Samen koffie drinken is ook heel belangrijk

Op de Mytylschool Tilburg wordt geen leerling om zijn handicap geweigerd. De gevallen worden steeds zwaarder, maar meester Jan houdt nog iedere dag van zijn werk.

Zelfs voor de kinderen die het kunnen, valt er weinig te rennen in de gangen van de Mytylschool Tilburg. Er staat altijd wel een rolstoel in de weg. Ongeveer de helft van de 256 leerlingen zit in een rolstoel, of een andere mobiele constructie. De mooiste is die van Mohammed, hij staat op een treetje tussen twee enorme wielen die hij met zijn handen voortduwt. Als de pauze begint is er overal opstopping. Met de pookjes op het blad voor de rolstoelen wordt druk gemanoeuvreerd. Maar ook tijdens de lessen is er veel verkeer in de gangen, want er zijn altijd leerlingen op weg naar therapie bij de fysiotherapeut, ergotherapeut of logopedist.

De Mytylschool Tilburg is een scholengemeenschap voor speciaal onderwijs en voortgezet speciaal onderwijs, met leerlingen tussen de vier en twintig jaar. De leerlingen zijn lichamelijk of meervoudig gehandicapt, met veelal aangeboren ziekten. Of, zoals dat tegenwoordig heet: beperkingen. De variatie is groot: er zijn kleuters die nauwelijks een spier kunnen bewegen en pubers die vrijwel `normaal' lijken te functioneren. Het doel van de school is om de leerlingen op weg te helpen naar zo groot mogelijke zelfstandigheid. Wie dat kan, doet staatsexamens voor het algemeen vormend onderwijs. Bijna alle leerlingen wonen thuis. Om 15.30 uur, als de lessen zijn afgelopen, staat er een lange colonne van taxibusjes voor de school om alle leerlingen weer thuis te brengen.

,,Wij zijn een voorziening zonder ondergrens'', zegt directeur Ton Lebbink. Iedereen is welkom, ook de meervoudig complex gehandicapte leerlingen. Ooit was dat anders. In de jaren '70 hadden de Mytylscholen alleen lichamelijk gehandicapte kinderen. Vanaf midden jaren '80 gingen de eerste leerlingen naar het reguliere onderwijs. Lebbink: ,,De lichte gevallen werden afgeroomd, de lege plaatsen werden ingenomen door de `zware' gevallen. Met de invoering van de leerlinggebonden financiering wordt die verschuiving verder voortgezet.'' Kinderen die voorheen naar de Mytylschool gingen, gaan nu naar het reguliere onderwijs. Kinderen die voorheen geen onderwijs kregen, gaan nu naar de Mytylschool.

Leerkracht Jan Viellevoye (59) meester Jan is blij met die ontwikkeling, want er gaan nu meer kinderen naar school. Zijn werk is er sinds hij begon in 1965 niet lichter op geworden, maar hij houdt nog steeds van het speciaal onderwijs. Hij wil nog wel een paar jaar door. ,,Er is hier altijd leven in de tent, steeds nieuwe ontwikkelingen. Het onderwijs met extra zorg is boeiender, er zijn meer uitdagingen. Op een gewone school ga ik in een lesboek van bladzijde zestien naar bladzijde zeventien, hier gebeurt elk moment iets nieuws. Ik moet veel meer improviseren.''

Bijvoorbeeld omdat een leerling die met een rolstoel het lokaal verlaat, een plas op de vloer achterlaat. Viellevoye legt er keukendoekjes op, maar Denise blijft demonstratief haar neus dichthouden. Er zijn flinke niveauverschillen, elk van de negen twaalf- en dertienjarigen heeft een aparte benadering nodig. Van collectief lesgeven is geen sprake, en ambities zijn niet gericht op cognitieve doelen. Viellevoye verwacht dat zijn leerlingen op hun zestiende lezen op het niveau van groep 3 in het reguliere onderwijs. Belangrijker vindt hij sociale redzaamheid, en dat leert hij zijn groepje door samen koffie en thee te gaan drinken in de aula.

Behalve directeur van de Mytylschool Tilburg is Ton Lebbink ook manager van het Regionaal Expertisecentrum Midden-Brabant. Dat klinkt groter dan het is. Een REC is niet meer dan een samenwerkingsverband van een aantal scholen in een regio, zonder eigen mensen of faciliteiten.

Om in aanmerking te komen voor een plaats in het speciaal onderwijs of financiering voor begeleiding van leraren in het regulier onderwijs (de rugzak), moeten ouders van gehandicapte kinderen zich sinds 1 augustus aanmelden bij een REC. Een team van vier deskundigen, de Commissie voor Indicatiestelling, bepaalt vervolgens of hun kind in aanmerking komt voor een `indicatie'. Als die binnen is, kunnen de ouders vervolgens kiezen: speciaal onderwijs of een reguliere school met geld voor ambulante begeleiding. Die begeleiding betekent dat een reguliere school onderwijskundige expertise inkoopt bij een instelling voor speciaal onderwijs.

Het REC Midden-Brabant zetelt voorlopig in een kamertje van de Mytylschool Tilburg. Secretaris Joep van Muijsenberg krijgt op dit moment dagelijks zo'n vijftien dossiers met aanvragen binnen. Hij kijkt of de dossiers compleet zijn, met een onderwijskundig rapport en medische, psychologische en maatschappelijke gegevens. Hij voert vervolgens alles in in een door het ministerie van Onderwijs verstrekt computerprogramma, en krijgt dan automatisch een pre-advies voor de commissie. `Slagboomdiagnostiek' noemt Van Muijsenberg het: wel of geen indicatie. Het nieuwe systeem brengt in ieder geval een hoop bureaucratie met zich mee, constateert hij.

Aan het begin van het nieuwe schooljaar worden er veel moeilijke gevallen aangemeld. Leerlingen die vastlopen in het reguliere onderwijs, en `gedumpt' worden bij het speciaal onderwijs. Lebbink: ,,We hebben net gehoord dat er twaalf leerlingen zijn geweigerd op scholen van het reguliere voortgezet onderwijs. Oppositionele gedragsstoornissen heet dat, die leerlingen zijn niet te hanteren. Op de basisschool kunnen ze nog apart worden begeleid, maar op een middelbare school blijkt binnen een paar dagen dat het niet gaat. Dan komen ze terecht op een zmok-school voor zeer moeilijk opvoedbare kinderen, die kan ze niet weigeren.''

Het uitgangspunt van het overheidsbeleid deugt, vindt Lebbink. Het is goed om leerlingen met allerlei handicaps – ook blinde en dove kinderen – zoveel mogelijk naar het reguliere onderwijs te krijgen, dat komt de integratie ten goede. Maar de uitvoering laat te wensen over. ,,Een paar jaar geleden waren er nog grote ambities met de expertisecentra. Er zou crisisopvang komen, observatieplaatsen, veel aandact voor autisme. Dat is allemaal geschrapt vanwege bezuinigingen.''

Lebbink concludeert dat het nieuwe beleid voor zowel reguliere als speciale scholen extra werk en kosten met zich meebrengt. De enige die profiteren zijn de ouders, omdat ze voortaan kunnen kiezen tussen regulier en speciaal onderwijs.,,Dat is mooi, maar de grap is dat niemand weet hoeveel ouders werkelijk behoefte hebben aan die keuzemogelijkheid.''