Antillianen vaker verdacht van misdrijf

In Nederland woonden op 1 januari van dit jaar 129.312 Antillianen en Arubanen, van wie 44.917 behoorden tot de zogenoemde eerste generatie. Volgens de definitie van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) betekent dit dat zijzelf en ten minste één van hun ouders niet in Nederland zijn geboren. De tweede generatie wordt gevormd door Antillianen en Arubanen die in Nederland zijn geboren, maar van wie ten minste één ouder in het buitenland is geboren.

In 2002 immigreerden 5.992 Antillianen en Arubanen naar Nederland, ongeveer evenveel mannen als vrouwen. Onder deze groep nieuwkomers bevonden zich 1.687 jongeren in de leeftijd van 0 tot 18 jaar en 1.854 in de categorie 18 tot en met 24 jaar.

Zeer recente cijfers over criminaliteit onder Antillianen en Arubanen zijn niet voorhanden. Wel heeft het Instituut voor Sociologisch-Economisch Onderzoek (ISEO) van de Erasmus Universiteit Rotterdam een rapport uitgebracht, Integratiemonitor 2002, waarin cijfers staan uit het jaar 2000. Daaruit blijkt dat Antillianen en Arubanen crimineler zijn dan andere allochtonen. Van deze groep stond 7,9 procent stond te boek als verdachte, van de jongeren van 12 tot en met 24 jaar zelfs 10,6 procent de hoogste percentages van alle etnische groepen. De onderzoekers merken hierbij op dat bij de registratie van verdachten alle Antillianen en Arubanen die in Nederland zijn geboren (de tweede generatie) wordt gerekend tot de autochtonen. De oververtegenwoordiging van Antilliaanse en Arubaanse verdachten is daardoor onderschat.

Ook onder gedetineerden zijn Antillianen en Arubanen oververtegenwoordigd. Het rapport bevat een berekening per 100.000 personen van een etnische groep. Het aantal gedetineerden is zo voor Antillianen en Arubanen berekend op 1.391, het hoogste getal van alle etnische groeperingen. Hoewel er relatief veel Antillianen en Arubanen zijn gedetineerd, behoort slechts 8 procent van de populatie in gevangenissen tot deze groepering.

Antillianen en Arubanen blijken relatief vaak betrokken bij drugsgerelateerde criminaliteit en vermogensdelicten met geweld. Uit `zelfrapportages', enquêtes onder scholieren, blijkt dat 40 procent van de Antilliaanse en Arubaanse jongeren zegt wel eens een geweldsdelict te hebben gepleegd, 30 procent meldt betrokkenheid bij diefstal. Opmerkelijk is dat Antilliaanse en Arubaanse meisjes deze delicten bijna net zo vaak melden als jongens. Bij andere etnische groepen zijn vooral jongens crimineel.