Referendum in de ban van Lindh

Zweden beslist morgen of de kroon zal worden vervangen door de euro. Maar de meeste Zweden zijn nog in de ban van de moord op minister Lindh.

Op de Klarabergsgatan in het centrum van Stockholm waren gistermiddag, ondanks het voortijdig einde van de campagne, de kraampjes van voor- en tegenstanders van de Zweedse overgang naar de euro weer allemaal open. Passanten kregen echter geen propagandamateriaal in handen gedrukt, maar een oproep van alle partijen om mee te doen aan een manifestatie ter herdenking van de woensdag neergestoken minister van Buitenlandse Zaken, Anna Lindh. Alleen wie per se wilde, kon een button voor of tegen de euro uit een mandje meepakken.

Ongeveer 50.000 mensen gaven gisteravond gehoor aan de oproep, die ook op veel andere punten in de hoofdstad werd uitgedeeld. De grootste politieke manifestatie sinds de Vietnam-demonstraties, volgens Zweedse cijferaars. Premier Göran Persson roemde voor een doodstil luisterend publiek de verdiensten van Anna Lindh. ,,Olof Palme was haar grote voorbeeld in de strijd voor vrede, internationale solidariteit en tegen racisme en vreemdelingenhaat. Het is zwarte ironie dat ze nu met hem hetzelfde lot heeft gedeeld.'' Maar, zo verzekerde hij, haar idealen zullen bij ons voortleven.

Intussen vragen velen zich af wat de gevolgen zullen zijn van de dood van Anna Lindh voor de uitslag van het referendum. ,,Statistisch is er woensdag niets gebeurd'', zei Toivo Sjörén gistermiddag met grote stelligheid. Hij is directeur van een gerenommeerd Zweeds onderzoeksinstituut en een vergelijking van de peilingen voor en na de aanslag laat volgens hem vrijwel geen verschuiving zien. ,,Het verschil tussen verklaarde voor- en tegenstanders (38 tegen 50 procent) is twaalf procent. En ik heb het nog nooit meegemaakt dat een dergelijk verschil in zo korte tijd nog wordt overbrugd.'' Daar komt bij, aldus Sjörén, dat de voorstanders van de euro over het algemeen sterk gemotiveerd naar de stembus gaan, terwijl het merendeel van de tegenstanders niet echt principieel tegen is, op den duur een overgang naar de euro ook niet uitsluit, maar daar op dit moment nog geen trek in heeft. ,,Bij een hoge opkomst lijkt me de kans op een toename van het percentage nee-stemmers eerder groter te worden. Mensen die anders weggebleven zouden zijn, zullen hun democratische plicht nu wel willen vervullen, maar tegen stemmen.''

De van huis uit Finse politicoloog Olof Ruin, hoogleraar aan de universiteit van Stockholm, zei desgevraagd de analyse van Sjörén niet te delen. Hij vindt de zaak allerminst beslist. ,,Ik heb geen cijfers om het te onderbouwen'', zei hij, ,,maar mijn gevoel zegt dat toch tal van kiezers in het stemhokje hun loyaliteit aan Anna Lindh tot uitdrukking zullen willen brengen en voor de euro zullen stemmen.'' Hij verklaarde zelf tegenstander van het referendum te zijn. ,,Van de huidige parlementsleden, die gekozen zijn bij een opkomst van 80 procent, is 75 procent voorstander van de euro. Zij hebben echter beloofd zich neer te leggen bij de uitspraak van het referendum en dus ook tegen hun zin een `nee' tegen de euro accepteren.'' Ruin vindt dat vanuit democratisch oogpunt gezien ,,een vreemde manoeuvre'', die vooral bedoeld lijkt om interne tegenstellingen binnen de partijen te maskeren.

Het televisiedebat over de euro, dat gisteravond het hoogtepunt van de campagne had moeten worden, werd een plechtige collectieve trouwbetuiging aan de Zweedse democratie. Uitstel van het referendum was niet overwogen, zeiden alle zeven politieke leiders, omdat zoiets uitgelegd zou kunnen worden als zwichten voor geweld. Anna Lindh werd alom geroemd als iemand die politieke tegenstellingen en persoonlijke animositeit wist te scheiden. ,,Misschien moeten de media eens ophouden politieke tegenstellingen als persoonlijke tegenstellingen af te schilderen'', aldus Maud Olofsson van de Centrumpartij. De anderen spraken het niet tegen.