`Ik leer jokken'

Ze is seksuologe, feministe en sinds twee jaar burgemeester van São Paulo, met 10 miljoen inwoners de grootste gemeente van Latijns-Amerika. Marta Suplicy (58) wil er na 500 jaar uitsluiting vooral de sloppenbewoners verheffen. `Ik ben de baas en ik doe lekker wat ik wil', zegt de vrouw in de stad waar iedere dag gemiddeld twaalf moorden worden gepleegd. Ze is ook in voor het presidentschap van Brazilië. Een rondleiding per helikopter.

Nu moet je goed opletten'', zegt burgemeester Marta Suplicy als we ons hebben vastgegespt op het smalle achterbankje van de helikopter. ,,Eerst zie je het mooie, rijke gedeelte van São Paulo en dan alleen nog maar armoede. Geen enkele boom meer'', roept ze. Ze strijkt haar rok recht en besluit na enige aarzeling, ondanks de herrie, de koptelefoon met microfoon niet op te zetten. Haar blonde kapsel moet in model blijven, maakt ze duidelijk.

We stijgen achteloos op vanaf het dak van het bankgebouw van de vlakbij haar woning gelegen BancoSantos, vliegen laag over prachtige villa's met spiegelende zwembaden, passeren het immense woud van wolkenkrabbers en bereiken de droeve, inderdaad kale sloppenwijken aan de rand van haar te grote stad. Ruim 10 miljoen mensen wonen er. Geen gemeente in Latijns-Amerika telt meer inwoners.

Na een kwartiertje begint prefeita Suplicy (58) – hier meestal kortweg Marta genoemd – enthousiast te wijzen. Onder ons doemt tussen naakte bakstenen gebouwtjes een enorm nieuwbouwcomplex op. We zien schoolgebouwen, zwembaden, klimrekken en sportvelden. Deze stenen oase is haar paradepaardje en het doel van ons bezoek. Een monument waarvan er in haar ambtstermijn eenentwintig zullen worden geopend.

Samen met haar politieke geestverwant, leider van de Arbeiderspartij en sinds 1 januari president van Brazilië, Luiz Inácio Lula da Silva, opende Marta vorige maand dit educatieve centrum, kortweg CEU genoemd (Centro Educacional Unificado) in de sloppenwijk Guaianases. Een koperen gedenkplaat memoreert het feit.

De oprichting van goed toegeruste onderwijscentra in de armste en meest gewelddadige buurten van haar stad is volgens burgemeester Marta Suplicy bij uitstek een mogelijkheid om te laten zien wat het door haar gepropageerde moderne socialisme in een ontwikkelingsland als Brazilië kan betekenen. ,,In dit land, waar 500 jaar lang grote groepen van de bevolking systematisch zijn buitengesloten van een menswaardig bestaan, zijn wij voor het eerst bezig de armen fatsoenlijk te behandelen'', zegt Marta.

Alles op alles zetten om te zorgen dat de lagere klassen een betere opleiding krijgen, beoogt Suplicy naar eigen zeggen. Schoolverzuim is een van de grootste problemen in São Paulo. In de arme buurten gaan jongeren niet of veel te kort naar de van oudsher sjofele openbare scholen. Ze brengen liever hun tijd door met bedelen bij stoplichten. Of ze werken als straatverkoper en proberen zakjes snoepgoed te slijten met het briefje: `Ik probeer tenminste werkend aan de kost te komen'. Want een groot deel van hun leeftijdgenoten rooft, steelt en dealt in drugs.

Een beetje bink in de 612 sloppenwijken die São Paulo officieel telt, draagt een pistool bij zich. Ruzies worden gewelddadig beslecht. In de eerste zes maanden van dit jaar zijn er 2.229 moorden gepleegd in de stad. Dat zijn er gemiddeld twaalf per dag. De meerderheid van de slachtoffers is tussen de 13 en 17 jaar oud. In de staat São Paulo – 38 miljoen inwoners – vielen zo 5.812 doden in het eerste half jaar. Dat is ongeveer evenveel als het totale aantal slachtoffers in de laatste Irak-oorlog. Het goede nieuws is overigens dat de misdaadcijfers dalen. In de stad nam het aantal moorden vergeleken met vorig jaar met ruim 9 procent af.

,,Nee, je moet in deze buurt in ieder geval 's avonds niet rondlopen. Veel te gevaarlijk'', zegt Marta, nadat ze het voor de zekerheid nog even bij haar lijfwacht heeft nagevraagd. We zijn in haar gepantserde Mercedes op weg van het politiebureau, waar we de helikopter hebben geparkeerd, naar de school. ,,Als ik de hele afstand per auto had moeten overbruggen, was ik aan reistijd heen en terug drie uur kwijt. Dat kan ik me niet permitteren'', zegt de burgemeester. Onderwijl wijst ze in deze wijk – bolwerk van haar Partido dos Trabalhadores – onvermoeibaar op de vruchten van het gemeentelijk beleid. Elke vers aangeplante palmboom langs de weg wordt aangewezen en dat geldt ook voor de nieuwe skatebanen. ,,Dat vind ik heel belangrijk: dat de jeugd kan skaten'', zegt Marta. Ze moppert alleen op de gewoonte om die banen meteen onder te spuiten met graffiti.

Popster

Op de school wordt Marta verwelkomd als een popster. De over het algemeen donkere kinderen willen een kus, een handtekening of gewoon aandacht. Waarom Lula er deze keer niet bij is, vragen ze keer op keer. Ten behoeve van de buitenlandse bezoeker begint de burgemeester kinderen te vragen naar het beroep van hun ouders. ,,Ruim 60 procent is in deze buurt werkloos'', had ze gezegd. Maar de kinderen geven het verkeerde antwoord. Taxichauffeur, schilder, reparateur van matrassen of schoonmaker, iedereen zegt werk te hebben. ,,Dat verbaast me'', zegt Marta.

Iets doen om de enorme verschillen tussen rijk en arm concreet te overbruggen, dat wil Marta Suplicy. Mensen niet alleen opleiden als student, maar ze opvoeden tot volwaardige burgers. ,,Investeren in onderwijs zie ik als de enige serieuze mogelijkheid om het gewelddadige en armoedige leven van de onderklasse te veranderen. Ik wil scholen voor armen die even goed zijn als de privé-scholen.''

Ze heeft deels met de plattegrond van São Paulo op tafel en deels door per helikopter rond te kijken, uitgezocht waar het goed zou zijn om dergelijke educatieve centra te vestigen. ,,Een van de problemen van deze stad is dat er geen ruimte is. Ik heb gezegd waar de scholen moeten komen. Ik wilde het ook snel en had geen zin in jarenlange juridische procedures. Ik heb duidelijk gemaakt dat we hoe dan ook gaan onteigenen.''

Het resultaat is dat ze de komende maanden in totaal 21 CEU's hoopt te openen. Alle scholen hebben een identiek ontwerp. Het door een groot hek afgezette terrein is ongeveer 50.000 m² groot. Het bevat leslokalen, drie zwembaden, een theater met 400 zitplaatsen, goede geluids- en belichtingsapparatuur en airco, een bibliotheek en een computerlokaal. In elke CEU kunnen – in drie ploegen – in totaal 2.400 leerlingen (middelbare scholieren, basisschoolleerlingen en kleuters) terecht die les krijgen van 350 onderwijzers. In São Paulo wordt 34 procent van het totale gemeentelijke budget, ongeveer 1 miljard euro, uitgegeven aan onderwijs.

De CEU die we bezoeken, Jambeiro geheten, is het enige graffitivrije gebouw in de wijde omtrek. Het gebouw wordt vrijwel permanent gebruikt. In de weekeinden kunnen buurtbewoners er naar het theater. ,,Het gebouw is een revolutie in dit soort wijken waar mensen totaal verstoken zijn van openbare voorzieningen. Een zwembad of theater is geheel nieuw voor ze. Elke school telt bovendien drie orkesten. Kinderen leren viool spelen. Een instrument dat ze nooit eerder hadden gezien.''

Achter Suplicy loopt een medewerkster die drie verschillende, even chique mantelpakjes op een hangertje draagt. De burgemeester zal zich vandaag herhaaldelijk razendsnel omkleden. Ze neemt ook een filmpje op voor de Braziliaanse versie van Zendtijd voor Politieke Partijen. De burgemeester nestelt zich in een klaslokaal te midden van zevenjarige scholiertjes die braaf – een clown maant ze vlak voor de opnamen tot stilte – een bord rijst met groenten naar binnen werken. Iedere leerling krijgt door dit schoolproject nu ook een gratis warme maaltijd van de gemeente, vertelt Marta. En deze groep bofkonten krijgt er vandaag zelfs twee, want de opnamen moeten om technische redenen zo vaak over dat één bordje niet genoeg is. ,,En smaakt het een beetje?'', vraagt de burgemeester uiteindelijk tien keer aan hetzelfde jongetje die evenzoveel keer beleefd knikt.

Kritiek is er natuurlijk ook op de plannen. Suplicy overdrijft, de scholen zijn veel te duur. Laatst werden er in de gemeenteraad bijvoorbeeld vragen gesteld over het schooluniform dat elke leerling gratis heeft gekregen. De stof was te duur en daardoor zou het begrotingsvoorschrift dat steeds het goedkoopste moet worden gekocht, zijn overtreden. Ook het door de gemeente geregelde gratis busvervoer naar school zou te veel geld kosten. Marta vindt het allemaal gezeur. Goed onderwijs kost nu eenmaal geld. En een eigen uniform – vaak de eerste keer dat deze kinderen nieuwe kleren krijgen – betekent volgens haar eigenwaarde. ,,Ik introduceer nieuwe belastingen zoals huisvuilbelasting en ik verhoog belastingen om dit allemaal te kunnen betalen. En wat is het alternatief? Deze scholen kosten per kind zo'n 70 euro per maand. Een jeugdgevangenis kost per kind maandelijks 500 euro.''

Zelfbevrediging

De avond voor het gesprek is Marta bijna twee uur lang, tot middernacht, in een rechtstreekse nationale tv-uitzending doorgezaagd over van alles en nog wat. Ze zit in het midden van een cirkel, omringd door zes vrouwen en een man die om beurten vragen op haar afvuren. De enkele lastige vragenstelster krijgt de wind van voren. Als ze werkelijk denkt dat ze het zelf beter kan, moet ze zich maar kandidaat stellen en zorgen dat ze zelf burgemeester wordt, snauwt Marta. De zaal joelt.

Marta Suplicy is een autoritair bestuurder. ,,Ik ben de baas en ik doe lekker wat ik wil'', zegt ze. Ze is ook een mediagenieke politicus. Televisie kent voor haar weinig geheimen. In de jaren '80 presenteerde ze op tv zeven jaar lang een vrijwel dagelijks programma over seksualiteit. Ze vertelde de Brazilianen openhartig over de zegeningen van zelfbevrediging of sprak over het vrouwelijk orgasme.

Het was baanbrekend en Marta werd een ster. ,,Het is een fabeltje dat Brazilianen niet veel zouden kunnen leren over seksualiteit. Er waren ontzettend veel taboes te slechten'', zegt ze.

Marta studeerde psychologie aan de universiteit van São Paulo. Ze bekwaamde zich verder in de seksuologie in de Verenigde Staten aan de universiteiten van Michigan en Stanford. Ze woonde daar samen met haar man met wie ze al op haar twintigste trouwde. Haar echtgenoot Eduardo Suplicy was aanvankelijk de blikvanger van de twee. Hij is, eveneens van de PT, senator namens de staat São Paulo. Het huwelijk van de twee komt in moeilijkheden als beide echtelieden politieke ambities ontwikkelen en elkaar voor de voeten gaan lopen. Inmiddels zijn ze gescheiden. Volgende week zaterdag trouwt Marta – moeder van drie zonen en grootmoeder van een kleinkind – haar nieuwe man, de Argentijn Luis Favre. De drie jaar jongere Argentijn is zakenman en adviseur van de PT. Eregast op het feestje, dat Marta discreet ver buiten São Paulo gaat vieren, is president Lula.

,,Ik ben opgevoed in een conservatief, rijk milieu. Het was de bedoeling dat ik een brave huismoeder zou worden'', zegt Marta. Maar dat liep mis. Na het seksprogramma veroverde ze een zetel in het Braziliaanse parlement waar ze zich als feministe profileerde met typisch `Hollandse' onderwerpen als abortus, het homohuwelijk en legalisering van softdrugs. Ze probeerde tevergeefs het gouverneurschap van de staat São Paulo binnen te halen, maar in 2000 wist ze wel de verkiezingen om het burgemeesterschap van de stad São Paulo te winnen.

Volgend jaar wil Marta, die in eigen land vaak wordt vergeleken met de door haar bewonderde Hillary Clinton, weer meedoen en ze denkt dan te winnen. ,,Er is zelfs geen twijfel mogelijk: ik word zeker opnieuw burgemeester.'' En ze lacht. Toch heeft haar reputatie wel wat smetjes opgelopen door de in de publiciteit nogal nadrukkelijk beschreven echtscheiding. Eduardo Suplicy geldt als een toffe, zachtaardige man. Hem inruilen voor nota bene een nogal arrogant overkomende Argentijn – wiens echte naam Felipe Warmus is en die in 1969 wegens linkse politieke activiteiten van Buenos Aires naar Parijs vluchtte – valt niet bij iedere Braziliaan goed.

Marta zegt zelf het omgekeerde te ervaren. ,,Veel vrouwen laten mij weten het goed te vinden dat ik als vrouw van in de vijftig ga scheiden. Braziliaanse vrouwen zijn bang dat ze er financieel flink op achteruitgaan bij een scheiding. Ik laat zien dat oudere vrouwen wel degelijk kunnen scheiden.'' Marta zal overigens de achternaam van haar eerste man houden. ,,Ik heb negen boeken geschreven als Marta Suplicy. Die naam is mijn handelsmerk geworden.''

Zware klus

Mijn burgemeesterschap is een ,,zware klus'', verzucht ze halverwege het gesprek. Ze bestuurt een gemeente met 150.000 ambtenaren van wie er 8.000 door haar benoemde politieke vertrouwelingen zijn. Vooral de strijd tegen de corruptie kost veel energie. En het is gevaarlijk. ,,Ik ben een flink aantal keren met de dood bedreigd'', aldus de burgemeester. Twee andere burgemeesters en partijgenoten in de staat São Paulo, Antonio da Costa Santos (Santo Andre) en Celso Daniel (Campinas), zijn de afgelopen twee jaar om nooit opgehelderde redenen vermoord.

De gemeente heeft het moeilijk met zaken als het beteugelen van de ludiek ogende straatverkopertjes, die veelal gestolen en gesmokkelde spullen verkopen in opdracht van centraal geleide, criminele organisaties. Vooral de transportbedrijfjes die zonder vergunning lucratieve vervoerslijnen exploiteren in de stad, hebben haar het leven zuur gemaakt toen ze besloot deze handel aan te pakken. ,,De transporteurs zijn allemaal gangsters. Ze dachten me met een staking op de knieën te krijgen, maar dat is ze niet gelukt. Ik zal ze ook niet met rust laten. Inmiddels is gebleken dat er moordenaars onder zitten, maar ik geloof dat ik de maffia inmiddels wel heb verslagen.''

Marta, die vice-president is van de Arbeiderspartij, geeft hoog op van de nieuwe Braziliaanse president Lula, een man die in haar ogen een beter en eerlijker Brazilië nastreeft. Er wordt gefluisterd dat Marta Suplicy via het burgemeesterschap en het gouverneurschap van São Paulo uiteindelijk partijgenoot Lula wil opvolgen als hoogste baas van het grootste land van Latijns-Amerika. Marta kent het gefluister.

,,Of ik president wil worden, hangt af van de politieke situatie die dan in het land bestaat. En van de vraag of mijn partij me voordraagt. Het is nogal onrustig in mijn politieke partij, dus je weet nooit hoe het gaat.

,,Maar ik vind het heel erg leuk om politicus te zijn. Ik kan het goed, doe het anders dan mijn collega's en ben eerlijk'', zegt ze. ,,En ik leer snel. Ik leer ook al hoe je soms een beetje moet jokken.''

Wanneer hebt u voor het laatst gejokt?

,,Net nog. Toen ik me op de vlakte hield over mijn ambities om president van dit land te worden.''