Juridische grenzen

Het artikel `En u, weet u het wel zeker?' over commerciële DNA-vaderschapstesten spreekt over de opmars van anonieme vaderschapstesten, desgewenst zonder medeweten van de moeder (of de vader). De journalist gaat niet in op de juridische grenzen aan het laten uitvoeren van vaderschapsonderzoek waarbij DNA-materiaal wordt gebruikt. Dat geeft een vertekend beeld van de wettelijk toegestane mogelijkheden op dit terrein.

Het College bescherming persoonsgegevens (CBP), toezichthouder op de privacywet- en regelgeving in Nederland, heeft vorig jaar een onderzoek gedaan naar de werkwijze van twee aanbieders van commerciële verwantschapstesten op internet op basis van DNA-onderzoek. Naar het oordeel van het CBP zijn er bijzondere restricties ten aanzien van de verwerking van gegevens die erfelijke eigenschappen bevatten.

Het CBP beschouwt lichaamsmateriaal (DNA) als een bron van persoonsgegevens die informatie over erfelijke eigenschappen bevat. Gegevens met informatie over erfelijkheid vallen onder het bijzondere regime van de Wet bescherming persoonsgegevens (WBP). Uit de WBP blijkt dat alleen erfelijkheidsgegevens van de deelnemer(s) zelf verwerkt mogen worden en dat hiervoor expliciete toestemming van de deelnemer vereist is.

Het zal in de regel ook voorkomen dat een van de deelnemers minderjarig is. De WBP stelt dat er expliciete toestemming vereist is van de wettelijk vertegenwoordiger wanneer de deelnemer jonger dan 16 jaar is. Die wettelijk vertegenwoordiger is elke met gezag belaste ouder of voogd. Wanneer beide ouders het gezag voeren over een kind, stelt het Burgerlijk Wetboek ,,dat één ouder alleen ook bevoegd is het kind te vertegenwoordigen, mits niet van bezwaren van de andere ouder is gebleken''.

Vooral wanneer het gaat om zelftests voor de vaststelling van het biologisch vaderschap stelt het CBP dat niet zomaar kan worden aangenomen dat wanneer één ouder toestemming geeft voor een verwantschapstest, de andere ouder daar ook mee instemt. Het is zeer wel voorstelbaar dat de andere ouder bezwaar heeft tegen een vaderschapstest via DNA-onderzoek. Daarom zal de aanbieder een schriftelijke verklaring moeten verlangen van de wettelijke vertegenwoordiger waarin deze verklaart dat de andere gezaghebbende ouder of voogd geen bezwaar heeft tegen uitvoering van de test bij het kind.

Van belang bij de uitvoering van elke verwantschapstest, zo benadrukt het CBP, is een verklaring te laten ondertekenen door de deelnemers van 16 jaar of ouder. In deze verklaring moeten zij uitdrukkelijk verklaren dat het lichaamsmateriaal (bijvoorbeeld wangslijm) dat zij insturen, van henzelf afkomstig is en dat zij toestemming verlenen tot deelname aan de desbetreffende test.

Wanneer een van de deelnemers aan de test jonger dan 16 jaar is, is een schriftelijke verklaring noodzakelijk van een wettelijk vertegenwoordiger waarin die toestemming verleent voor de deelname door het kind. Ook verklaart deze wettelijk vertegenwoordiger dat het ingestuurde materiaal van het desbetreffende kind afkomstig is. In de verklaring moet tevens opgenomen worden of er andere wettelijk vertegenwoordigers zijn die gezag over het kind uitoefenen. Is dat het geval, dan moet de verklaring een passage bevatten waarin is opgenomen dat die andere vertegenwoordiger geen bezwaar heeft tegen de rechtmatige uitvoering van de test. Pas als dit geregeld is, kan de verwantschapstest rechtmatig uitgevoerd worden!