Fundamentalisten rukken op in Marokko

Voor het eerst deed gisteren de gematigde fundamentalistische PJD aan de lokale verkiezingen in Marokko mee. Zij rekent op een groot succes.

,,Kijk zo worden hier in Marokko de wegen aangelegd.'' Grimmig stuurt parlementslid Abdelkarim Lahouaichri zijn auto langs een flinke kuil in het wegdek. Sidi el-Bernoussi, een snel groeiende buitenwijk van middenklassers aan de rand van de miljoenenstad Casablanca, is pas een dikke decennium oud, maar het asfalt van de straten toont de aanblik van een maanlandschap. ,,Zeven centimeter asfalt staat er op de begroting, drie centimeter ligt er op de weg. Waar het verschil blijft kunt u raden.'' Hij klaagt ook over de illegale vuilstort en de rondfladderende plastic zakken tussen de huizen.

Maar Lahouaichri, een serieuze veertiger met een getrimd peper-en-zout baardje, twijfelt niet: dit gaat veranderen. Als God het wil, stoomt zijn partij, de gematigde moslim-fundamentalistische Parti de la Justice et du Développement (PJD), af op een klinkende meerderheid in de gemeenteraad van Sidi el-Bernoussi.

Door de auto schalt een bandje met korangezang van een populaire voorzanger, maar het betoog van de lokale campagneleider is gericht op meer wereldse kwesties. Hoe de politici van de gevestigde partijen zijn verworden tot zakkenvullers en ongelikte baantjesjagers.

,,Hier ziet u het zelf'', zegt Lahouaichri, wanneer hem een foldertje met kandidaten van de nationalistische Istiqlal-partij door het autoraam wordt aangereikt. ,,Deze mevrouw is de vrouw van de lijsttrekker en die jongeman daar onderop is zijn zoon. Denkt u dat de mensen daar nog vertrouwen in hebben? Geen wonder dat de opkomst zo laag is.''

In een atmosfeer van absolute kalmte ging Marokko gisteren naar de stembus voor gemeenteraadsverkiezingen. De brede desinteresse, niet in de laatste plaats onder de leidende elite, deed bijna geruststellend aan in een land dat in mei grondig werd opgeschrokken door de zelfmoordaanslagen van moslimextremisten in Casblanca waarbij 45 mensen bij om het leven kwamen. De terreur maakte in één klap een einde aan het gekoesterde zelfbeeld van verreweg het meest tolerante land in noordelijk Afrika. Koning Mohammed VI bezwoer dat er geen pardon zou zijn met de extremisten. Er volgden massale arrestaties, en er zijn al vier doodstraffen uitgesproken.

Gevreesd werd voor een terugkeer van de oude tijden van repressie. Veeg teken was de veroordeling van de journalist Ali Lmrabet tot drie jaar gevangenisstraf nadat deze de draak had gestoken met het koningshuis in zijn inmiddels verboden publicatie Demain. Lmrabet overleefde amper een hongerstaking, zijn familie hoopte tot dusverre tevergeefs op een amnestie. De pers was de afgelopen maanden duidelijk op zijn hoede, maar verdere sluitingen bleven uit. Wel zijn volgens de Marokkaanse mensenrechtenorganisatie AMDH de burgerrechten systematisch geschonden bij de massale arrestaties.

Ook gingen stemmen op voor een verbod van de PJD, die bij de landelijke verkiezingen vorig jaar in één klap was uitgegroeid tot de op twee na grootste politieke stroming van het land en daarmee tot serieuze bedreiging voor het politieke establishment. Het bleef evenwel bij een ernstig gesprek tussen de minister van Binnenlandse Zaken en de partijleiding. De PJD kon zichzelf probleemloos voor de eerste maal in de lokale verkiezingen presenteren. Daarbij werd wel – net als bij het landelijke debuut vorig jaar – een opmerkelijke zelfrestrictie betracht: in de grote steden werden maar in een beperkt aantal kieskringen kandidaten gesteld, terwijl in PJD-bastions als Tanger en Agadir daarvan zelfs werd afgezien.

Een opgelegde deal met Binnenlandse Zaken, zo fluistert het lagere partijkader. Maar vice-secretaris Saad al-Othmani houdt vast aan de officiële versie dat zijn partij niet te hard van stapel wil lopen. ,,We presenteren ons maar voor de helft. Anders zouden we straks alle grote steden in handen krijgen'', zegt hij in het partijhoofdkwartier in Rabat. ,,Dat roept angst op bij toeristen en buitenlandse investeerders en dat is niet goed voor het land.'' Een te snelle groei zou de nog onervaren partij op de langere duur bovendien kunnen opbreken.

De partij veroordeelde volmondig de aanslagen en werkte hard aan een gematigd imago. Geruisloos verdwenen de tirades tegen joden, drank en culturele verdorvenheden uit het westen, zoals die waren te lezen in aan de partij gelieerde publicaties. Marokkaanse joden zijn burgers als iedereen, verklaarde de partij. Een parlementslid liet zich in een onbewaakt moment nog wel ontvallen dat het afhakken van ledematen een gepaste islamitische straf blijft. ,,Maar dat staat niet in ons partijprogramma'', verklaart de vice-secretaris.

Na een kort avondgebed in een moskee in Sidi el-Bernoussi weet campagneleider Lahouaichri een flinke aanhang op de been te brengen. Terwijl kleine groepjes concurrenten hun folders maar de straat op kieperen, trekt een stevige optocht van de politieke moslimaanhang zingend langs de huizen. De vrouwen, stemmig met een hoofddoekje maar geen complete sluiers, doen volop mee. Bij El-Bernoussi begint slechts de zege. Lahouaichri: ,,De komende jaren worden voor ons een test.''