G21 betwist in Cancún macht van VS en EU

Ze noemen zich G21, maar al 24 landen doen eraan mee. En ze ontpoppen zich in Cancún als een geduchte tegenspeler van de VS en EU. `Ze hebben veel geleerd van de vorige wereldhandelsronde.'

Onder de bezielende leiding van Brazilië vecht een nog steeds groeiende groep ontwikkelingslanden met succes de dominantie aan van de Europese Unie en de Verenigde Staten binnen de Wereldhandelsorganisatie (WTO). Op de vijfde ministersconferentie van de WTO, die deze week in het Mexicaanse Cancún wordt gehouden, probeert de groep, die in het conferentiejargon G21 is gaan heten, maar vrijdagavond al 24 landen telde, verregaande concessies af te dwingen van de EU en de VS op landbouwgebied. Tot de G21 horen ook India, China, Argentinië en conferentievoorzitter Mexico.

Eerder deze week liet de G21 al weten in afwachting van onderhandelingen over landbouw niets te voelen voor zelfs maar het begin van een gesprek over een viertal andere onderwerpen die voor met name de Europese Unie van groot belang zijn. Het gaat hierbij om regels voor investeringen, mededinging, het faciliteren van handel (douaneregels) en transparantie bij overheidsaanbestedingen.

Deze weigering van de G21 leidde tot een gejuich bij de niet-gouvernementele organisaties, die de conferentie op de voet volgen en zich vooral druk maken over negatieve gevolgen voor ontwikkelingslanden van een investeringsverdrag. Zij vrezen dat alleen grote bedrijven plezier zullen hebben van zo'n verdrag. Maar de Nederlandse delegatieleider, minister Brinkhorst (Economische Zaken), ziet in de houding van de G21 eerder een onderhandelingspositie dan een eindoordeel over de vier onderwerpen.

Sinds het begin van de conferentie, afgelopen woensdag, is de G21 gegroeid met gemiddeld één lid per dag. Bij de groep hebben zich nu ook Egypte, Kenia en Nigeria aangesloten.

,,Dit is historisch'', zegt Richard Newfarmer, economisch adviseur van de Wereldbank. ,,We zien ontwikkelingslanden eendrachtig samenwerken bij één onderwerp: landbouw.'' Maar, zo voegen Newfarmer en zijn Nederlandse collega Bernard Hoekman er aan toe, het is wel een ,,instabiele coalitie'' met uiteenlopende belangen, ook op landbouwgebied.

Voor het moment echter heeft de uitgebreide G21 het initiatief naar zich toe getrokken en staat de groep ruimschoots in de belangstelling in het conferentiecentrum van Cancún. Ook daarbuiten worden de verrichtingen van deze landen nauwlettend in de gaten gehouden. Zo heeft de Amerikaanse president Bush de afgelopen dagen een reeks telefoongesprekken gevoerd met staatshoofden van G21-landen. Volgens sommige niet-gouvernementele organsaties zouden zowel de Amerikanen als de Europese Unie oneigenlijke druk uitoefenen op de G21 om zich meer te voegen naar de standpunten van de twee grote spelers. Maar de hier aanwezige ministers van Ecuador en Colombia hebben dergelijke druk van de VS ontkend.

Newfarmer en Hoekman van de Wereldbank zien in het nieuwe elan van de ontwikkelingslanden mede een bewijs van sterk verbeterde onderhandelingstechnieken. Een aantal westerse landen (waaronder Nederland) heeft geld voor technische assistentie bij onderhandelingen ter beschikking gesteld aan de ontwikkelingslanden. Hoekman: ,,Deze landen hebben veel geleerd sinds de Uruguay-ronde van handelsbesprekingen (1986 tot 1994) toen het afsluitende verdrag werd getekend zonder dat ze er veel van begrepen''. Newfarmer prijst de Braziliaanse diplomatie, die ,,een enorme coalitie van landen heeft weten te mobiliseren'' en daarmee ook een einde heeft gemaakt aan de ,,alleenheerschappij van India'' binnen de groep van ontwikkelingslanden.

Gisteravond was nog onduidelijk of de G21 meer in de wacht zou slepen dan ruime belangstelling voor haar standpunten. Na twee dagen van absolute stilstand kwamen de besprekingen in Cancún voorzichtig op gang. De eerste winst voor de ontwikkelingslanden leek er vooral in te liggen dat de `brede ontwikkelingsronde' die deze handelbesprekingen beogen te zijn halverwege de conferentie was versmald tot het onderwerp landbouw en de miljarden euro's aan handelsverstorende subsidies voor Europese en Amerikaanse boeren.