Fijn dat het nu niet zo erg is

Zowel premier Balkenende als minister Zalm trekt graag de vergelijking met de economische crisis van de beginjaren tachtig. `De toekomst heeft ook duidelijk meer risico's dan destijds'. Hoe erg overdrijven zij?

I love the eighties, heette het BBC-programma waarin de televisiekijker muziek en mode uit de jaren tachtig voorbij zag komen. De liefde voor de jaren tachtig leeft echter niet alleen in de wereld van de media, waarin bijvoorbeeld radiostation Veronica tracht te overleven met hitjes van zo'n twintig jaar oud. Ook in Den Haag zijn de eighties sindskort springlevend, maar dan in de gedaante van economische recessie, massawerkloosheid en een snel oplopend overheidstekort.

Bij het aantreden van zijn tweede kabinet in juni vergeleek premier Balkenende de huidige economische malaise met die van de beginjaren tachtig. ,,De economische fundamenten en de overheidsfinanciën zijn nu beter'', zei Balkenende in de regeringsverklaring: ,,Maar de toekomst heeft ook duidelijk meer risico's dan destijds.'' Minister Zalm (Financiën) haalde afgelopen week in deze krant herinneringen op aan het economisch verval eind jaren zeventig, toen de lonen de bedrijfswinsten inhaalden.

Zalm leek daarmee een voorschot te nemen op het presenteren van de begroting voor 2004 komende dinsdag, wanneer het kabinet stevige bezuinigingsmaatregelen zal aankondigen. De herinneringen aan de zwarte jaren tachtig hebben daarmee een politiek karakter gekregen. Met het tot leven wekken van een traumatische tijd wil het kabinet met name vakorganisaties bewegen om aantasting van de koopkracht te accepteren. Tot grote ergernis van de vakbonden, die de vergelijking tussen toen en nu zwaar overdreven vinden. Overdrijft het kabinet?

Het brandpunt in de collectieve herinnering aan de eighties is het jaar 1982, een waar annus horribilis. Het was het slechtste jaar na de Tweede Wereldoorlog, met een krimp van de nationale economie met 1,3 procent. Het was het jaar van het aantreden van het eerste kabinet-Lubbers, dat begon met een langdurige sanering van de verzorgingsstaat. Het was ook het jaar van het vermaarde Akkoord van Wassenaar, dat vakbonden en werkgevers sloten over de matiging van de lonen.

Het jaar 2003, waarin de economie naar verwachting licht zal krimpen of ongeveer gelijkblijven, is bijna een jaar van voorspoed vergeleken met 1982. Zo gingen er destijds zo'n 8.600 bedrijven failliet. Dat is net zoveel als er dit jaar naar verwachting failliet gaan, maar het totale aantal bedrijven is nu veel groter dan toen.

Het leger werklozen is vergelijkbaar – 414.000 nu tegen 437.000 in 1982 – maar de beroepsbevolking is in de tussentijd gegroeid van 5,6 naar 7,5 miljoen. En het overheidstekort was toen zelfs in absolute cijfers veel hoger dan nu – 10,8 miljard tegen 7,3 miljard euro. Laat staan als percentage van de economie die sinds 1982 nominaal tweeënhalf keer zo groot is geworden.

Stel dat het in 2003 wel net zo erg zou zijn als in 1982. Dan waren er anderhalf keer zoveel werklozen (630.000) en faillissementen (12.700) als nu.

En met begrotingstekort uit 1982 van 6,2 procent van het bruto binnenlands product (bbp) zou Nederland nu de grens van het Stabiliteits- en Groeipact ruim overtreffen. Om aan de norm van maximaal drie procent te voldoen zou het kabinet voor volgend jaar bovenop het – uitgelekte – bezuinigingsbedrag van 5,8 miljard euro nog eens 14,6 miljard euro extra moeten bezuinigen.

I love the eighties kreeg op de Nederlandse televisie een navolger, met terugblikken op de moord John Lennon en de televisieserie Fame. Een terugblik op de crisis-jaren van Lubbers ontbrak, hoewel die een prettig gevoel had kunnen geven. Namelijk het comfortabele gevoel van fijn-dat-het-nu-niet-zo erg-is.