Tekenen en schrijven ontstaan uit `kriebelen'

Het `schrijven' door peuters en kleuters die nog niet kunnen lezen of schrijven ontstaat uit het natekenen van letters. Jonge kinderen kunnen hun schrijfsel achteraf niet onderscheiden van tekeningen, hun moeders ook niet, zo blijkt uit Nederlands-Israëlisch onderzoek. De herkenbaarheid van de `nepletters' die twee tot vierjarigen schrijven, hangt nauw samen met de kwaliteit van hun tekeningen. Hoe beter de tekeningen, hoe beter hun letters lijken op echt schrijven. (Developmental psychology, september).

Traditioneel werd altijd al aangenomen dat er een nauw verband is tussen schrijven en tekeningen, net zoals historisch gezien het oudste schrift voortgekomen is uit een soort tekeningetjes (hiëroglyphen en spijkerschrift). Maar de laatste tien jaar wordt dit verband sterk betwijfeld. Uit onderzoek bleek dat kinderen zelf de twee activiteiten vanaf het begin af aan onderscheiden: schrijven is geen tekenen. Ook waren er theoretische overwegingen. Want letters zijn individuele elementen in een lineair systeem, en de betekenis is gefixeerd door een collectieve afspraak. Met een tekening kun je daarentegen (letterlijk) alle kanten uit.

Het onderzoek van Iris Levin van de Universiteit van Tel Aviv en Adriana Bus van de Universteit Leiden gaat tegen deze recente ontwikkelingen in. Kinderen mogen de activiteiten zelf onderscheidden, de resultaten van `schrijven' en tekenen lijken aanvankelijk sprekend op elkaar. Levin en Bus lieten twee- tot vierjarige Israëlische en Nederlandse kinderen tekenen en `schrijven' over bepaalde onderwerpen (vader, gras, bloemen, moeder, enz.). Vervolgens moesten de kinderen hun producten kwalificeren als tekening of schrift. De jongste kinderen bleken ze amper uit elkaar te kunnen houden, de ouderen deden het beter. Bij een andere groep kinderen van dezelfde leeftijd werd de moeder gevraagd om tekeningen van schrijfsels te onderscheiden. De moeders konden tekeningen goed kwalificeren, maar de schrijfsels werden pas duidelijk onderscheiden bij de oudste kinderen. Conclusie: er is aanvankelijk geen echt verschil tussen schrijven en tekenen.

Levin en Bus citeren ook andere onderzoeken, waarin drie- tot zesjarige kinderen, gevraagd naar hun beste schrijfsel, regelmatig trots een tekening laten zien. En als ze een woord `schrijven' dat iets groots aanduidt gebruiken ze meestal véél meer letters dan als ze een woord `schrijven' dat iets kleins aanduidt. Ook passen ze de kleur van de `letters' aan aan de kleur van het onderwerp. Volgens Levin en Bus komen tekenen en schrijven beide voort uit een niet-representatief `kriebelen'. Later krijgt het `schrift' wel een paar kenmerken van echte letters: lineariteit en afgebakendheid, maar dat ontstaat alleen omdat de kinderen teksten beter kunnen natekenen. Er is ook geen enkel besef dat geschreven woorden een direct verband met taal hebben.