Leersum - Amerongen

Joyce Roodnat wandelt door Nederland en de rest van de wereld. Deze week op de Utrechtse Heuvelrug.

Wandelroutes zijn over het algemeen zo uitgepuzzeld dat de wandelaar het idee krijgt dat hij vrijwel alleen is op een wereld waar vooral gewerkt wordt op boerderijen. Is het passeren van een weg met snelverkeer onvermijdelijk, dan maken de samenstellers van de route zo ongeveer excuses. Het idee van wandelen is nu eenmaal dat je over hooguit met klinkers verharde paden loopt. Nu en dan iemand tegenkomen is aardig, maar de massa is niet de bedoeling.

Soms is er sprake van overmacht. Zodra we in Leersum afslaan het bos in, komt ons een peloton tegemoet van een jaarlijkse marathon, de `Uilentorenloop', als ik het goed verstaan heb. Zeshonderd deelnemers trekt die loop, vertelt een politieagent, en die leggen rennend 10 of 20 kilometers af. De een na de ander puft voorbij, soms meer snel wandelend dan joggend. Dochter moedigt ze aan, ik volg haar voorbeeld.

De route buigt af, we laten de joggers links liggen. Het bos is vochtig, de hemel bedekt. Dochter staat abrupt stil. Ze strekt haar 15-jarige armen en haar dito lijf. ,,Effe ruiken'', legt ze uit. Ze heeft gelijk, dit rijke geboomte met mos en varens en zand en losse blaren geurt als een woest parfum. We snuiven en zijn stil. Daarom horen we het gesnor van auto's, een vliegtuig en gebulder door een megafoon.

Ergeren we ons? Welnee. Wij gaan niet vallen over gezoef van een autoweg ergens achter de enorme en overvloedig aanwezige bomen, op een route waar de drukte zo vindingrijk wordt omzeild langs paadjes en weggetjes en lanen van imposante schoonheid.

Langs de, zwaar verdroogde, Leersumsche Plassen klinkt alleen nog geruis van bomen en gepiep van vogeltjes. En op de Ginkelse Heide, daar is het me toch stil. Almachtig dieppaars bloeiend ligt het heideveld uitgestrekt tegen een dramatisch decor van hoge sparren en donkergroene loofbomen die nog niet aan herfstgeel doen. We volgen een rul pad er dwars doorheen. Dankzij dochter die me wegduwt, trap ik niet op een harige rups met een roestspoor over zijn rug. Ook dankzij haar (pubers staan nu eenmaal niet vroeg op) wandel ik eens aan het eind van de dag. Tegen zessen perst de zon zich door het grijs en zet de bomen van het Zuilensteinse bos in schemerlamplicht. De hemel is bestreept met roze, het grijs trekt zich terug tot een langwerpige donderwolk. Het blijft bij dreigen.

14 km. Kaarten 10, 11, 12 uit: Utrechtpad, uitg. NIVON, 2003. Begin- en eindpunt van de route zijn verbonden door Connexxion-bus 50. Inl. over tijden tel 0900 9292 of http://www.9292ov.nl