Natuur

In een tweetal reacties, respectievelijk van Frank Saris (9 augustus) en van Rob van Westrienen (6 september), wordt ingegaan op door mij gedane uitspraken in W&O van 26 juli (`We hebben geen grootse natuur, wel een diverse') naar aanleiding van het verschijnen van het boek `Habitattypen'.

Volgens Saris zou in het bewuste artikel de stelling verkondigd zijn dat het met de teloorgang van de natuur in ons land wel meevalt en `dat de oorspronkelijk aanwezige natuur nog in grote mate behouden is gebleven'. Maar die opmerking slaat alleen op de duinen, in vergelijking met België. Waar op gewezen wordt, is dat de opmerkelijke diversiteit van de Nederlandse natuur juist maakt dat we een grote verantwoordelijkheid dragen voor de bescherming ervan.

Ook wraakt Saris de uitspraak `dat geen land zijn natuur zo goed in kaart heeft gebracht. Voor zover het de vegetatie betreft, zijn in Nederland meer dan 400.000 nauwkeurige beschrijvingen in computerbestanden bijeengebracht en dat is meer dan alle andere landen ter wereld gezamenlijk! De meeste verspreidingsatlassen in ons land, en dat zijn er nogal wat, hebben een `oplossend vermogen' van 1x1 km. In Europa wordt al tientallen jaren gewerkt aan het in kaart brengen van de verspreiding van de hogere planten op een schaal van 50x50 km, dus 2500 keer minder gedetailleerd, en tot nu toe heeft men met veel moeite 20 procent van de soorten in beeld weten te brengen.

De reactie van Van Westrienen richt zich vooral op mijn kritiek dat natuurbescherming in veel gevallen is doorgeschoten waar het de toepassing van de habitatrichtlijn betreft. Ik probeer de nuancering te zoeken en vind dat we `waar de natuur werkelijk beschermd moet worden, heel serieus moeten zijn'. En daarbij gaat het inderdaad niet om een broedende huismus onder een dakrand en ook niet om een kleine plevier op een nieuw aangelegd stuk snelweg. Toch raken de betogen van Saris en Van Westrienen een wezenlijke zaak. Helaas wordt de natuur in veel gevallen niet serieus genomen, zeker niet waar het een zwalkende overheid betreft. De recente berichten dat het verspreidingsonderzoek misschien nog wat langer (hoe lang?) moet wachten op de benodigde financiering en dat de natuurstatistieken uit het takenpakket van het Centraal Bureau voor de Statistiek geschrapt zouden kunnen worden, zijn hiervan schrijnende voorbeelden.