Diarree

Wil ik wel weten dat Frank de Boer tijdens de wedstrijd Tsjechië-Nederland last had van diarree? Liever niet. Het is zo intiem, zo hulpeloos, zo van de mens achter de voetballer. Doe mij maar een ideologisch conflict, altijd beter dan diarree.

Exhibitionisme van de ingewanden, het neemt in de sport hand over hand toe. Ik las dat Lei Clijsters de nederlaag van zijn dochter Kim toeschreef aan haar periodieke ongesteldheid. Zeg dat niet, Lei. Op het volgende grandslamtoernooi zie ik bij een mislukt dropshot alleen nog de krampen van je dochter door het onderstel razen. Tweede service in het net? Allicht: bloedvlek op het rokje.

Mensen die zo ostentatief in de intimiteit van hun eigen ongemak vluchten, hebben veel te verbergen. Dat heeft Dick Advocaat ook. De bondscoach zag woensdagavond grauw van ellende. De darmen hielden het niet meer: een eeuwigheid van diarree was over hem heen gevallen. Zeg dat dan. Als alles loopt, kan je niet denken, laat staan coachen. Er is een leed dat niet te doorstaan is, ook niet als je gebrainwashd bent door Jan Reker - de schijterij in persoon.

Lynchethiek is vaak instrumentele angst. Advocaat werd na de slapstick in Praag aan het spit geregen. De bondscoach werd afgeserveerd als een tactisch onbenul, als een vazal van parvenu's, als de stotterende schlemiel van Oranje, als de beschermengel van volgevreten ijdeltuiten die meer van Rolex en Gucci zijn dan van vlag en hymne. De kritiek was niet onterecht. Maar drie regels verder las ik dat de groot-inquisiteurs van Dickie wel rekenden op een gestuurde - lees gunstige - loting van Nederland voor de play-offs. Met dank aan Nike. Want Nederland moet hoe dan ook naar Portugal, desnoods aan de hand van huurmoordenaars en dwangarbeiders, aan het slijm van courtisanes en sjamanen.

Niet alleen de coach en de spelers van het Nederlands elftal lijden aan diarree, de media-industrie achter het voetbal loopt mede leeg voor het gouden kalf. In al het venijn dat op Dick Advocaat werd afgevuurd, glinsterde de hoop op een succesvolle barragewedstrijd, op kwalificatie, op eigenbelang. Anders gezegd: diarree als bruto nationaal product.

Iedereen haat het Nederlands elftal. Terecht. Wat moet ik nog met Patrick Kluivert? Hij heeft nu een bar in Barcelona met gordijntjes waar het gezellig keuvelen met en misschien wel een beetje gezellig fröbelen onder onder de rok van meisjes is. Dat wil dan spits wezen. Barhouder met een killersinstinct? Niet in de zestien, hooguit in de catacomben van de maffia. En alleen als het om dames en geld gaat.

Frank de Boer, Jaap Stam, Boudewijn Zenden, ze zijn zo verguld van hun eigen wreef dat ze vergeten een dieptepass te geven. Wat zeg ik, vergeten? Ze moeten er niet aan denken dat ze atoom van een collectief zouden zijn. Glorie is hun naam en de rest kan naar het schijthuis. Getergd door de publieke opinie hebben ze zich in Huis ter Duin nog een keer gewaagd aan een praatsessie. Wolven onder elkaar. Liever een genocide op Oranje dan succes voor de een of de ander. Gemeenschapszin, tricolore emoties, dienst en wederdienst waren niet besteed aan de gaharnaste ego's. Oranje is een leugen.

Waarom wordt het Nederlands elftal zo gehaat? Ik kan maar een antwoord bedenken: de gepriviligieerden kennen de ernst van het privilege niet meer. Nationalisme is routine geworden, een bezwering, een fata morgana. God en vaderland doen er niet meer toe. Hoe zou je zelf zijn? Wie tien miljoen euro verdient, buigt niet meer voor een lullig vlaggetje.

Exit Oranje.

Van mij mag het, maar wees dan consequent aan de nonchalance van gemoed. Trap niet, zoals Ruud van Nistelrooy, de tegenstander na, trap al helemaal geen fles weg in de dug-out. Blijf bescheiden in onthechting en verwezing en verzaak aan cosmetische furie. Niemand geloofde de woede van Van Nistelrooy.

Dick Advocaat deed alsof hij het niet zag. Willem van Hanegem is nooit in velden en wegen te bekennen als het er echt toe doet. Van Nistelrooy legde de kanker van Oranje perfect bloot: tumult in de ruimte; schaatsen in de woestijn. Een diarree-verschijnsel. Een flou artistique. Ik wil ook van Oranje af, ik wil terug naar Cambuuur, naar Sparta en De Graafschap. Diarree is van alle tijden en van alle mensen, maar in de provincie weten ze daar wel raad mee. Ze schijten en ze zwijgen, zoals het hoort voor tweebenige stoïcijnen.