Scharrelkippen scharrelen het liefst binnen

Het is een goed voor de kipconsument bewaard geheim: scharrelkippen durven nauwelijks naar buiten. Ook officieel met luxueuze buitenruimte gehouden kippen scharrelen liever binnen, in de huidige situatie, tenminste.

Die dieren missen in hun open, onherbergzame uitlopen de bomen waar hun verre voorouders al sterk aan gehecht waren. Nu durft maar zo'n vijftien procent van de Europese `buitenkippen' het buitenleven ook werkelijk aan, en zit het merendeel nog steeds gestressed binnen. Dat is makkelijk bij het schoonhouden van de buitenruimten, maar kan toch niet de bedoeling zijn. Onderzoek van Engelse ethologen, aangevoerd door Marian Stamp Dawkins van de universiteit van Oxford, komt nu met oplossingen (Animal Behaviour 66, 2003).

Naar officiële Europese normen is een slachtkip een buitenkip als zij ten minste acht uur per dag een buitenruimte ter beschikking heeft. Met vaste regelmaat over de dagen en seizoenen heen gemaakte foto's op grootschalige kippenfarms in het Engelse Lincolnshire bevestigden dat de buitenruimten vooral geschuwd worden. En menige individuele kip (Gallus gallus domesticus)komt slechts sporadisch of nooit buiten.

Kippen houden van wat begroeiing, zo bleek. Door bomen beschaduwde uitlopen waren nog het best in staat de kippen naar buiten te lokken in alle seizoenen, met het meeste bezoek in de zomer. In veertig ruimten met 20.000 dieren bleken de kippen vooral onder overhangende begroeiing samen te drommen. Ze zoeken daar schaduw, bescherming tegen aanvallen van kraaien of beschutting tegen wind. Maar volgens de onderzoekers zoeken ze vooral ook bevrediging van een diep gewortelde behoefte: een voorkeur voor de begroeiing waar hun wilde verwanten zich ophouden. Het open veld is nu eenmaal geen geprefereerde verblijfplaats.

De dieren stammen af van het Bankhivahoen, dat de droge bossen van Zuidoost-Azië bewoont. Dat zijn vooral bamboebossen, met een afwisseling aan dichte klompen opgaande begroeiing, die worden gescheiden door kleine open plekken met uitzicht. De boshoenders kunnen roofdieren zien naderen, maar beschutting is altijd nabij, en daarin verdwijnen ze bij het minste teken van onraad.

Imitatie van zo'n begroeiing zal veel meer kippen uit de binnenhokken lokken. Beplanting van het buitenverblijf, of in ieder geval overhangende begroeiing blijkt een voorwaarde, en zou dus verschaft moeten worden. Dawkins benadrukt dat de vastgestelde pleinvrees geen argument is om terug te keren naar de batterijsystemen.