Keihard realisme

Achttien jaar is hij nog maar, Dylan Mills ofwel Dizzee Rascal. En hij maakt wat mee. Eerder deze zomer ging hij op Cyprus bijna ten onder aan de gevolgen van een steekpartij en afgelopen week werd hij gelauwerd met de Mercury Prize, de meest prestigieuze bekroning die je als Britse popartiest ten deel kan vallen.

Daarmee is de erkenning van de `UK-garage' een feit, ook al ligt deze stijl onder vuur wegens de gewelddadige incidenten die eraan verbonden zijn. Zo gingen leden van de veelkoppige So Solid Crew en het duo Oxide & Neutrino deze Rascal al voor in hun betrokkenheid bij vuist-, messen- en wapengekletter. Maar anders dan deze artiesten heeft Dizzee Rascal een album afgeleverd dat van begin tot eind staat, een plaat die niet alleen treft als een regen vuistslagen maar die nog enige creatieve verheffing te bieden heeft ook.

Op die manier heeft Rascal wat weg van Mike Skinner ofwel The Streets, die vorig jaar met Original Pirate Material het genre op een hoger, dat wil zeggen langspeelplaatwaardig niveau bracht. Maar Boy In Da Corner klinkt dwingender en treft harder. Skinner, een blanke `geezer' uit Birmingham, is meer de observerende verteller, die zijn verhalen zet op beats die het hypernerveuze en springerige karakter van de UK-garage (ook wel 2-step) enigszins afvlakken. Dizzee Rascal, zwart en afkomstig uit Oost-Londen, wekt elk moment de goudeerlijke indruk dat hij middenin de rauwe wereld staat die hij bezingt en dat hij vliegende haast heeft. Zijn woordenstromen spuwt hij in hyperactief tempo uit, waarbij hij per zin wel een keer of wat van octaaf wisselt – alsof hij zichzelf continu aan het inhalen is.

Het is niet alleen het keiharde realisme dat treft. De single I luv u is een scherp verhaal over one-night-stands en tienerzwangerschap, maar ontleent zijn verpletterende effect ook aan de manier waarop hij het garage-geluid opnieuw uitvindt waar je bij staat, al was het maar door het tempo zodanig te vertragen dat het resultaat wat dat betreft meer weg heeft van hiphop, zonder aan scherpte en springerigheid in te boeten.

Als dit hiphop is, dan zoals opgevat door een Oost-Londenaar met een heftig gevoelsleven en een grimmige realiteit om zich heen, want een Amerikaan had het zo niet kunnen bedenken: zwaar vervormde gabberdrums draaien in een cirkeltje rond met ritmisch ingeslingerde stemmensamples en een vaag vermoeden van een synthesizermelodie. Rascals doorgaans zelfgeproduceerde beats zijn loodzwaar en ontdaan van alle overbodige elementen, hakkend en van een verstikkende dreiging. In alle elementaire kaalheid zit toch nog genoeg oor voor detail om draaibeurt na draaibeurt de aandacht vast te houden. Boy In Da Corner is een plaat vol actualiteitswaarde.

Dizzee Rascal: Boy In Da Corner (XLCD170, distr. V2)