Leve de commercie!

Het artikel over commerciële vaderschapstesten bevat twee interessante kwesties. Ten eerste is er de spanning tussen de officiële instanties voor vaderschapstesten en de bedrijfsmatige aanbieders daarvan. Ten tweede zijn er kwesties van morele aard.

Wat de eerste kwestie betreft zien wij van de vertegenwoordigers van officiële instanties dezelfde reactie die wij zo vaak zien wanneer ambtenaren dreigen hun monopolie kwijt te raken: men is op geld uit en dat gaat ten koste van de kwaliteit. Maar je zou met misschien wel meer recht kunnen zeggen dat degenen die op geld uit zijn daarmee een prikkel hebben om kwaliteit te leveren; mogelijk een betere prikkel dan de standaard van de ambtenaren kan bieden. De bedrijven die commerciële vaderschapstesten aanbieden, hebben wegens het commerciële aspect een goede reden om kwaliteit te blijven leveren (gemeld wordt in het artikel dat de Consumentenbond naar hen kijkt), terwijl je over de officiële instanties best zou kunnen zeggen dat zij mogelijk betere diensten zouden leveren en efficiënter zouden opereren wanneer geld meer hun aandacht zou hebben.

De tweede kwestie heeft hiermee te maken. De suggestie wordt gewekt door de officiële instanties dat zodra `geld verdienen' aan de orde is, belangrijke zorgvuldigheids- en kwaliteitseisen worden gewaardeerd. Dat kan het geval zijn, maar is geen argument tegen die bedrijven. Immers, ook bij de officiële instanties kunnen zorgvuldigheids- en kwaliteitseisen worden geschonden wanneer andere belangen aan de orde zijn. Herinneren wij ons nog de massale hiv-besmetting door de bloedbank in Parijs, enige jaren geleden? Het enige dat nodig is, is helderheid over de morele en juridische aspecten van vaderschapstesten, met wetgeving en een instantie die toeziet op de naleving bij zowel de officiële als de commerciële aanbieders.