Aan de techniek!

Techniek mag geen incident zijn. Leerlingen moeten er hun hele schooltijd lang mee in aanraking komen. Laat hen zélf dingen ontwerpen, zodat zij kunnen ontdekken hoe leuk techniek is.

`WIE JONGEREN aan de techniek wil krijgen, moet ervoor zorgen dat ze geráákt worden.' Zegt Remke Bras-Klapwijk, projectleider Jongeren & Techniek bij de Stichting Toekomstbeeld. ``Jongeren van nu zijn anders dan tien, twintig jaar geleden. Als je vroeger goed was in exacte vakken werd je voor gek werd versleten als je daar niets mee ging doen. Nu is dat niet meer zo. `Moeilijk' heeft geen status meer. Sterker nog: je bent gek als je daarvoor kiest, terwijl je het ook op een makkelijker manier kunt maken in het leven. Status is sowieso minder belangrijk voor jongeren van nu. Wat zij willen is fijn werk en bij een fijne `club' horen. Wie jongeren wil trekken moet dus zorgen voor een werkplek met een imago waarvan jongeren zeggen `daar wil ik bij horen'.''

Om inzicht te krijgen in de beweegredenen van jongeren om voor een bepaalde studie te kiezen, start Bras dit najaar met het project `Young at heart'. Daarin laat ze jongeren vertellen over hun idealen, om die vervolgens te koppelen aan technische beroepen en vice versa. ``Bedrijven begrijpen werkelijk niet waarom jongeren zich niet aangetrokken voelen tot techniek. Op deze manier hopen we daar meer inzicht in te krijgen, zodat bedrijven daarop actie kunnen ondernemen. En we willen jongeren laten zien dat zij hun idealen ook in een technisch beroep kunnen verwezenlijken.''

Hoewel jongeren van nu `status' niet belangrijk vinden, vinden hun ouders dat vaak nog wel. ``Iedereen wil graag dat zijn kind arts of notaris wordt. Maar een technisch beroep zien ook veel ouders niet zitten'', zegt Bras. ``Die omslag in het denken moeten we proberen te gaan maken.'' Het feit dat `techniek'in de kerndoelen van het basisonderwijs is opgenomen is onvoldoende, denkt Bras. ``Het ontbreekt aan enthousiasme bij de docenten. Terwijl er zoveel mogelijkheden zijn. Een kinderboekenweek thema als `Ay ay kapitein' biedt volop mogelijkheden tot het bouwen van boten en vlotten. Maar daar komen scholen niet mee. Technische geletterdheid wordt in onze cultuur niet belangrijk gevonden.''

De wortel van dat kwaad ligt volgens Bras in de sterke scheiding die in onze samenleving wordt gemaakt tussen wel of niet technisch zijn. ``Alfa- en gamma-wetenschappers houden zich nauwelijks met technologie bezig, terwijl het veel invloed heeft op de manier waarop wij leven. We hebben te veel het idee dat technisch zijn voor een beperkte groep mensen is weggelegd.'' Het is volgens haar dan ook niet vreemd dat er op de pabo's weinig gebeurt met techniek, want daar zitten studenten en vooral meisjes die zichzelf niet technisch vinden.

De technische opleidingen in het voortgezet onderwijs kampen al jaren met een dalende instroom van leerlingen. De vmbo's en mbo's zijn om die reden actief bezig met vernieuwing van hun onderwijsaanbod. Maar op het havo en vwo blijft het profiel Natuur & Techniek terrein verliezen, omdat het de naam heeft moeilijk en theoretisch te zijn. Maar het kán anders, aldus Bras. ``Er zijn pionierende docenten, die hun leerlingen zelf dingen laten ontwerpen. Er is een samenwerkingsverband tussen de TU Delft en een aantal middelbare scholen waarbij leerlingen ontwerpopdrachtjes uitvoeren, zoals `ontwerp een bezem voor iemand met één arm' of `maak een handige pilstrip voor bejaarden'.''

Een ander initiatief dat dit najaar op 35 scholen voor voortgezet onderwijs van start gaat is `Jet-Net': Jongeren en Techniek Netwerk Nederland. Dit netwerk van multinationals (Shell, Akzo Nobel, DSM, Philips en Unilever), het onderwijs en de overheid (ministeries van OC&W en Economische Zaken) wil door middel van onderlinge samenwerking de technologie letterlijk de school in brengen om belangstelling te wekken voor een carrière in de techniek.

Via gastlessen, excursies en experimenten moeten leerlingen gedurende hun hele schooltijd geregeld met techniek in aanraking komen. Niet als incident, maar ingebed in de lesmethode, waarover overleg is tussen de docenten en de medewerkers van de deelnemende bedrijven.

De sleutel tot succes voor dit soort projecten is volgens Bras om jongeren de ruimte te bieden om zélf te oordelen over techniek. ``Het komt hypocriet over als de raden van bestuur van de vijf deelnemende multinationals jongeren oproepen techniek te gaan studeren terwijl ze zelf geen technische studie hebben gedaan.'' Dat zien ook de initiatiefnemers van Jet-Net. Projectcoördinator Herman Telle: ``Aanvankelijk bestond bij de vijf bedrijven het idee: `we stoppen die kinderen in een bus, brengen ze hier naar toe en vertellen hoe leuk techniek is', maar daar zijn we al snel van afgestapt. Nee, wil je hun belangstelling voor techniek wekken, dan moet je ze zelf dingen laten doen, zodat ze op eigen kracht ontdekken hoe leuk techniek is.''

Opvallend detail is dat ook voor docenten dagen worden georganiseerd bij de deelnemende bedrijven, zodat zij de toepassing van hun vak met eigen ogen zien.``Docenten hebben immers veelal na hun middelbare school direct hun opleiding gedaan en zijn weer naar de middelbare school teruggegaan'', zegt Telle. ``In die zin bieden zij ook niet het juiste referentiekader voor de leerlingen.''