`Gemakkelijk boek maakt ze niet gemakkelijker'

Kinderen met een psychische stoornis en ernstige gedragsproblemen komen meestal in het vmbo terecht. Een enkeling kan op een speciale school havo of vwo volgen.

Naar welke school gaat mijn kind na de basisschool? Die vraag houdt veel ouders bezig, maar ouders van kinderen met een psychische stoornis of een handicap die tot ernstige gedragsproblemen leidt, liggen er helemaal wakker van. Want terwijl het basisonderwijs in Nederland langzamerhand ingespeeld begint te raken op de opvang en integratie van kinderen met een handicap, is daar in het middelbaar onderwijs nog maar heel weinig van te merken. Vooral kinderen met een normale intelligentie vallen vaak tussen wal en schip. Noodgedwongen doen de meesten een opleiding die lager is dan ze qua intellect aan zouden kunnen.

In theorie is er keuze genoeg. Leerlingen die op grond van een psychische stoornis of ernstige gedragsproblemen een indicatie voor het speciaal onderwijs hebben, kunnen naar het voortgezet speciaal onderwijs (VSO). Ook kunnen ze sinds dit schooljaar met `de rugzak', een persoonlijk budget dat de school kan inzetten voor extra begeleiding en speciale leerboeken of andere materialen, aankloppen bij een reguliere scholengemeenschap. Combinaties zijn ook mogelijk: zo kunnen leerlingen zich inschrijven op een speciale school, waarbij ze ook vakken volgen in het reguliere onderwijs. Daarnaast hebben sommige reguliere scholen sinds kort een zogenoemde trajectklas. Dat is een klas met een docent uit het speciaal onderwijs, waar de kinderen gedurende de schooldag kunnen bijkomen als het in de gewone klas even niet gaat.

Voor kinderen die afkomstig zijn uit het speciale basisonderwijs is er op middelbaar niveau `leerwegondersteunend onderwijs'. Dit is in de plaats gekomen van de vroegere lom-scholen en het individuele voorbereidend beroepsonderwijs. Deze onderwijsvorm, waar extra begeleiding wordt geboden aan kinderen die moeite hebben om het reguliere onderwijs te volgen, is er alleen op vmbo-niveau. Ook is er praktijkgericht onderwijs (de vroegere mlk-scholen).

Kinderen die qua intelligentie meer aankunnen dan een opleiding op vmbo-niveau zijn aangewezen op een gewone scholengemeenschap, die lang niet altijd de expertise in huis heeft om deze groep moeilijk kinderen adequaat te begeleiden, of op het zeer beperkte aantal speciale scholen die havo of vwo aanbieden.

Een extra hobbel daarbij is dat die speciale scholen bepaald niet te koop lopen met hun opleidingen voor normale of hoogbegaafde kinderen. De scholen geven bewust niet te veel ruchtbaarheid aan dit aanbod, zegt Frederik Kossmann, beleidsmedewerker op de Haagse J.C. Pleysierschool, een school voor zeer moeilijk opvoedbare kinderen (zmok). Deze speciale school krijgt nu al vanuit het hele land verzoeken om leerlingen op te nemen. ,,Wij kunnen ons niet ruim profileren, want dan krijgen we een enorme toestroom van leerlingen.''

De Haagse J.C. Pleysierschool ontwikkelde zich in de marge van het gewone zmok-onderwijs uit een particulier initiatief. Mevrouw Pleysier, een voormalig concertpianiste, begon in de jaren '40 van de vorige eeuw met lesgeven aan gehandicapte of anderszins beperkte kinderen in haar eigen huis. De school, die in 1989 een gesubsidieerde zmok-school werd, probeert de leerlingen mede aan te spreken op hun intelligentie. ,,Wij gaan ervan uit dat een kind er doorgaans niet gemakkelijker op wordt als hij gemakkelijke boeken krijgt'', zegt Kossmann. In het traditionele zmok-onderwijs lag volgens hem de nadruk altijd meer op het lastige gedrag dat gecorrigeerd moest worden, minder op de scholing. Die visie verklaart volgens hem ook het geringe aanbod van havo- en vwo-opleidingen voor moeilijk opvoedbare kinderen. ,,Een speciale school moest de kinderen bezig- en van de straat houden'', zegt Kossmann. ,,Tegenwoordig zien we zmok-kinderen meer als individuen, die ook een kwalitatief goed bestaan moeten krijgen.''

Opvallend is dat ook veel initiatieven om normaal begaafde leerlingen met moeilijk gedrag de mogelijkheid te bieden havo of vwo te volgen, zich buiten het zmok-onderwijs ontwikkelden. Rectrix Jacqueline Ketel van het Vossiusgymnasium is al vier jaar bezig voor deze groep een havo en vwo-klas te formeren in Amsterdam. Inmiddels kan het project van start, zodra er een lokaal is gevonden. In Nijmegen ontstond uit de alternatieve beweging de school Eigenwijs en in Alkmaar loopt het project Olympia (voor hoogbegaafde kinderen), dat is aangehaakt bij het reguliere onderwijs. Overigens leidt ook het Groningse Regionale Expertise Centrum Noord-Nederland soms leerlingen op voor een havo-diploma.

,,Het idee was altijd: als kinderen intelligent zijn, zijn ze niet moeilijk en als ze moeilijk zijn, zijn ze niet intelligent'', zegt Riet Klaver, adjunct-lesplaatsmanager op de Pleysierschool. ,,Wat je zag, was: een kind begon op het gymnasium waar hij alleen maar zat te etteren'', vertelt Kossmann. ,,Hij ging naar de havo en als dat ook niet ging: via de mavo naar het beroepsonderwijs of in het ergste geval de plantsoenendienst. En al die tijd verbeterde zijn gedrag niet.'' De foutieve vooronderstelling bij dit terugplaatsen in onderwijsniveau is volgens hem dat het gedrag zou komen doordat het kind wordt overvraagd. ,,Je hebt natuurlijk ook kinderen die instorten omdat de ouders te hoge eisen aan hen stellen, maar je hebt evenveel of meer ouders die heel goed weten wat hun kind kan.''

Dat er weinig opleidingen op hoog niveau zijn voor kinderen met psychische problemen of ernstige gedragsstoornissen, komt eenvoudigweg omdat er geen behoefte aan is, denkt prof.dr. Aryan van der Leij, hoogleraar orthopedagogiek aan de Universiteit van Amsterdam. Te denken dat het hier gaat om een ,,verborgen reservoir aan talenten, zoals bij de arbeiderskinderen vroeger'' is niet terecht, zegt hij. De meeste kinderen met deze handicap missen volgens hem het niveau voor een havo- of vwo-opleiding.

,,De vraag is niet groot'', zegt ook historisch pedagoog dr. Marjoke Rietveld-Van Wingerden, werkzaam aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. ,,Als een kind een lichamelijke beperking of een autistische stoornis heeft, beperkt dat ook de mogelijkheid om te leren. Een kind dat niet kan lopen bijvoorbeeld, mist op jonge leeftijd al veel ervaring en een autistisch kind heeft vaak contactproblemen, waardoor hij geen binding aangaat met de docent of de stof'', zegt Rietveld-Van Wingerden. ,,Dat kind zal dan ook minder goed kunnen leren''. Ze waarschuwt ervoor de suggestie in de wereld te helpen dat de meeste zmok-kinderen naar de havo moeten kunnen. ,,Deze kinderen hebben vaak toch al zoveel teleurstellingen achter de rug'', aldus Rietveld-Van Wingerden.

Je moet bij elk kind afzonderlijk naar het lerend vermogen kijken, vindt Kossmann van de Pleysierschool. ,,Een kind dat schaapherder wil worden, moet je niet dwingen veearts te worden, maar om nu te zeggen dat een autistisch kind maar beter niet kan leren, is ronduit onzin. Met de leerstof heeft het juist de meeste binding. Ondanks hun soms gebrekkige contactuele vaardigheden komen autisten juist ver door hun rationele denkkracht. Daarom noemt men het syndroom van Asperger, een autistiforme stoornis, ook de ingenieursziekte.''

Het kinderen onthouden te leren omdat dit tot teleurstellingen zou leiden, vindt Kossmann onjuist. ,,Onze leerlingen ontlenen juist hun zelfbewustzijn aan het leren. Niets kunnen doen met jouw capaciteiten is pas teleurstellend.'' Volgens Kossmann wordt een stoornis in het autistische spectrum wel vaker verward met een verstandelijk handicap. ,,De meeste autistische of autistiforme kinderen hebben ook een verstandelijke handicap, maar je moet de kenmerken van autisme niet verwarren met die van de handicap'', aldus Kossmann.

Overigens gaat het er op de Pleysierschool niet alleen om dat hun leerlingen hun diploma halen. ,,We zorgen er juist voor dat ze over de sociaal-emotionele vaardigheden beschikken om er wat mee te kunnen doen'', zegt Klaver. De school werkt met klassen van acht leerlingen, er zijn verschillende trajecten die tegemoet komen aan de individuele behoeften van de kinderen, de school heeft maatschappelijk werkers, remedialteachers, orthopedagogen en psychologen in dienst. Daarnaast besteden alle docenten structureel aandacht aan gedrag. Die aanpak, waarbij zowel de intelligentie als de psychische en sociaal-emotionele gesteldheid aandacht krijgt, blijkt voor de ongeveer 140 leerlingen die op deze school mavo, havo of vwo doen goed te werken. De leerlingen halen aan het eind bijna allemaal hun staatsexamen.