Hoenengevecht

Met honderdduizenden bevolken ze de Schotse en Britse moors, en toch gaat het slecht met het Schots sneeuwhoen. Biotoopverlies is volgens biologen de oorzaak. Het komt door roofvogels, zeggen jagers.

HET AANTAL sneeuwhoenders in Groot-Brittannië in de twintigste eeuw is gehalveerd tot de huidige 250 duizend broedpaar. Dat blijkt uit jachtgegevens. 's Zomers is het aantal sneeuwhoenders veel groter, met de nieuwe generatie erbij. Biologen wijzen erop dat de afname van sneeuwhoenders parallel liep aan de teloorgang van heidevelden, waardoor de oppervlakte aan sneeuwhoen-leefgebied halveerde. Sneeuwhoenjagers wijten de terugloop aan roofvogels als slechtvalk en kiekendief. Die soorten nemen sinds de jaren '40 toe, maar biologen brengen ertegen in dat de afname van heide en sneeuwhoenders toen al jaren bezig was.

Predatie van sneeuwhoenders ligt in Schotland en Engeland uiterst gevoelig. De vogel is een belangrijke buit voor jagers die zich scheel betalen aan jachtrechten. Natuurgebieden in de Britse hooglanden zijn grotendeels privé-bezit. De helft van de hooglanden is bedekt met hei en de helft van die heidevelden beheert men met het oog op zoveel mogelijk sneeuwhoenders. Dat `moorland management for grouse' betekent het gefaseerd afbranden van de velden, waardoor stroken hei van verschillende leeftijd elkaar afwisselen en andere planten weinig kans krijgen. Verder schiet men alles af wat sneeuwhoenders eet: vossen, marterachtigen, kraaien en roofvogels als blauwe kiekendief, slechtvalk en steenarend. Die laatste drie zijn beschermd maar worden illegaal bejaagd.

Kuikens

De blauwe kiekendief is de beruchtste sneeuwhoen-predator. Weliswaar pakt deze elegante roofvogel alleen kuikens, maar dat kan herstel van door hanenagressie of jacht uitgedunde populaties al onmogelijk maken. Uit onderzoek van onder anderen Steve Redpath blijkt dat kiekendieven bijna evenveel kuikens te pakken krijgen als de sneeuwhoendichtheid laag is. Ze vangen wat ze nodig hebben en dat kan in een uitgedunde hoenderpopulatie neerkomen op een kwart van de kuikens. Daardoor overleven er te weinig kuikens om de populatie er bovenop te helpen.

De blauwe kiekendief was begin negentiende eeuw algemeen in heel Groot-Brittannië, maar werd door jacht en eierverzamelaars bijna uitgeroeid. Tussen de jaren '40 en '70 heroverde de vogel dankzij beschermingsmaatregelen Schotland vanuit twee restpopulaties op de Hebriden en Orkney-eilanden. Intussen schommelt hun aantal al jaren rond de 600 paar. Slechtvalken hebben een vergelijkbare geschiedenis. Op voor sneeuwhoenders beheerde heidevelden vernielen jachtopzieners veel roofvogelnesten en doden zij de vogels. Naar schatting zou de kiekendievenstand verdrievoudigen als de illegale bestrijding van roofvogels zou stoppen. Maar de sneeuwhoen-jachtsector pleit juist voor legalisering van die bestrijding; niet om de hoenders, maar om de hoenderjacht te beschermen.

Het mag dan slecht gaan met het sneeuwhoen, tussen 1970 en 1990 werden in Groot-Brittannië jaarlijks nog altijd zo'n 450 duizend sneeuwhoenders geschoten. Een deel van de buit gaat naar de handel. Eén sneeuwhoen brengt maar liefst 50 pond op, 75 euro, dus dat is lucratieve business.

Volgens de Britse Vogelbescherming kan een gezonde sneeuwhoenpopulatie zowel predatie door kiekendieven als beperkte jacht verdragen, maar kiekendieven-onderzoekster Beatriz Arroyo meent dat een kiekendievenpopulatie de famous grouse dusdanig onder de duim kan houden, dat een jachtpartij niet meer mogelijk is. Arroyo werkt veel samen met de sneeuwhoen-onderzoeker François Mougeot (zie kader), die tevens haar echtgenoot is. In een sneeuwhoenpopulatie die met kiekendieven te kampen heeft, zouden volgens haar te weinig sneeuwhoenders geschoten kunnen worden voor een winstgevende jacht. De grondeigenaren zouden overstappen op schapen of bosbouw. En waar veel schapen grazen en naaldbos tiert, verdwijnt het bijzondere heidebiotoop voor zowel sneeuwhoen als kiekendief, met in hun kielzog een heleboel kwetsbare heidevogels, reptielen, amfibieën en insecten. Volgens Arroyo zijn daarom maatregelen nodig om de kiekendiefstand plaatselijk te beperken. ``Doe je dat niet, dan zullen landeigenaren de hei steeds minder voor sneeuwhoenders onderhouden, waardoor zowel hun broedgebied als het jachtterrein van roofvogels afneemt. Het is paradoxaal, maar het binnen de perken houden van de kiekendief komt de totale biodiversiteit ten goede.''

Afschot van de op internationale schaal bedreigde roofvogels vindt ze echter onacceptabel. Wel denkt ze aan eieren weghalen en aan bijvoeren tijdens broedtijd, zodat de kiekendieven dan geen hoentjes hoeven te vangen. ``Doordat de dichtheid van sneeuwhoenpopulaties per jaar fluctueert, kun je zulke maatregelen beperken tot gebieden en perioden met weinig hoenders'', zegt ze. Arroyo bepleit verschillende vormen van beheer, dat sommige heidevelden nog geschikter maakt voor sneeuwhoenders en minder geschikt voor kiekendieven, die dan verhuizen naar optimaal kiekendievenbiotoop elders. ``Kiekendieven jagen 's zomers op sneeuwhoenders, als beide soorten jongen hebben,'' vertelt ze. ``De rest van het jaar vangen ze vooral woelmuizen en graspiepers. Volwassen hoenders zijn te groot. Sneeuwhoenders doen het 't best waar louter hei groeit, maar woelmuizen en graspiepers willen gras. Als je ervoor zorgt dat grassen geen kans krijgen op sneeuwhoenheiden, zullen daar minder muizen en graspiepers zitten en vinden kiekendieven er buiten het broedseizoen te weinig voedsel. Richt je dan elders kiekendievenreservaten in, waar je de hei afwisselt met grazige stroken, dan zullen de roofvogels daar de voorkeur aan geven.''