`Tegen de bèta-modekreten'

Reikhalzend is uitgezien naar het advies van de Onderwijsraad over de bekostiging van het hoger onderwijs. Maar nu het er ligt, is er vooral kritiek. Want behalve meer geld voor bèta's wil de raad weinig verandering.

`ZE ZIJN er niet uitgekomen', was het eerste wat collegevoorzitter Roelof de Wijkerslooth van de Katholieke Universiteit Nijmegen dacht toen hij vorige week het zojuist verschenen rapport Bekostiging hoger onderwijs van de Onderwijsraad opensloeg. ``Dit advies komt volstrekt uit de lucht vallen.''

Bladerend in het 68 pagina's tellende rapport zocht hij naar argumenten die de conclusie van de Onderwijsraad onderbouwden dat bèta-studies in de toekomst aanspraak kunnen maken op meer geld. ``Maar het is volstrekt raadselachtig waar die mening op gebaseerd is. Het is allemaal flinterdun.''

Lang was er naar uitgekeken: het rapport waarin de Onderwijsraad een advies zou geven over de toekomst van de financiering van het hoger onderwijs. Dit hoogste onderwijsadviescollege van de regering kreeg in oktober vorig jaar de opdracht van staatssecretaris Nijs (Onderwijs, VVD) om een nieuw stelsel uit te werken.

Nijs vindt het tijd voor een grote hervorming. Met het advies van de Onderwijsraad in de hand wil zij nu de komende jaren alle problemen rondom de bekostiging van het hoger onderwijs uit de wereld helpen: het hoger onderwijs moet goedkoper en minder fraudegevoelig. En de resultaten moeten omhoog.

Het moet dus beter met minder geld. Al sinds haar aantreden, vorig jaar, denkt de VVD-bewindsvrouw hardop na over de vraag wat de overheid in de toekomst nog wil betalen. Nijs vindt dat er te veel opleidingen zijn en dat de rendementen van de meeste opleidingen te laag zijn.

Bij studies als rechten en economie studeert minder dan de helft van de eerstejaars uiteindelijk af, wat volgens haar een grote verspilling van overheidsgeld is. En dat geld is juist zo hard nodig. De afgelopen jaren is er alleen maar bezuinigd op universiteiten en hogescholen.

Tegelijk moeten de prestaties van diezelfde instellingen van de overheid fors omhoog. Het kabinet is geschrokken van zorgwekkende berichten over de staat van de Nederlandse kenniseconomie en het innovatieklimaat. Volgens een recente vergelijking is Nederland op de Europese ranglijst voor innovatie in één jaar tijd gedaald van de derde naar de vijftiende plaats.

Nijs ziet de oplossing zelf in een marktgerichter hoger onderwijs: meer ruimte voor private financiering, studenten meer laten betalen voor kwalitatief goede masterstudies en een rem op nieuwe `modestudies'.

De Onderwijsraad steunt in het advies voor een deel de visie van Nijs. Studenten die een mastersopleiding volgen, mogen van de raad best meer collegegeld betalen. Immers, de titel van master levert zoveel op dat een student nog altijd een rendabele investering doet. En trouwens: je hóéft geen master te worden, bachelor is ook een volwaardige titel.

Masterstudies

De raad is het ook eens met de noodkreet van Nijs dat het afgelopen moet zijn met nieuwe opleidingen. Alleen `economisch nuttige studies' zouden nog toestemming mogen krijgen om te starten, als zij opleiden voor een een duidelijk nieuwe beroepsgroep. Bestaande studies moeten vaker fuseren en geconcentreerd worden bij een kleiner aantal universiteiten. Dat geldt overigens alleen voor masterstudies. Volgens de Onderwijsraad is het belangrijk dat de `regionale toegankelijkheid' van bacheloropleidingen in stand blijft.

Maar de oplossing van de problemen met de lage rendementen en de beroerde staat van de kenniseconomie, zegt de raad, zit niet in het financieel bestraffen van laag renderende studies, maar juist in het belonen van opleidingen met meerwaarde. Zo moeten studies die goed zijn voor de economie, de landbouw- en bètastudies, extra overheidsgeld krijgen. Ook hebben studies met een kwalitatieve meerwaarde volgens de raad recht op extra geld.

Meer geld is natuurlijk altijd leuk, zegt bestuurder De Wijkerslooth van de Nijmeegse universiteit, ``maar de argumentatie dat alleen bètastudies economische meerwaarde hebben, kan ik niet volgen''. De Onderwijsraad zegt in het rapport dat in landen waar een relatief groot aantal inwoners een bètastudie heeft gevolgd, de economische groei het grootst is. De Wijkerslooth: ``Maar dat doet geen recht aan de Nederlandse situatie. Bètastudies hier krijgen al veel meer geld dan andere opleidingen. De raad heeft niet bekeken wat die studies met dat extra geld moeten doen. Buitengewoon ondoordacht.''

Collegevoorzitter Sybolt Noorda van de Universiteit van Amsterdam deelt de kritiek van De Wijkerslooth. ``Het is ronduit flauwekul, die modekreet dat alleen bètastudies economische meerwaarde bieden. Het begrip kenniseconomie is heel misleidend, omdat iedereen denkt dat je iets moet kunnen kopen met academische kennis. Zo werkt de universiteit niet.'' Natuurlijk zou Noorda ook graag meer geld krijgen. Maar, zegt hij, ``wil je de kwaliteit van het hoger onderwijs verbeteren, dan moet de overheid keuzes maken voor de lange termijn, niet op zo'n platte manier belonen wat in de mode is''.

Met het belonen van de kwalitatieve meerwaarde van opleidingen, een ander voorstel in het advies, raakt de Onderwijsraad een ander gevoelig thema. Volgens de raad zou de Nederlandse Accreditatie Organisatie (NAO), die keurt of opleidingen aan de basiscriteria voldoen, in de toekomst óók moeten bijhouden welke studies zo goed zijn dat ze extra geld verdienen.

Twee jaar geleden deed een commissie onder leiding van commissaris van de koningin Jan Franssen (VVD) van Zuid-Holland precies hetzelfde voorstel. Franssen zag een `Michelingids voor het hoger onderwijs' voor zich. De universiteiten, die een eindeloze concurrentieslag voor zich zagen, reageerden woedend.

Voorzitter d'Hondt van de vereniging van universiteiten VSNU schreef dat de plannen ``in de richting van sloop en nieuwbouw'' van het hoger onderwijs gaan. Dat de plannen opnieuw van stal zijn gehaald, is dan ook tegen het zere been van de universiteiten. ``Ik dacht dat we deze discussie allang gehad hadden'', aldus woordvoerder B. Keijzer van de VSNU.

HBO-fraude

Buiten de aanbeveling van het extra belonen van studies met meerwaarde wil de Onderwijsraad weinig veranderingen in het stelsel van financiering. Een ander systeem in plaats van het fraudegevoelige belonen van diploma's ziet de raad niet. De affaire van de hbo-fraude had het ministerie van Onderwijs geleerd dat het systeem van `outputbekostiging', dat toenmalig minister Ritzen (PvdA) midden jaren negentig invoerde, fraude uitlokt. Ook zou diplomafinanciering leiden tot de neiging om eerder voldoendes te geven. Universiteiten en hogescholen krijgen geld als zij diploma's uitreiken óf als zij slecht presterende studenten vroegtijdig laten uitvallen.

Maar volgens de raad is teruggaan naar het oude systeem betalen voor het aantal inschrijvingen niet beter. Wel moet er een ``correctiemechanisme'' komen ``in verband met tactisch gedrag'' van de instellingen. Hoe dat moet gebeuren, dáár laat de raad zich niet over uit. De Onderwijsraad voelt evenmin weinig voor meer private financiering. Alleen onder zeer strikte voorwaarden mogen bedrijven in de toekomst met geld aankomen. ``Duidelijk is dat eventuele kruissubsidiëring tot problemen voor de instellingen kan leiden'', schrijft de raad.

Bestuurder De Wijkerslooth bekruipt het gevoel dat de Onderwijsraad het plan voor meer extra geld voor bètastudies daarom geforceerd heeft opgeklopt. ``Ze konden natuurlijk niet met een advies aankomen dat alles bij het oude moest blijven.''