48 uur in Sorrento

Lien Heyting was in Sorrento waar toeristen elke avond klappen voor de zon als die weer spectaculair is ondergegaan.

WANNEER GAAN?

Zoals overal in Zuid-Italië zijn de temperaturen in het voor- en najaar het aangenaamst. Bovendien is de natuur van het Sorrentijns schiereiland aan de Golf van Napels dan op zijn mooist: eind maart zijn de citroenboomgaarden al in bloei en in september en oktober begint de herfst uitbundig te kleuren.

VERGEZICHTEN EN STRANDEN

Het mooiste van Sorrento is het uitzicht over de Golf van Napels dat zich overal voor je ogen ontvouwt, op de terrassen en in de stadsparkjes waar verliefde pubers elkaar omstrengelen en weinig aandacht lijken te hebben voor het weergaloze schouwspel. In de turquoise zee zijn in de verte nog net de contouren van de eilanden Ischia en Procida te ontwaren (niet van Capri, want dat ligt om de hoek van een landpunt), daarnaast zie je het vasteland met de stad Napels en de Vesuvius. De ondergaande zon is in Sorrento elke avond van een schaamteloze schoonheid en krijgt na zijn verdwijning dan ook vaak een verdiend applaus van de toeristen.

Wie een toeristenfobie heeft moet niet naar Sorrento gaan. Gelukkig is het een rustig slag mensen dat hier vertoeft, waarschijnlijk doordat het stadje, dat 70 meter boven zee op een rotsplateau is gebouwd, geen noemenswaardig strand heeft. Door de steile rotsen gaan enkele liften naar een paar piepkleine nepstrandjes van vulkaangruis. Er zijn ook wat houten pieren met ligstoelen rondom de in zee afgezette zwembadjes, maar daar zie je maar zelden iemand induiken. De zwemmers gaan naar Punta del Capo, vlakbij Sorrento, waar rondom de ruïne van een oude Romeinse villa de zee door idyllische inhammetjes kabbelt. Het enige nadeel zijn de scherpe keien waaraan je hier makkelijk je voeten bezeert. Wie het comfortabeler wil, moet naar het dorpje Meta – een half uurtje met de bus. Daar zijn een paar echte zandstranden.

ROMEINSE SCHILDERKUNST

Sorrento is een stad voor uitstapjes – op weinig plekken in de wereld zijn zoveel toeristische hoogtepunten zo dicht bij elkaar te vinden.

Napels is het snelst te bereiken per boot, de `hydrofoil', die je na 35 minuten varen vlakbij het beroemde Piazza del Plebiscito afzet. De treinreis duurt een uur en brengt je in een minder aantrekkelijk deel van de stad.

Napels is de afgelopen jaren spectaculair opgeknapt. Gebouwen die vroeger zwart en afgebladderd waren, zijn gerestaureerd en toeristen die bang zijn dat ze tijdens de schok van de schoonheid hun tasje kwijt zullen raken aan de legendarische Napolitaanse diefjes, worden gerustgesteld door een ruime aanwezigheid van politieagenten die over de binnenstad waken.

`Napels is als New York', schijnt Andy Warhol te hebben gezegd. Als je over de Via Toledo naar het Museo Archeologico Nazionale loopt, doet het straatbeeld inderdaad aan New York denken, al zijn er geen wolkenkrabbers.

Het archeologisch museum van Napels met zijn talloze Romeinse schilderingen, mozaïeken en sculpturen, is alleen al een reden om naar deze streek af te reizen. De fijnzinnige wandschilderingen die de huizen van Pompeï en Herculaneum sierden, ademen zo'n levenslust dat het contrast met de kunst uit het andere grote museum van Napels, het Museo di Capodimonte, wel heel groot is. De vroeg-Italiaanse kunst die hier getoond wordt is geen genotzuchtige uitbeelding van wijnranken, pronkende pauwen en lierspelende goden, maar van lijdende Christussen, doornenkronen en wenende vrouwen. Het Museo di Capodimonte staat hoog op een heuvel aan de rand van de stad in een wonderbaarlijk stil park. Ga erheen, al was het maar voor de twee Brueghels die er hangen: De parabel van de blinden en De misantroop. Koop na uw bezoek in de bar bij de bushalte vlakbij de ingang van het museum voor 77 cent een buskaartje en u wordt met één overstap lijnrecht gebracht naar de haven waar u uit Sorrento aankwam. De Napolitaanse buspassagiers wedijverden in behulpzaamheid om ons de juiste verbinding te wijzen.

Alle toeristen in Sorrento gaan naar Pompeï, dat maar een half uurtje met de trein is, maar er is meer te zien in Herculaneum, de andere stad die de uitbarsting van de Vesuvius in het jaar 79 noodlottig werd. Het gebied van de opgravingen van Herculaneum is kleiner dan dat van Pompeï, maar de huizen zijn beter bewaard gebleven en er zijn ook meer restanten van de Romeinse schilderkunst. Wie daar geen genoeg van krijgt moet vlakbij het treinstation van Torre Anunziata vooral ook nog een bezoek brengen aan de Villa Poppea die in de Romeinse tijd in Oplontis, een chique buitenwijk van Pompeï, stond. De villa, of liever gezegd: het paleis, is genoemd naar Poppea Sabina, keizer Nero's tweede vrouw, die misschien de eigenares was. Het is een heel complex van kamers, keukens, atriums, binnentuinen, arcades en een enorm antiek zwembad. En overal, op alle muren, zijn weer die zinsbegoochelende schilderingen van guirlandes, nymfen en nereïden, lieflijke landschappen en glazen schalen vol glanzend fruit.

VAREN EN WANDELEN

Hoe sprookjesachtig het eiland Capri ook mag zijn, een dagtocht per boot is af te raden omdat het bijna onmogelijk is je los te maken van de mierenstroom van de toeristen. Liever een boottochtje langs de beroemde Amalfitaanse kust naar Amalfi of Positano. Of ga er met de bus heen, langs smalle, steile wegen met spectaculaire en angstwekkende vergezichten. Of simpeler, vraag bij het toeristenbureau om de wandelkaart en maak een van de vele gemarkeerde wandelingen in het heuvelland achter Sorrento. Op de hoogste heuvels van het schiereiland, bij het dorpje Santa Agata Sui Due Golfi, kun je over twee golven tegelijk uitkijken, die van Napels en die van Salerno.

Wie moe is van het wandelen, vindt overal een bus terug naar huis. Daar verzamelen toeristen en Sorrentijnen zich 's avonds op de terrassen en straatjes bij het Piazza Tasso. Aan dit plein ligt het Grand Hotel Excelsior Vittoria, het meest grandioze van de meer dan honderd hotels in Sorrento. Italiaanse Amerikanen op zoek naar hun wortels blaffen er de obers af en dansen 's avonds op nummers van Sinatra. De eetzaal op de veranda biedt natuurlijk een uitzicht over de Golf van Napels en volgens onze spionnen is het eten er exquis. Goedkoper smullen kan bij O'Parrucchiano, een gigantisch restaurant met binnen- en buitenzalen. En beneden in het vissershaventje Marina Grande is Da Emilia, niet duur en lekker. Als de vissersschuiten binnenlopen en hun vangst aan wal brengen, heeft het terras van Da Emilia het allermooiste uitzicht van Sorrento.

HOE KOM JE ER?

Per vliegtuig. Basiqair heeft, tot 25 oktober, dagelijks (behalve donderdag) goedkope, rechtstreekse vluchten naar en van Napels. Vanaf het vliegveld rijden bussen in een uur naar Sorrento en er gaan ook bussen naar het Stazione Centrale in Napels vanwaar elk half uur een trein naar Sorrento vertrekt.