Dichter tot de psyche

`Zware psychopaat', `een schizoïde figuur', `lijder aan een meervoudige persoonlijkheidsstoornis', `oedipus-complex', `volkomen narcistisch' of, vager, `een gedesequilibreerde'. De diagnoses die diverse psychiaters in de loop der tijd aan de Nederlandse dichter Gerrit Achterberg (1905-1962) stelden, variëren nogal.

Vaak was hun oordeel en advies gekleurd door het bijzondere artistieke talent van hun patiënt. Dat blijkt uit het deze maand verschenen themanummmer `Achterberg' van het Maandblad Geestelijke volksgezondheid (MGv), waarin behalve niet eerder gepubliceerde correspondentie met de dichter ook rijkelijk geciteerd wordt uit twee psychiatrische persoonsbeschrijvingen die destijds werden opgesteld.

Gerrit Achterberg schoot op 15 december 1937, kennelijk in een paniekaanval, zijn hospita Roel van Es dood en verwondde haar zestienjarige dochter Bep. Met beiden onderhield hij een seksuele relatie. Kort na dit drama in de Utrechtse Boomstraat gaf hij zich aan bij de politie.

In plaats van een veroordeling tot gevangenisstraf wegen doodslag besloot de rechtbank in Utrecht op 2 juni 1938 om Achterberg ter beschikking van de regering te stellen (TBR). Dat was het begin van een jarenlange gang door psychiatrische inrichtingen, die pas werd opgeheven nadat Achterberg in 1948 in het huwelijk trad met zijn vroegere vriendin Cathrien van Baak.

Een van de artikelen in het themanummer bevat een niet eerder gepubliceerde briefwisseling tussen de dichter en de latere psychiater Hans Keilson, waaraan deze krant op 3 september al aandacht besteedde. Deze brieven zijn op zichzelf interessant als onderdeel van het Nederlands literaire erfgoed, maar meer kijk op de persoon van Achterberg leveren de commentaren van deskundigen, die er de gevalsbesprekingen van de beroemde dichter er nog eens op na sloegen.

Psychiater Jan Vink, verbonden aan het Psycho-medisch Centrum Parnassia in Den Haag, probeert in het artikel `Spiegelingen' een postume diagnose op te maken: ``(...) de conclusie moet zijn dat er bij Achterberg sprake was van een zeer ernstige persoonlijkheidstoornis, met zowel psychopathische als narcistische kenmerken.'' Wat we met deze zeer algemeen geformuleerde conclusie opschieten is niet duidelijk. Het is zelfs de vraag of een psychiater een zorgvuldige `diagnose op afstand' kan formuleren. Denk alleen maar aan de heisa die onlangs ontstond toen enkele psychologen in de media verkondigden dat Volkert van der G., door de rechtbank veroordeeld voor de moord op Pim Fortuyn, waarschijnlijk aan het syndroom van Asperger leed, terwijl zij Van der G. nooit hadden ontmoet of zelfs maar zijn dossiers kenden.

Concreter wordt het als Flip Treffers, hoogleraar kinder- en jeugdpsychiatrie in Leiden, samen met David Bos, hoofdredacteur van het MGv, de loopbaan van Gerrit Achterberg in de psychiatrie schetst aan de hand van twee rapporten die destijds zijn opgesteld. De auteurs verkregen via het informele circuit van Achterberg-parafernalia kopieën van het rapport dat werd opgesteld tijdens het half jaar dat de dichter in het Utrechtse Huis van Bewaring in voorarrest zat en van het psychiatrisch rapport dat tijdens Achterbergs verblijf in de Valeriuskliniek werd opgesteld door de zenuwartsen prof.dr. Lambert van der Horst en dr. S.P. Tammenons Bakker. Treffers en Bos zeggen niet te beschikken over een derde psychiatrisch rapport over Achterberg, dat de Utrechtse zenuwarts Henri van der Hoeven in 1938 opstelde. Als het doel was een compleet beeld van de gevalsbeschrijving te geven, is dit een omissie, en dat terwijl ook dit rapport circuleert.

Niet eerder kwam de ziektegeschiedenis van Achterberg zo gedetailleerd in de openbaarheid. Wim Hazeu beperkt zich in zijn Achterberg-biografie uit 1988 tot parafraseringen en summiere citaten van de psychiatrisch rapporten. Hij schrijft: ``(...) op het ziektebeeld van Achterberg kan ik niet dieper ingaan. Het is des psychiaters om dat uit te leggen en daarover te oordelen.''

Nu dat anno 2003 gebeurt, doemt de vraag op of de psychiaters daarmee niet het medisch geheim schenden, dat verbiedt persoonlijke gegevens van patiënten openbaar te maken. Treffers en Bos verdedigen zich door te stellen dat deze rapporten via vrije nieuwsgaring te verkrijgen zijn en dat uit deze dossiers in andere bronnen inmiddels al vrijuit is geciteerd. ``Naar onze overtuiging wordt de privacy van Achterberg en zijn behandelaars daardoor niet erger geschonden dan ze al is (...).'' Treffers en Bos hebben hun voornemen uit de dossiers te citeren nog eens voorgelegd aan de Commissie Medische Ethiek van het Leids Universitair Medisch Centrum, die geen bezwaar zag in publicatie, omdat de dichter zelf en zijn naaste familie inmiddels zijn overleden.

Maar het in de openbaarheid brengen van vertrouwelijke medische gegevens van een beroemd persoon verzwakt toch enigzins de morele positie van het duo, temeer daar zij in hun artikel zenuwarts Lambert van der Horst bekritiseren omdat deze Achterberg gebruikte als demonstratiemateriaal bij college's.

Hoe het ook zij, het beeld dat van psychiatrisch patiënt Gerrit Achterberg naar voren komt, is van een ernstig gestoorde persoonlijkheid die in zijn eigen fantasiewereld leeft. Hij is geobsedeerd door seks en woordkunst, en kan soms in gewelddadige woede ontsteken als hij zijn zin niet krijgt. Bij de beoordeling van Achterbergs persoonlijkheid hebben zijn gedichten een belangrijke rol gespeeld, zo blijkt uit de door Treffers en Bos beschreven psychiatrische loopbaan van Achterberg. Zo beschouwde psychiater A. Fortanier van de kliniek Rhijngeest in Oegstgeest Achterberg in 1942 ``als (op zijn minst) een gevoelsarme psychopaat en zag in zijn poëzie niet veel meer dan de `autistische verbalisaties' (duisterheid, verwardheid, neologismen!) van een patiënt, die vermoedelijk toch wel schizofreen zou blijken te zijn.'' Ook sprak Fortanier van ``Wortsalat, met de schijn van iets moois''.

De behandeling die Achterberg vervolgens ontving als onderdeel van zijn TBR, stelt naar moderne maatstaven weinig voor, concluderen Treffers en Bos: ``De psychiatrie had, toen zeker, Achterberg niets te bieden. Er was niet zoiets als een zorgprogramma voor psychopaten.''

Maar waar brengt dit ons nu? Achterbergs dichtkunst en geestesziekte blijven ondeelbaar verenigd in één persoon. Tegelijkertijd zijn dicht en daad niet in één adem te beoordelen. Het is een dilemma dat de gemoederen zal blijven bezighouden. Net zo min als het mogelijk is de dichter aan de hand van zijn verzen psychiatrisch te analyseren, kun je omgekeerd zijn kunst niet verwerpen op basis van zijn misdaden en karaktereigenschappen.

Maandblad voor de Geestelijke volksgezondheid, 9, 2003. Themanummer Achterberg. ISSN 00248576, Uitgeverij Bohn Stafleu Van Loghum, Houten, tel. 030-6383736. Losse nrs. €9,35 plus verzendkosten. Abonnement €65,40 per jaar.