Elbow

De band Elbow uit Manchester heeft meer smaak dan kapsones, en dat is vrij uniek voor een band uit die stad. Dat ze zich zonder schaamte spiegelen Radiohead en Coldplay maakt duidelijk waar hun ambities liggen: met vakmanschap op zoek naar de gevoelige snaar en niet wars van productionele pretenties. Elk lied een eigen ziel en een uitgelezen geluid.

Op hun tweede album Cast of Thousands blijken invloeden uit de alternatieve elektronica verder naar de achtergrond gedrongen. Dat zorgt voor enig verlies aan spanning. Maar gelukkig staat daar een aantal formidabele vondsten tegenover. Voortkabbelende liedjes, die minder snel pakken en enig zitvlees eisen, kennen productionele ingrepen die elke draaibeurt aan kracht winnen. In een zacht sober nummer klinkt bijvoorbeeld ineens een overstuurde gitaar en microfoon die heel even iets van een refrein aanzetten. Dat is eerst opvallend, en later verslavend. Zo is er een keur aan details die langzaam de meerwaarde van dit album openbaren. Wat ook treft is dat zanger Guy Carvey een stemgeluid heeft dat zelfs in the grootste muzikale pathos een nuchtere ondertoon behoudt. Bovendien laat hij qua zangtechniek vrijwel al zijn Britse collega's ver achter zich.

Een luisterplaat, dit Cast Of Thousands, die soms wat te zoetgevooisd en bescheiden klinkt, maar over het algemeen heel wat meer aangrijpende brille biedt dan de laatste platen van Radiohead en Coldplay.

Elbow, Cast Of Thousands; V2, VVR1021812