoger dan het bedrag dat Edward ontvangt.

De Duitse minister Wolfgang Clement (Economische en Sociale Zaken) was na een bezoek in juni aan een Job Centre Plus zo enthousiast over de Britse assertieve aanpak dat hij het Angelsaksische werkmodel gaat kopiëren. Met een torenhoge werkloosheid van ruim 4,5 miljoen wil de regering-Schröder een hardere aanpak niet langer uit de weg gaan. Ook ouderen moeten geactiveerd worden. Van de 55- tot 65-jarigen werkt slechts 37 procent. In Zweden zijn dat er beduidend meer (67 procent), Nederland zit er net boven (39 procent).

,,Verwacht geen wonderen'', waarschuwt Edward, van oorsprong boekhouder. ,,Op de meest uiteenlopende banen heb ik gesolliciteerd, van lijnentrekker op wegen tot bonnenschrijver bij de politie. Maar overal waar ik voor een gesprek kwam, las ik op de voorhoofden van de werkgevers: deze man is overgekwalificeerd én te oud. Waar kan ik terecht? Ik ben pas 59.''