`Hockeyers moeten vooral niet klagen'

André Bolhuis (56) is voorzitter van de Nederlandse hockeybond, die alsmaar aan leden wint. Elders ploetert de sport voort. ,,Men heeft geen ideeën.''

Het is de dag na de forse nederlaag tegen Spanje (5-2), maar in zijn hotelkamer lurkt André Bolhuis met evenveel genoegen aan zijn sigaar als normaal. De voorzitter van de Nederlandse hockeybond (KNHB) heeft in de halve finales van het Europees kampioenschap ,,een zekere gretigheid'' gemist bij de mannenploeg, maar verder? ,,Je kan niet alles winnen.''

Meer zorgen maakt Bolhuis zich over het tenenkrommende amateurisme binnen de Europese hockeyfederatie (EHF). Schamper: ,,Die club heeft dinsdag na 29 jaar afscheid genomen van zijn voorzitter (de Fransman Alain Danet, red.). De leden klapten hun handen stuk, omdat ze het schitterend vonden dat die man het 29 jaar heeft volgehouden. Ik vind het juist veelzeggend voor zo'n organisatie: één en dezelfde man zolang op dezelfde positie. Dat getuigt niet van ambitie, maar van stilstand oftewel achteruitgang.''

Maar ja, Nederland heeft makkelijk praten. Hoe vaak heeft Bolhuis dat al niet moeten horen? ,,Alsof wij maar even met onze vingers hoeven te knippen en de tribunes zitten vol. Zo werkt het dus niet. Wij moeten ook heel veel moeite doen die aandacht te krijgen én vast te houden, en investeren daar in. Binnen de EHF daarentegen regeert de machteloosheid, daar word je eng van. Men heeft geen ideeën en staat het toe dat andere sporten volleybal bijvoorbeeld zich de afgelopen tien, vijftien jaar veel sneller en beter hebben ontwikkeld. `In Holland kan alles, bij ons niet', dat is de gedachte. Als je dat maar vaak genoeg zegt, ga je er vanzelf in geloven. Ze zeggen: jullie hebben vijfhonderd kunstgrasvelden, maar vergeten dat wij ook met één kunstgrasveld zijn begonnen.''

Vertrouwen heeft de oud-international daarentegen in de nieuwe voorzitter, de Spanjaard Leandro Negre, wiens eerste beleidsdaad de inkrimping (van twaalf naar acht landen) en opdeling van het EK (drie divisies) was. Tips heeft hij in overvloed voor de Catalaan. ,,Formuleer heldere doelstellingen en dwing die af bij de 43 aangesloten bonden op basis van simpele feiten en cijfers. Bij vrijblijvendheid is niemand gebaat. Vraag ze hun ledenaantallen te presenteren, het aantal internationale wedstrijden, het aantal kunstgrasvelden, enzovoorts, en doe dat om de twee jaar. Mensen die niet willen of niet kunnen, haken dan vanzelf af. Verlang ook van de bonden dat ze afgevaardigden sturen die de Engelse taal machtig zijn. Er loopt hier nu een aantal Russen en Oekraïeners rond, dat niets begrijpt van die vergaderingen.''

Maar `Nederland hockeyland' moet op zijn tellen passen, beseft Bolhuis. De vermeende overkill aan Nederlandse officials wekt wrevel. Niet voor niets werd Wiert Doyer, volgend jaar toernooidirecteur bij de Olympische Spelen in Athene, dinsdag gepasseerd als kandidaat-bestuurslid van de EHF. Bolhuis: ,,Politiek ligt de onze inbreng gevoelig, met een Nederlandse voorzitster (Els van Breda Vriesman, red.) en een Nederlandse directeur (Hans Bertels, red.) van de wereldhockeybond FIH. Dat geeft sommigen een beklemmend gevoel. Het is zoals een Zweed deze week tegen mij zei: It's not the person, it's the passport.''

Toch zou menig buitenlandse bestuurder volgens Bolhuis (56) wat kunnen opsteken van het beleid van wat inmiddels de zesde sportbond van Nederland (ruim 160.000 leden) is. Het geheim van de sinds 1998 permanente groei schuilt in eigen land voor een groot deel in het familiekarakter van de sport (Bolhuis: ,,Met een perfecte man-vrouwverdeling''), alsmede in de kracht van de 308 clubs, weet de ex-chef de mission van de Nederlandse olympische ploeg. Aangemoedigd door de KNHB ontwikkelen de clubs zich meer en meer tot dienstverlenende instellingen die, conform de tijdsgeest, aansluiten op de wensen en behoeften van de hedendaagse `sportconsument'. Die gaan verder dan in het weekeinde een balletje slaan: kinderopvang, huiswerkbegeleiding, fitnessruimtes.

Hoge verwachtingen heeft Bolhuis daarnaast van de samenwerking met de voetbalbond, met wie een gezamenlijk automatiseringsproject is begonnen en die eenzelfde sanering van kleine clubs staat te wachten als de KNHB achter de rug heeft. De grootste gemene deler betreft evenwel kunstgras, nu het voetbal langzaam maar zeker de stap naar de kunstvezels lijkt te willen maken. Bolhuis: ,,Over vijf à tien jaar zal de geografische verdeling van grasvelden er in Nederland totaal anders uitzien. Daar waar combinaties mogelijk zijn, zouden wij onze accommodaties kunnen uitbreiden. Dat zou een uitkomst zijn voor clubs die nu aan de grenzen van hun groei zitten en noodgedwongen een ledenstop hebben moeten invoeren.''

Maar samensmelten met het voetbal? Niet als het aan de tandarts uit Soest ligt. ,,Samenwerking prima, heel graag zelfs. Maar hockey is hockey en voetbal is voetbal. We moeten niet alles onder één noemer willen brengen. Elke sport zijn eigen dimensie en eigen identiteit. Voetbal is de grootste bespeler van de markt, ik ben zeer tevreden met ons segment.''

Klagen is sowieso niet besteed aan de oud-verdediger van Kampong. ,,Ook hockeyers hebben de neiging zich te beklagen. Dat ze te weinig aandacht krijgen bijvoorbeeld. Onzin! Je krijgt waar je recht op hebt. Klaag niet over datgene wat je niet hebt, maar versterk datgene wat je wel hebt. Onze sport is niet mediageniek genoeg om te concurreren met andere sporten. Dus moet je op zoek naar oplossingen''.

En dus studeert de bond momenteel op mogelijkheden om de sport, al dan niet met eigen middelen, beter te `verkopen' op tv. ,,Eén camera voor een hockeywedstrijd is te weinig. Dat ziet er niet uit. De NOS maakt eigen afwegingen, met betrekking tot kosten en baten, kijkcijfers en journalistieke belang. Zo hoort het ook. Maar dat wil niet zeggen dat wij zelf stil moeten zitten. Integendeel: we moeten ons competitieprogramma verbeteren, de programmering, de aankleding, noem maar op. Niet afwachten dus, zelf stappen ondernemen en dat doen we.''