Een oude aak is niet goedkoop

Op de Open Monumentendag, dit weekeinde, worden boerderijen, kerken, industrieel erfgoed, maar ook schepen opengesteld voor het publiek. Steeds meer oude vrachtschepen worden gerestaureerd en verbouwd tot woonschip. Wat kost dat, wonen op een varend monument?

Toen Wim en Jans de Groot in 1995 de `Regina' kochten, hadden ze nog niet zoveel met schepen. Ze wilden alleen op een andere manier wonen, niet meer in een keurige nieuwbouwwijk waar iedereen zich druk maakte om nieuwe auto's en nieuwe keukens. ,,Daar hadden we geen zin meer in'', zegt Wim. ,,We wilden samen wonen met andere mensen en voorzieningen delen.''

Nadat een project voor groepswonen op niets uitliep, besloten ze een schip te bezichtigen. Hun zoons, destijds 18 en 14, en allebei zeilers, waren meteen enthousiast. ,,Het was eigenlijk niet wat we zochten, want we wilden iets heel groots en een schip is vrij klein.'' Maar ze vonden het prachtig, ze keken elkaar even aan en niet gehinderd door enige kennis deden ze een bod. Nu wonen ze al bijna acht jaar op een schip van 23 meter lang en 4,85 meter breed. De zoons zijn inmiddels van boord. De oudste, die een schip bij nader inzien toch niet zo'n geschikte plek vond om te wonen, is een landrot geworden. De jongste heeft inmiddels zijn eigen boot. Als zijn ouders buiten zitten, op het achterdek, kijken ze uit op zijn boot, `Gouwestroom', een beurtvaarder uit 1924 die ooit op en neer voer tussen Boskoop en de Zaanstreek.

Hun eigen schip, de `Regina', is een klipperaak. Het werd in 1908 gebouwd in Zwartsluis, speciaal voor de turfvaart in Drenthe en Overijssel. ,,Daar zijn de maten op afgestemd. Ze past precies in de sluizen daar.'' De eerste eigenaar verkocht zijn schip in 1911 voor 5.900 gulden. In 1923 veranderde het schip opnieuw van eigenaar. Het ging naar twee broers, die er al zeilend vracht mee vervoerden. Zij doopten de `Regina' om tot `De Twee Gebroeders' en bleven er wonen totdat een van de twee overleed en de ander naar een bejaardenhuis ging. Dat was in 1970. De nieuwe eigenaar betaalde 155.000 gulden voor het schip, gaf het opnieuw de naam `Regina' en verbouwde het vrachtgedeelte tot een ruime woning. Voor die tijd bestond het woongedeelte slechts uit een klein roefje en een achteronder met aan weerskanten een bedstee (kooi). Wim en Jans de Groot betaalden in 1995 211.500 gulden voor het schip.

,,Inmiddels betaal je voor gerestaureerde monumentale vrachtschepen 150.000 tot 200.000 euro. Veel geld, maar nog altijd goedkoper dan een huis'', zegt Wim. Maar daarmee waren ze er nog niet, want wonen op een oud schip is duur, vinden ze. De afgelopen acht jaar gaven ze jaarlijks zo'n 4.500 euro uit aan restauratiewerkzaamheden. ,,We hebben allebei een baan en we kunnen niet alles zelf, dat maakt het duurder'', zegt Jans. Daarnaast hebben ze de maandelijkse hypotheeklast. Daaraan zijn scheepsbewoners meer kwijt dan huizenbewoners, omdat de hypotheken een kortere looptijd hebben. Ook worden er geen gemeentegaranties afgegeven, waardoor de rente hoger is. De verzekering is eveneens prijzig. Schepen kunnen zinken en bergings- en aanvaringskosten spelen ook een rol bij de hoogte van de premie. Maandelijks betalen ze 90 euro voor een inboedel- en opstalverzekering.

Aan liggeld zijn ze per maand 70 euro kwijt. Dat is de helft van de normale prijs. Dat komt doordat ze in een museumhaven liggen. Gemeenten met een museumhaven met antieke schepen houden het liggeld laag, omdat ze zelf ook belang hebben bij een goed gevulde haven. Museumhavens verfraaien het stadsbeeld en het zijn toeristische trekpleisters. ,,Fransen, Japanners, ze kijken hier allemaal hun ogen uit'', zegt Jans. Om die reden bestempelen steeds meer gemeenten een oude haven tot museumhaven. ,,Een paar jaar geleden was het moeilijk om een ligplaats te vinden, maar nu kun je in veel plaatsen terecht. Rotterdam, Den Haag en Leiden doen hun best om er schepen bij te krijgen.''

Maar de museumhaven in Gouda, waar de `Regina' ligt, is met zeventien schepen vol. De scheepsbewoners ontmoeten elkaar op vrijdagavond in het oude schipperswachtlokaal, dat de laatste jaren gerestaureerd is en op de monumentenlijst staat. Of in het werfhuis, waar ze klinken en smeden en reparatiewerk verrichten. ,,We doen veel samen'', zegt Wim. ,,De `Regina' gaat binnenkort voor het eerst sinds jaren weer zeilen. Dat hebben wij nog nooit gedaan, dus voor de zekerheid gaan er wat buren mee.'' Voor Wim en Jans wordt dit de eerste zeiltocht, maar varen doen ze vaker. In vakanties gaan ze met de `Regina' naar Groningen of Maastricht, in weekends af en toe naar de Biesbosch of Oudewater, en jarige familieden in Rotterdam en Vlaardingen worden soms per boot bezocht. Op Monumentendag liggen ze ditmaal in het dorpje Haastrecht, waar ze samen met andere boten Open Schip houden.

Onlangs hebben ze de `Regina' ingeschreven in het Nationaal Register Varende Monumenten, een particulier initiatief dat financiële ondersteuning krijgt van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen. ,,Dat betekende een hele papierwinkel, maar we vinden het leuk, want het is toch een soort keurmerk'', zegt Wim. Bovendien betekent een A-classificatie (het register deelt schepen in en A is de hoogste classificatie) dat een schip de goedkope rode dieselolie mag tanken, die normaal alleen gebruikt mag worden door de beroepsvaart. ,,En je verkoopt je schip gemakkelijker als je in het register staat'', zegt Wim. ,,Maar dat zijn wij niet van plan'', zegt Jans.

Voor meer informatie: www.fonv.nl of www.lvbhb.nl (Landelijke Vereniging tot Behoud van het Historisch Bedrijfsvaartuig).