Dodental: onbekend

Hoe staat het met operatie Enduring Freedom in Afghanistan? De Amerikanen rapporteren steeds meer aanvallen van Al-Qaeda en de Talibaan, bijna twee jaar na de val van hun regime. Hulporganisaties trekken zich terug. En onder Afghanen groeit het verzet, want er vallen steeds meer burgerslachtoffers. Een stamoudste: `Onze jongens zinnen op wraak, in hun hart smeulen gloeiende kooltjes.'

Mountain Viper heet de militaire operatie die op 30 augustus begon in het zuidoosten van Afghanistan. Nederlandse F-16-piloten stegen op van de luchtmachtbasis Manas in Centraal-Kirgizië en wierpen bommen af in de provincie Zabul die grenst aan Pakistan. De vliegers namen deel aan een actie tegen zo'n duizend Talibaan die, aldus de hoogste Amerikaanse commandant Vines in Afghanistan tegen het persbureau AP, ,,al anderhalf jaar proberen hun land terug te veroveren''. Nederland levert sinds oktober 2002 tot het eind van deze maand een bijdrage aan de operatie Enduring Freedom onder leiding van de Verenigde Staten.

Daarna bleef het stil. Is de actie al beëindigd? Was er doel getroffen? Vielen er doden, gewonden? Waren er burgerslachtoffers? En sorteert deze waarschuwing effect bij Al-Qaeda en de Talibaan, bijna twee jaar na de val van het regime? Niemand die weet of Mountain Viper een succes is of was. Net zomin als iemand weet hoe acties afliepen met namen als Eagle Fury, Mongoose en Vaillant Strike die ook onderdeel uitmaken van de operatie Enduring Freedom. De woordvoerders van de internationale coalitie zijn niet scheutig met informatie. Bij de eerste missie van de Nederlandse F-16-vliegers verklaarde de Amerikaanse commandant in het NOS-journaal: ,,We praten niet over het feitelijke aantal afgeworpen bommen. [...] Wij denken dat je dan op een tactisch vlak komt en wij geven daar geen informatie over vrij.'' Verder wordt het gebied waarin de acties van de operatie Enduring Freedom plaatsvinden amper nog door onafhankelijke waarnemers bezocht. De infrastructuur ligt er nog steeds in puin, de bergachtige gebieden zijn moeilijk begaanbaar en het allerbelangrijkste: het is er levensgevaarlijk. Bomaanslagen, beschietingen en berovingen zijn aan de orde van de dag en hebben ook de hulporganisaties getroffen zoals het Internationale Rode Kruis en Mercy Corps.

Afgelopen mei meldde het ministerie van Defensie dat de Nederlandse F-16piloten er hun 500ste missie boven Afghanistan op hadden zitten. Tot nu toe hebben de Nederlandse piloten daarbij ten minste drie keer gebombardeerd. En na bombardementen waaraan Nederlandse F-16's hebben deelgenomen zijn burgerslachtoffers gemeld door lokale overheden en journalisten. Maar precieze aantallen doden en gewonden zijn niet te geven. Er is nog nooit een oorlog geweest waarin journalisten zo weinig toegang hebben gekregen tot Amerikaanse troepen, concludeerde de Columbia Journalism Review in een onderzoek over de eerste drie maanden oorlog in Afghanistan op basis van gesprekken met verslaggevers, buitenlandredacteuren en leidinggevenden in de media. ,,Als gevolg van de luchtaanvallen en grondoperaties in Afghanistan blijft het aantal burgerslachtoffers stijgen'', constateert Amnesty International in haar jaarverslag over 2002. De organisatie schrijft het exacte aantal doden en gewonden niet te kennen ,,door een gebrek aan onafhankelijk onderzoek en vrije informatie''.

Hoe is dan te beoordelen of de operatie Enduring Freedom succesvol is en welke prijs betalen Afghaanse burgers voor de vrijheid die hun wordt gebracht door de internationale coalitie? Na de aanvallen op het Amerikaans WTC in New York en het Pentagon in Washington begon deze strijd in Afghanistan, omdat de Talibaan onderdak verschaften aan moslimextremisten van allerlei afkomst onder wie Osama bin Laden en zijn terreurorganisatie Al-Qaeda. Zijn trainingskampen werden beschouwd als broedplaatsen van terrorisme en dus werden die gebombardeerd en werd in één moeite door het Talibaan-regime verdreven.

Feit is dat veel Afghanen de acties in het kader van Enduring Freedom als bevrijdend hebben ervaren, omdat die hen van de Talibaan verloste. Twee jaar na de terroristische aanvallen kun je in de bazaar van Kabul speelgoed-Osama's kopen die als gevangene afgevoerd worden door Pakistaanse soldaatjes. In werkelijkheid is Osama bin Laden nog altijd zoek, net als Talibaan-leider Mullah Omar die Bin Laden onderdak verleende, en konden de Talibaan de afgelopen maanden in Pakistan verblijven om vandaaruit de grens met Afghanistan over te steken om er aanslagen te plegen of om zich er weer te vestigen.

Tegelijkertijd oogsten de militaire acties ook kritiek van Afghanen, omdat ze burgerslachtoffers maakten. Zo documenteerde de Amerikaanse hulporganisatie Global Exchange 824 burgerslachtoffers tot januari 2002 met de aantekening dat men slechts ,,in een beperkt aantal provincies kon werken''. Op initiatief van de organisatie gingen familieleden van de `911'-slachtoffers naar getroffen Afghaanse families. En ze schrokken van hun verhalen. Zo vertelde mijnheer Mohammed uit een dorpje bij Kandahar dat hij twee maanden voor zijn vrouw heeft verzwegen dat haar kinderen waren omgekomen bij een bombardement in november 2001. Ze herstelde in het ziekenhuis van haar verwondingen, die ze bij datzelfde bombardement had opgelopen. Toen ze thuiskwam, hoorde de vrouw van haar buren dat al haar vijf kinderen gedood waren. Ze ging het huis niet meer uit en stopte met eten.

Vreugdeschoten

Niet meegeteld was een ander incident dat zich voordeed in juli 2002. Toen bombardeerden Amerikaanse gevechtsvliegtuigen een trouwpartij. De mannen schoten ter verhoging van de feestvreugde met hun kalashnikovs in de lucht. De Amerikanen schrokken en gooiden een aantal zware bommen af. Resultaat: achtenveertig doden, meer dan honderd gewonden en publiciteit, want deze misser kon niemand ontgaan.

Terwijl de Nederlandse piloten nog niet aan hun opdracht in Kirgizië waren begonnen, trok het Tweede-Kamerlid Koenders (PvdA) na dit bruiloftincident onmiddellijk aan de bel bij de Nederlandse regering. Hij vroeg hoe kon worden voorkomen dat Nederlandse F-16's op eenzelfde manier betrokken zouden raken bij fouten. Minister De Hoop Scheffer (Buitenlandse Zaken) antwoordde dat daarvoor twee Nederlandse verbindingsofficieren zijn aangesteld die de acties toetsen aan de Nederlandse richtlijn. Het tijdschrijft `Onze Luchtmacht' omschrijft het als volgt: ,,Zou een eenzame schutter met een kalashnikov op het dak van een huis het vuur openen, dan moet er op hem worden teruggeschoten, maar mag niet dat huis met een vijfhonderdponder met de grond gelijk gemaakt worden.'' De verbindingsofficieren zijn gestationeerd in het militaire hoofdkwartier van de coalitie in Bagram waar vooral Amerikanen zijn gelegerd, maar ook Polen, Canadezen, Britten, Roemenen en Litouwers.

Uiteindelijk is de beslissing aan de piloot zelf, benadrukte de bewindsman. Voordat hij besluit wel of niet bommen af te werpen, moet de piloot bepalen of hij te maken heeft met ,,een legitiem doel''. De Hoop Scheffer legde uit dat de F-16's zijn uitgerust met ,,een camera, waarmee het doel kan worden geverifieerd en op video kan worden vastgelegd''. Bij twijfel over de identiteit of de legitimiteit is de instructie geen wapen in te zetten.

Maar hoe, in het geval van Afghanistan, onderscheid je de ene baard van de andere? Welke man met een tulband en een geweer bewaakt zijn erf of is op kwarteljacht en welke man is een terrorist?

Afgelopen december gaven Nederlandse piloten 's nachts luchtsteun in Afghanistan aan twee Amerikaanse Black Hawk-helikopters toen die werden beschoten. De Amerikanen waren bezig met het ophalen van gewonden en de Nederlanders vlogen laag in om de aanvallers af te schrikken. Dat lukte. In het pikkedonker, met behulp van nachtkijkers en de genoemde camera's konden de Black Hawks gelokaliseerd worden en werd de vijand verjaagd zonder dat er werd geschoten.

Ook in februari werden de gebruikelijke patrouilles opnieuw onderbroken voor een actie in de lucht, zo staat vermeld op de website van het squadron in Manas: ,,Op de `line' wordt het spannend. We horen van de jongens van 322 squadron dat er bommen gegooid gaan worden. Hebben wij weer; gaat er eindelijk iets gebeuren, zijn we vrij. Als we op dienst komen, horen we dat de vliegtuigen een air-abort hebben gehad. Een van de vliegtuigen krijgt klachten tijdens de vlucht en ze komen onverrichter zake terug. De volgende vlucht gaan ze het weer proberen. De vliegtuigen starten op en vertrekken zonder problemen. De vliegers waren wel iets meer opgewonden dan normaal, het is voor hen de eerste keer dat ze bommen gaan gooien op een `echt doel'. Als de kisten terugkomen, zijn de bommen er inderdaad af en volgens de ooggetuigenverslagen was het een groot succes; missie completed.''

Het is dezelfde maand dat Carlotta Gall, correspondent voor de New York Times, wacht op toestemming van de Amerikaanse troepen om mee op pad te gaan. Ze wil getuige zijn van de operatie waarbij uiteindelijk ook de Nederlandse F-16's in actie kwamen. Gall, zelf Brits, besloot op eigen gelegenheid te vertrekken. Ze reed van Kabul met een auto in een dag naar Kandahar en vandaaruit een dag naar Lejay in de Baghran-vallei in de bergen van Helmand. Gall wist snel genoeg dat ze op de juiste plek was beland, vertelt ze vanuit de zuidelijke stad Kandahar: ,,Wij werden niet gebombardeerd, maar het voelde wel zo. Het was een oorverdovend geluid.'' Wat er precies gebombardeerd werd kon de verslaggeefster niet nagaan: ,,Het zag er niet uit alsof ze een bepaalde groep achtervolgden. Soms willen ze alleen laten weten: `We zijn hier en we komen achter je aan', dat is om hun macht te laten zien.''

Wekenlang was Eagle Fury het belangrijkste nieuws tijdens persbriefings op de militaire basis in Bagram. De Nederlanders deden daaraan ook mee, aldus het ministerie van Defensie. Ze bombardeerden op 4 februari en daarna nog een keer in de nacht van 9 op 10 februari. In het NOS-journaal van 4 februari vertelde een Nederlandse woordvoerder dat ze met behulp van de camera's vaststelden ,,dat drie van de vier lasergestuurde bommen zijn ingeslagen'', maar dat hij niet kon beoordelen wat de schade precies was aan het grottencomplex dat werd bestookt.

Op 10 februari bericht Defensie dat de F-16's bommen hebben afgegooid, nadat een Amerikaans konvooi ,,tijdens het passeren van de Lejay Baghran-vallei in een hinderlaag werden beschoten met zware machinegeweren en bestookt met granaten''. De schoten waren afkomstig van een ,,anti-Amerikaanse groep'' – daarvan is de Amerikaanse correspondent Gall overtuigd. ,,De Amerikanen waren op zoek naar een man die onderdak zou hebben gegeven aan de Talibaan, betrokken was bij smokkel en niet veel goeds van zin was.''

De dorpsbewoners van Lejay waren volgens Gall overstuur het dorp uitgevlucht, de heuvels in om dekking te zoeken in de grotten. ,,Dat doen alle dorpelingen in Afghanistan als ze schoten horen.'' In de jaren '80 werden Afghanen voortdurend gebombardeerd door sovjetpiloten en ook door hun eigen landgenoten die voor de communisten werkten. Geregeld vluchtten veel Afghanen voor maanden de bergen in om daar in grotten aan bombardementen te ontsnappen. Ook in de Talibaan-tijd raakten hele gebieden ontvolkt en trokken de bewoners naar de bergen om te schuilen.

De woordvoerders van Enduring Freedom ontkenden dat onschuldige burgers waren gedood tijdens deze operatie, maar deze bombardementen maakten volgens Gall wel degelijk burgerslachtoffers. ,,De Amerikanen moeten echt eens gaan beseffen dat ook gewone mensen in de grotten dekking zoeken.'' De verslaggeefster weet dat in Lejay schaapherders en kinderen de heuvels in gingen. ,,Er werd een levenloos lichaam naar beneden gebracht van een herder die niks met terrorisme te maken had. Zijn broer van 14 jaar was zwaargewond.'' De correspondent noemt nog ,,vier of vijf kinderen die gewond waren geraakt''.

Bij Eagle Fury deden gevechtsvliegtuigen uit verschillende landen mee aan de bombardementen. Gall: ,,We kregen in die tijd te horen dat ook de Nederlanders deelnamen, mogelijk ook aan deze actie.'' Het aantal burgerslachtoffers is onbekend gebleven. Dorpelingen zeiden dat er zeventien doden waren, maar Gall zelf schat het aantal lager in.

Afghanen in de regering zien het optreden van de coalitie lijdzaam aan. Commentaar is er maar mondjesmaat, want de Amerikanen en de andere coalitiegenoten hebben geholpen met het verdrijven van de Talibaan. Alleen na de bommen op de bruiloft moest er wel afkeuring worden uitgesproken en dreigde minister van Buitenlandse Zaken Abdullah Abdullah zijn steun aan de Amerikaanse campagne op te zeggen. ,,Het is cruciaal om de Afghaanse burgers aan onze zijde te houden en het doel moet zijn om de aantallen slachtoffers zo veel mogelijk te beperken'', zei hij tegen de New York Times.

Intussen is de steun van Afghaanse burgers voor het optreden van de Amerikaanse troepen en de coalitiepartners broos, zo blijkt uit een bericht van persbureau Reuters van 19 augustus. Toen waren Amerikanen een dorpje aan de grens met Pakistan binnengevallen op zoek naar strijders van de Talibaan en Al-Qaeda. Ze stuitten op korans in jutezakken. De soldaten begrepen er niets van, totdat de dorpelingen hun vertelden dat ze bang waren gedood te worden als de Amerikanen erachter kwamen dat ze moslim waren. Veel Afghanen zijn analfabeet, verstoken van elektriciteit en media en zij concluderen na zo'n incident dat de Amerikanen ,,van God los'' zijn.

Dat de Amerikaanse soldaten vaak breken met de Afghaanse conventies bleek ook op 3 januari van dit jaar. Toen ging de Duitse freelance oorlogsverslaggever Franz Joseph Hutsch, die onder meer puliceerde in Stern en Die Welt, met de Amerikanen naar een dorpje vlakbij het Tora Bora-gebergte. Ik was verbaasd hoe agressief de Amerikanen te werk gingen, vertelt de verslaggever, zelf reserve-officier, over het optreden van soldaten van de 10 Mountain Division en het 503 Airborne Regiment. ,,Er waren alleen maar hele vage aanwijzingen dat er Talibaan of Al-Qaeda-strijders zouden zijn.''

Hutsch telde ongeveer zeventig militairen die waren uitgerukt voor de actie. Zelf volgde hij een eenheid die met zo'n tien man naar de oostkant van het dorpje trok. Ze troffen drie gebouwen op een erf, die op klassiek Afghaanse wijze door een metershoge lemen muur waren afgeschermd van de omgeving. Een zware houten poort was en bleef gesloten, ook nadat de Amerikanen met hun geweren op de poort hadden gebonkt en in het Engels toegang hadden geëist. Want de enig beschikbare tolk was niet ter plekke – die trok op met de commandant.

Grove vernedering

De Amerikanen bliezen de poort op en de familie die daarop naar buiten kwam werd overmeesterd. Hutsch: ,,De mannen kregen zakken over hun hoofd en moesten met hun gezicht naar beneden op de grond gaan liggen. Daarna werden de vrouwen door de Amerikaanse mannen gefouilleerd. Dit is een grove vernedering voor een Afghaanse moslimvrouw.'' Volgens Hutsch was er geen enkele aanwijzing dat er wapens waren of dat de familie een vijandige houding innam ten aanzien van de Amerikanen. De coalitie heeft over deze actie nooit een mededeling naar buiten gebracht.

Kort na het optreden liep het dorp te hoop, aldus Hutsch, en ontstond er een vijandige, anti-Amerikaanse sfeer. De Amerikaanse commandant gaf zijn troepen het bevel zich terug te trekken tot twee à drie kilometer buiten het dorp. Vandaaruit werd luchtsteun aangevraagd. ,,Na twintig minuten kwamen er twee Amerikaanse F-16's laag over het dorp vliegen. Ze trokken naar boven en ik hoorde in totaal vijf explosies.''

Wat de bombardementen hebben aangericht in het dorp heeft Hutsch zelf niet gezien. De Amerikanen trokken zich na het bombardement terug naar Jalalabad. Hutsch hoorde dat er acht doden en drieëntwintig gewonden waren als gevolg van het bombardement. Die aantallen werden in de hoofdstad Kabul bevestigd door verschillende inlichtingendiensten. In hoeverre dit soort acties een voedingsbodem zijn voor steun aan Talibaan en Al-Qaeda is onbekend. ,,,Onze jongens zinnen op wraak, in hun hart smeulen gloeiende kooltjes'', zei een stamoudste tegen een Amerikaanse krant.

Bruggenbouwers

Afgelopen lente lieten de Amerikaanse woordvoerders op de militaire basis in Bagram bij Kabul weten dat er meer ,,vijandige aanvallen'' plaatsvonden. Specifieker was de beschuldiging van de legerleiding niet. Er gaat geen week voorbij of de coalitietroepen worden gefrustreerd. Amerikaanse bases worden regelmatig met raketten bestookt; konvooien van de coalitie lopen meermalen in een hinderlaag; ten minste 35 Amerikanen zijn gedood in deze oorlog, en regelmatig moeten grensgebieden van Afghanistan terugveroverd worden.

Inmiddels dreigen het zuiden en oosten van Afghanistan ontoegankelijk te worden voor westerlingen wegens gevaar voor eigen leven en ook voor hulporganisaties die vaak hun fondsen uit westerse landen krijgen. Op initiatief van de Amerikanen zijn Provinciale Reconstructie Teams van militairen met civiele taken kleinschalige hulpprojecten aan het opzetten. De meeste grote hulporganisaties vrezen nu dat zij ook als militairen of spionnen zullen worden gezien, en het lijkt in veel gebieden nu uitgesloten zonder zware beveiliging te werken.

Deze week nog werden vier Afghaanse werknemers van het Deense Dacaar doodgeschoten. Zij vormden gemakkelijk aan te vallen soft targets: bruggenbouwers en waterkundigen die zich niet beveiligen. Net buiten Kabul in Logar werd begin deze maand een school in brand gestoken en werden pamfletten verspreid waarop stond dat meisjes voortaan thuis moesten blijven. Regelmatig worden wegwerkers aangevallen die de wegen weer begaanbaar moeten maken en zelfs de politieagenten die zijn aangesteld om de projecten 's nachts te bewaken zijn het doelwit van acties.

Ook op andere fronten is het onrustig in Afghanistan. Zo zijn de krijgsheren terug van nooit-echt-weggeweest en ze gedragen zich als vanouds, zo rapporteren verschillende mensenrechtenorganisaties. Ze heffen `belasting' langs de openbare weg, kidnappen vrouwen en jongens, moorden, verkrachten en plunderen. Human Rights Watch constateerde in juli ,,dat de landelijke gebieden buiten Kabul feitelijk door krijgsheren en bandieten in gijzeling zijn genomen''. Voor de goede orde: die krijgsheren horen niet bij de Talibaan of bij Al-Qaeda, veel krijgsheren zijn zelfs bondgenoten van de Amerikanen en maken deel uit van de coalitie. In een open brief schreef Mahmood Karzai, de broer van president Karzai, dat de Amerikanen er met hun financiële en militaire steun aan de krijgsheren zelf voor zorgen ,,dat Afghanen kwetsbaar worden voor manipulatie door Al-Qaeda en de Talibaan.''

Dan zijn er de Pathanen. De Talibaan waren in meerderheid Pathaans en nu voelt deze etnische groep zich buiten spel gezet. De VN-vluchtelingenorganisatie waarschuwde begin dit jaar al dat veel Pathanen uit het noorden en westen wegvluchten voor etnisch geweld en dat hun landerijen hun ontnomen worden. In het zuiden en oosten van Afghanistan voelen veel Pathanen zich gemarginaliseerd door de regering in Kabul. President Karzai wordt gezien als een excuus-Pathaan die door machtige krijgsheren van de Noordelijke Alliantie gedomineerd wordt. Dat ervoer ik ook zelf, afgelopen april, toen ik verkeerde in Pathaans gebied in gezelschap van Amanullah Zadran die deel uit had gemaakt van de regering-Karzai. Hij was om veiligheidsredenen opgestapt, nadat twee Pathaanse ministers waren gedood. Een was gelyncht op het vliegveld van Kabul onder het toeziende oog van ISAF-vredestroepen, de ander werd door het hoofd geschoten. Met de ex-minister hoorde ik 'savonds op de radio het bericht dat in Shkin in Paktika zeven vrouwen en vier kinderen per ongeluk gebombardeerd waren met een duizendponder van de Amerikanen. ,,Sorry, zeggen ze'', riep de ex-minister boos: ,,Sorry? Als ze zo doorgaan, verwelkomt straks iedereen Al-Qaeda!''

Intussen brengen de toenemende spanningen de Amerikanen tot eigen conclusies. Deze week stuurde het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken een missive naar Kabul. Amerikaanse diplomaten werd opgedragen het verkeer tot een minimum te beperken. ,,We herinneren de Amerikaanse gemeenschap aan de voortdurende dreigementen (...) en we dringen aan op het nemen van gepaste maatregelen ter bescherming van uw veiligheid.''

Dit artikel kwam tot stand in samenwerking met de Argosredactie die op 12 september een radio-uitzending over dit onderwerp verzorgde. (www.vproradio.nl)