Zuinig met reclassering

Huiselijk geweld wordt harder aangepakt, heeft de top van het openbaar ministerie aangekondigd. Daar is alle reden toe. Een op de acht vrouwen in Nederland heeft structureel, dus niet eenmalig, te maken met geweld achter de voordeur. Van alle terbeschikkinggestelden is maar liefst 80 procent als kind getuige geweest van huiselijk geweld of zelf verwaarloosd. Bij de nieuwe aanpak hoort dat justitie plegers voor de keuze stelt tussen celstraf of meewerken aan een training om zelf iets aan het probleem te doen. In het nieuwe plan van aanpak is dan ook een ,,centrale rol'' weggelegd voor de reclassering als belangrijke verbindingsschakel tussen justitie en hulpverlening. De reclassering moet tijdens de trajectbegeleiding voortdurend de vinger aan de pols houden, aldus het OM. Zodra een dossier geoormerkt is met `huiselijk geweld' komt het boven op de stapel te liggen.

Er is echter een wolkje aan de hemel. Volgens het regeerakkoord moet de reclassering 30 miljoen euro inleveren (op een budget van 131 miljoen). En de reclassering klaagt dat zij toch al krap zit doordat er veel meer vraag is (bijvoorbeeld naar het verzorgen van werkstraffen) dan waarin de begroting voorziet. Nu is dit aan de vooravond van prinsjesdag een rituele klacht, maar in dit geval is er wel een reëel dilemma voor de auteurs van de nieuwe rijksbegroting. De nieuwe claim van het huiselijk geweld op de reclassering staat niet op zichzelf. De politie pleit voor meer bemoeienis van de reclassering met Antilliaanse probleemjongeren. Zelf beperkt de politie – die tegenwoordig te maken heeft met prestatiecontracten – zich vooral tot een lik-op-stukbeleid, zo deelde een politiechef onlangs op de televisie mee.

Amsterdam heeft diverse projecten opgezet om de zogeheten harde-kernjongeren van de straat te halen. Dat begint aardig te werken.

De werkelijke opgave is echter ze van de straat te hóuden, bracht burgemeester Cohen in herinnering. Dat is minder eenvoudig, want de motivatie van de betrokken jongelui is niet om over naar huis te schrijven. Er zijn dan ook speciale reclasseringsprojecten opgezet. Als de bezuiniging doorgaat, kan Amsterdam deze wel vergeten. Cohen gaat dan ook in Den Haag aan de bel trekken. Ook elders uit het land – Rijnmond, Limburg – komen noodkreten. Thans begeleidt de reclassering op jaarbasis 45.000 delinquenten. Functionarissen van de dienst zeggen dat dit er na de bezuinigingen nog maar 5.700 zullen zijn. De bezuiniging van 30 miljoen zou volgens sommigen tot 78 miljoen aan extra maatschappelijke schade door recidive leiden.

Zo'n rekensommetje versterkt de vraag wat eigenlijk de prioriteiten van minister Donner (Justitie) zijn. Hij wil niet wachten met het extra opsluiten van zogeheten veelplegers tot is voorzien in een resocialisatieplan voor deze categorie. Het aandeel van de nazorg in (de kosten van) de strafrechtshandhaving is toch al gering, volgens de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid in zijn rapport De toekomst van de nationale rechtstaat van vorig jaar. De raad sprak van een ,,wanverhouding''. Ook het hoofd van het openbaar ministerie, De Wijkerslooth, heeft gewaarschuwd dat ,,de samenleving griezelig veel discussies voert over rechters, cellen en de opsporing. Maar dat de reclassering een heel wezenlijke rol in de strafrechtsketen speelt, wordt vergeten. Dat vind ik bedreigend.''

Officieel staat er nog niets vast over de bezuinigingen op de reclassering. Wacht op mijn begroting, zei Donner op 11 augustus in antwoord op Kamervragen. Hij heeft op prinsjesdag wel iets uit te leggen.