Een vader voor zijn boksers

Als er genoeg geld op tafel komt om het salaris van Ismael Salas (46) te betalen, krijgt het Nederlandse boksen na de Zomerspelen in Athene een Cubaanse bondscoach. De in Thailand woonachtige Cubaan was even in Nederland.

Nadat hij eerder in de week gasttrainingen had verzorgd in Nieuwegein, Den Bosch en Rotterdam, ontfermt Ismael Salas zich op donderdagochtend nog één keer over Hüsnü Kocabas, een van Nederlands beste boksers. Vanuit sportcentrum Olympia in Den Bosch, eigendom van Kocabas' trainer Henny Mandemaker, gaan de Cubaan, de Nederlandse trainer en de 24-jarige bokser voor een looptraining naar een nabijgelegen atletiekbaan. Op het parkeerterrein bij de sportschool staat de auto die Kocabas een dag eerder van de sportkoepel NOC*NSF heeft gekregen. Hoort bij de A-status die de lichtgewicht verwierf in juli, omdat hij bij het WK in Bangkok bij de eerste acht eindigde. Er staat negentig kilometer op de teller, zegt de bokser op de achterbank van Mandemakers auto.

Terwijl Kocabas even later in de zon zijn rondjes loopt, vertelt Salas in uitstekend Engels over zijn kennismaking, ruim twintig jaar geleden, met Felix Savon, na Teofilo Stevenson de Cubaan die driemaal (achtereen) olympisch kampioen werd. Salas was bokstrainer in Guantanamo toen een vriend hem attendeerde op een stevige donkere jongen van dertien uit dezelfde stad. Savon deed toen aan roeien. ,,Ik heb hem overgehaald om te gaan boksen'', zegt Salas. De herinnering aan het begin van een van de mooiste bokscarrières brengt een glimlach op het gezicht van de man die kandidaat is bondscoach in Nederland te worden. ,,Ik gaf hem z'n eerste bokshandschoenen en zei hem dat hij een tweede Stevenson zou kunnen worden. We lieten hem sparren met een nationale kampioen en aan die jongen vroeg ik of hij een beetje voorzichtig wilde zijn met Felix. Maar de kampioen was degene die de klappen kreeg! Op een juniorenkampioenschap had hij zijn rechterhand geblesseerd. Voor de finale, de volgende dag, maakte hij zich zorgen over zijn hand. `Maar die medaille is voor mij', zei Felix voordat hij ging slapen. In de finale bokste hij alleen met links, en hij won.''

Na twee jaar kwam een einde aan de samenwerking: Savon verhuisde naar de nationale juniorenploeg in Havana.

Midden jaren zestig, als ventje van acht, liep Salas vaak de boksschool vlakbij zijn ouderlijke woning in Guantanamo binnen. Aanvankelijk alleen om te kijken. ,,Er was een hele grappige bokstrainer. Hij zei `je kijkt alleen maar, je doet niks'. En zo ben ik ook begonnen met boksen.'' Vanaf zijn dertiende bokste Salas in wedstrijden. In totaal 72 partijen, waarvan hij er 62 won en tien verloor. ,,Maar 72 wedstrijden in Cuba is helemaal niks.''

Salas stopte toen hij naar de universiteit ging. Hij studeerde af als sportinstructeur, met boksen als specialiteit. Tijdens zijn studie deed hij in Santiago de Cuba ervaring op als leraar lichamelijk oefening bij de boksploeg van Oriente, de provincie in het oosten van het land waar Fidel Castro en zijn rebellen begin jaren vijftig hun opstand tegen dictator Batista begonnen. ,,De beste trainers, waaronder Sagarra, en de beste boksers, onder wie Stevenson, zaten daar.'' Na terugkeer naar Guantanamo promoveerde hij op 22-jarige leeftijd tot hoofdcoach van de provincie Guantanamo. Met enkele honderden boksers onder zich. ,,Ik was jonger dan de meeste boksers. Om ouder te lijken heb ik toen een snor laten groeien.'' Als hoofdcoach van de provincie, een van de veertien in het land, was hij automatisch coach van de nationale boksploeg van Cuba.

Aan de beginjaren tachtig bewaart Salas de mooiste herinneringen. ,,Cuba kreeg toen nog steun van het communistische blok en het ontbrak ons boksers nergens aan. We hadden goeie faciliteiten, volop schoenen en handschoenen en goed eten voor de boksers. Vergeet niet dat er door het hele land 72 bokskampen waren, met in elk kamp op z'n minst 36 boksers. En al die jongens moesten goed te eten hebben. Het was een gouden periode. Hoe het nu in Cuba is weet ik niet, maar vlak voordat ik er voorgoed wegging, in 1992, nadat de Russen waren vertrokken en het land niet meer financieel steunden, heb ik jongens zonder schoenen zien trainen. Die hadden het bloed aan hun voeten. En voor 36 boksers waren er in die tijd bijvoorbeeld maar vier paar handschoenen.''

Bij een overzicht van het vervolg van de carrière van Salas komt een wereldkaart goed van pas. In 1975 maakte hij een van zijn eerste buitenlandse reizen. Als onderdeel van zijn studie mocht hij naar de Andes, om boksles te geven aan de Inca's, vlakbij Machu Picchu. ,,Met twintig man hebben we de Inca's zes maanden lang les gegeven in verschillende sporten.'' Met de nationale ploeg vertoefde hij voor een hoogtestage in Mexico-Stad, er volgden toernooien in Noord- en Zuid-Amerika en in Oost-Europese landen als Roemenië en Oost-Duitsland. Vanaf 1984 verzorgde Salas seminars en gasttrainingen in andere Latijns-Amerikaanse landen, zoals Mexico, Venezuela en Peru.

In 1986 werd hij door Cuba met vier landgenoten als bokstrainer gedetacheerd in Noord-Korea. ,,We moesten de boksers voorbereiden op de Olympische Spelen van 1988 in Seoul, waar Noord- en Zuid-Korea in één ploeg zouden meedoen. Maar uiteindelijk boycotte Noord-Korea die Zomerspelen.'' Salas beleefde in die twee jaar weinig plezier. ,,Om te beginnen was het er steenkoud. Je zit er niet zover van Siberië. Zwaar was het, met veel stress. We zagen de jongens alleen tijdens de training. En als die afgelopen was stond een auto klaar om ons naar het hotel te brengen.''

En daar wachtte Big Brother. ,,It was crazy! Nog gekker dan in Cuba, met camera's en microfoons in de hotelkamers. Er zat niet veel meer op dan 's avonds met collega's te drinken aan de hotelbar. Gelukkig gingen we met de ploeg ook nog wel eens het land uit, bijvoorbeeld naar Leningrad en Kiev.'' Hoewel hij niet met de Noord-Koreanen naar Seoul ging, kende Salas toen wel verschillende successen. ,,Een van mijn jongens won in 1987 een partij van Savon; een van de weinige keren dat Felix verloor. Dat deed me wel pijn.''

Salas spreekt nog een beetje Noord-Koreaans. ,,Vooral bokstermen.'' Ook spreekt hij Pakistaans, dankzij het avontuur dat op Noord-Korea volgde. In 1989 werd hij naar Pakistan gestuurd om de boksers daar klaar te stomen voor de Spelen van 1992 in Barcelona. Als trainer van Pakistan zag hij daar hoe Savon zijn eerste van drie gouden medailles won. Het was de laatste keer dat ze elkaar zagen, omdat Salas kort daarna zijn land ontvluchtte. ,,Het was mooi geweest. Hasta la vista!'' Salas trok naar Thailand, waar hij een vrouw had leren kennen met wie hij inmiddels een gezin heeft gesticht. Verschillende keren daarna was hij op hetzelfde toernooi als Savon, maar om zijn oogappel niet in een lastig parket te brengen, hield hij afstand. ,,Ik sta op de zwarte lijst. Voor de Cubaanse regering ben ik een deserteur.''

In Thailand ging Salas weer als bokstrainer aan de slag, maar omdat hij altijd met amateurs had gewerkt – profsport is verboden in Cuba – en nu met profs te maken kreeg, diende hij zijn trainingswijze aan te passen. ,,Alles op het gebied van profboksen heb ik geleerd van Angelo Dundee, de trainer van Muhammad Ali. Hij woont in Florida. Tot een jaar of drie geleden hadden we veel contact, vooral telefonisch.''

Ook als trainer van profboksers slaagde Salas cum laude. In 1996 leverde hij bij de WK in de verschillende gewichtsklassen vijf wereldkampioenen af. De wereldboksassociatie (WBA) riep hem uit tot coach van het jaar. De Cubaan laat een foto zien waarop hij de `riem' draagt die bij die onderscheiding hoort. Dat succes leidde tot een vijfjarig dienstverband in Japan, met als standplaatsen Osaka, Nagoya en Tokio. ,,Ze zorgden voor een huis en betaalden 5.000 dollar per maand'', zegt Salas. Vanuit Japan maakte Salas uitstapjes naar de Verenigde Staten, waar hij voornamelijk in de casino's van Las Vegas Amerikaanse boksers begeleidde.

Vorig jaar keerde het gezin Salas terug in Bangkok. Daar bereidt hij de Thaise amateurploeg voor op `Athene'. Morgen vertrekt Salas met zijn boksers naar China, later deze maand verzorgt hij een seminar in Pakistan en in december staan kampioenschappen in Vietnam op het programma, vervolgens een olympisch kwalificatietoernooi in Manila, op de Filippijnen.

In de Thaise hoofdstad leerden Kocabas en Mandemaker de Cubaanse kampioenenmaker kennen. Met het oog op de WK in juli in Bangkok schreef Mandemaker de Thaise bond aan. Of hij er met Kocabas op trainingsstage mocht komen, vooral om te wennen aan de tropische omstandigheden in het Aziatische land. Na een positieve reactie reisde het Nederlandse duo in maart naar Thailand. Mandemaker raakte gecharmeerd van Salas. ,,Hij ziet dingen die andere trainers niet zien en brengt zijn kennis op een bijzondere manier over op zijn boksers'', zegt Mandemaker. In de Cubaan ziet hij de ideale bondscoach van Nederland, een functie die al enige tijd vacant is. Nu al coacht hij Kocabas. Met hulp van de Cubaan, onder meer in de vorm van trainingsschema's per e-mail, probeert de Nederlander zich te kwalificeren voor Athene 2004.

,,Hij is een potentiele olympisch kampioen'', zegt Salas, die Kocabas in Thailand steeds met `zijn jongens' liet sparren. ,,Hij heeft boksinstinct en talent.'' Technisch valt er nog wel wat te verbeteren. ,,Hij is nog wat stijf met zijn benen en in z'n bewegingen was hij alleen naar voren gericht. Hij maakt nog te weinig bewegingen naar opzij. Voor tegenstanders is hij nog te gemakkelijk te raken. Hij moet een moving target worden, een bewegend doel.''

Salas over zijn werkwijze: ,,Ik geloof in een menselijke aanpak. Met je boksers door dik en dun gaan. Omdat veel jongens uit arme gezinnen komen, ben je ook een sociaal werker. Ze hebben warmte nodig. Ik geef schouderklopjes en lach ook altijd tegen mijn boksers. Ik wil ze vertrouwen geven, een vader voor ze zijn. Dat betekent dat je op z'n tijd ook streng moet zijn. En als je ze met respect behandelt, krijg je ook respect terug.'' Kocabas is opgebloeid sinds hij met Salas werkt. Bij Mandemaker is van jaloezie geen sprake. ,,Salas is een perfectionist en kan hem juist verder helpen'', zegt de oud-bokser, die vaststelt dat zijn pupil ,,steeds meer gaat boksen als een Cubaan''. Als Kocabas de sportschool verlaat om in Vught aan het werk te gaan als wachtmeester bij de marechaussee, volgt een warme omhelzing met Salas, die over een paar uur het vliegtuig naar Bangkok neemt. ,,OK my man, take care.''

Salas, die met Mandemaker deze week oriënterende gesprekken voerde met de boksbond en NOC*NSF, is `hongerig' om het boksen in Nederland nieuw leven in te blazen. ,,Natuurlijk is er hier voldoende talent. Het is alleen de kunst om het te vinden. En we zullen het vinden! Gisteravond (woensdag in Den Bosch, 24 uur voordat Salas terugvloog naar Thailand, red.) bij de gasttraining was er bijvoorbeeld een jochie van twaalf. Zoals die bewoog en uit zijn ogen keek. Fantastisch. Die jongen straalde uit dat hij een bokser wilde worden. En stel je nou eens voor dat hij een paar van zulke vriendjes meeneemt.''