Krakende verzorgingsstaat

In West-Europa waait een wind van versobering. Nederland wacht op de veranderingen van prinsjesdag. De maatregelen en situaties verschillen in Europa. De pijn voelt soms anders, maar het doet overal zeer.

Gespannen zijn de ogen gericht op prinsjesdag. Zal het kabinet-Balkenende nog meer pijnlijke bezuinigingen aankondigen om de in het slop geraakte economie het hoofd te bieden? De vakbonden vrezen voor sociale afbraak, de ondernemers voor sociale kosten. De burgers hopen op sociale investeringen, in scholen, gezondheidszorg en veilige wijken.

De overheidsmaatregelen die dinsdag bij de presentatie van de miljoenennota worden verkondigd zijn niet los te zien van het Europese decor. In heel West-Europa waait een wind van versobering. En de bezuinigingswoede heeft niet alleen te maken met het conjuncturele dal waarin de Europese economieën verkeren.

In West-Europa voltrekken zich sociaal-culturele veranderingen, die om een nieuwe architectuur van de verzorgingsstaat vragen. De ouder wordende bevolking, de introductie van nieuwe technologieën, de verandering van een industriële naar een kennissamenleving, de emancipatie van het individu en de veranderde gezinsstructuur zetten de welvaartsstaat onder druk.

Zij vragen bovendien om andere sociale arrangementen.

,,De Europese welvaartsstaten moeten structureel worden hervormd'', meent Herman Wijffels, voorzitter van de Sociaal-Economische Raad en oud-Rabotopman. Geen sloop, maar verbouwing van de verzorgingsstaat is geboden.

De oude welvaartsstaat, die in de meeste West-Europese landen na de Tweede Wereldoorlog tot volle bloei kwam, is niet meer toegerust op de moderne samenleving. Ze kwam voort uit de 19de-eeuwse industriële organisatiestructuur en was gericht op de hulpbehoevende arbeider.

Maar de samenleving van de 21ste eeuw ziet er anders uit. De arbeiders zijn geëmancipeerd en mondig geworden, net als vrouwen, katholieken, boeren en middenstanders. Tegelijkertijd verandert de industriële samenleving in een diensten- en netwerkmaatschappij. Begrippen als sociaal en sociale rechtvaardigheid hebben een andere betekenis gekregen, zegt Wijffels. Is het nog realistisch de burger te blijven verzorgen, waar anderen de collectieve beschermende regelingen als knellend ervaren? Is het niet veel socialer mensen kansen te geven om actief mee te doen in de samenleving?

,,Niet inkomenssteun, maar participatie dient centraal te staan'', meent Anton Hemerijck, wetenschapper bij de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid en medeauteur van het boek `Why we need a new wel-

farestate'. Is het niet socialer zoveel mogelijk mensen – migranten, vrouwen en ouderen – optimale kansen te geven om deel te nemen aan het arbeidsproces.

De Scandinavische landen hebben dit volgens hem al veel eerder begrepen. Denemarken en Zweden hebben onder druk van de economische crisis al in de jaren negentig massaal ingezet op vergroting van de arbeidsparticipatie. Zij horen in Europa dan ook tot de landen met de meeste werknemers.

De verzorgingsstaten in West-Europa ondergaan volgens Hemerijck een transformatieproces. Uiteraard moet inkomenssteun voor zwakken, zieken en ouderen gegarandeerd worden. Maar stroomlijning van de sociale zekerheid is noodzakelijk om andere maatregelen mogelijk te maken. Nederland heeft wat betreft afslanking en efficiëntie van de sociale zekerheid de afgelopen tien jaar niet stilgezeten. In 1992 nam de verzorgingsstaat in Nederland nog 44 procent van het bruto binnenlands product (bbp) voor zijn rekening, berekende directeur H. de Groot van het Instituut voor Overheidsuitgaven destijds. In het jaar 2000 was de sociale bescherming teruggebracht naar 27,4 procent. Al tien jaar geleden sprak De Groot van een `miniverzorgingsstaat' als de kosten zo'n 29 procent van het bbp zouden bedragen.

Zelfs de VVD hoor je niet meer over een ministelsel. ,,Via de achterdeur komt het basisstelsel er vanzelf'', zegt Eelco Tasma schamper, de WAO-expert van de vakbeweging FNV. ,,Maar gaat het kabinet verder met het uitkleden van de WAO en de WW, dan komen we gevaarlijk dichtbij een kritische grens die de vakbeweging niet meer kan accepteren.''

Zweden ligt nog altijd aan kop met het hoogste niveau van sociale bescherming met 32,3 procent van het bbp. Inmiddels zijn ook andere landen als Frankrijk, Italië en Oostenrijk druk doende met reorganisatie van de welvaartsstaat om de gevolgen van de vergrijzing op te vangen. De Franse premier Raffarin heeft tegen verbitterde weerstand van de vakbeweging in een pensioenhervorming door het parlement gejaagd. Heilige huisjes worden omver geworpen en voortaan zal ook de bevoorrechte ambtenarenklasse langer moeten werken om voor een goed pensioen in aanmerking te komen. Zelfs in Duitsland begint een sense of urgency door te dringen. `Verdrijving uit het paradijs', schreef Die Zeit over de hervormingsplannen van kanselier Gerhard Schröder.

,,Het sociale systeem van Bismarck moet ingrijpend gereorganiseerd worden'', zei Ernst Welteke, president van de Duitse centrale bank, eerder dit jaar. De sociale wetten (ziekte, invaliditeit, pensioen) waarmee deze staatsman eind 19de eeuw de basis legde voor het sociale stelsel in Duitsland functioneren niet meer nu de economie nauwelijks groeit en de bevolking krimpt. Met haar `Agenda 2010' eerder dit jaar heeft de regering-Schröder het startschot gelost voor ingrijpende veranderingen – van de arbeidsmarkt tot de gezondheidszorg. De vakbeweging in Europa maakt zich op voor een hete herft. `Wij knokken tegen de sociale afbraak', waarschuwt IG Metall.

De transformatie van de oude verzorgingsstaat naar een waarborgstaat zal niet zonder slag of stoot gaan. Voor royale VUT-regelingen zoals Heinz Meiritz bij ThyssenKrupp kreeg is geen geld meer. En de arbeidsongeschikte Monique uit Hoensbroek vraagt zich bezorgd af hoeveel ze na alle kortingen op de WAO aan het eind van de maand overhoudt. Is het leven van de werkloze Edward Brumhill in de magere Britse verzorgingsstaat het voorland voor de sociale afvallers op het continent? ,,Welnee'', zegt Anton Hemerijck. In plaats van een debat te voeren over gelijkheid en ongelijkheid, kan de vakbeweging beter met alternatieven komen. ,,Regelingen die zorg en werk combineren worden essentieel. Alleen een zo hoog mogelijke participatie op de arbeidsmarkt kan het Europese sociale model in stand houden''.