Zij komt om te dansen

Je hoort vaak zeggen dat het bij poëzie eerder draait om suggestie dan om explicitering. Dat klopt. Een goed gedicht is zelden een eenduidig verslag in alle eenvoud ingediend, maar veeleer een requisitoir van vermoedens. Het biedt niet zozeer de notulen van belevenissen als wel aanknopingspunten voor agendapunten voor een veelvoud aan mogelijke gedachten.

In het gedicht `Appels kopen' is er sprake van een meisje dat appels koopt: `delicaat is zij die van appels houdt'. De marktkoopman is onder de indruk. `'t liefst trekt hij een knipmes nu// en toont haar de helften ruwe pit.' In deze twee simpele verzen gebeurt er van alles tegelijk. Het trekken van een mes en het feit dat het een knipmes is, schept verontrustende vermoedens over de intenties of fantasieën van de marktkoopman. Maar in het volgende vers blijkt hij alleen maar van zins zijn koopwaar aan te snijden. Er is een reminiscentie aan de uitdrukking `ruwe bolster, blanke pit', maar de appel heeft juist een ruwe pit. Geldt ditzelfde voor de koopman? Of is er juist sprake van een contrast tussen de man en zijn waar? Vervolgens wordt het delicate meisje verder appelend ingekleurd. `als zij naar het danshuis gaat/ draagt ze een mand vol rode wangen.' In de strofe onmiddellijk daarop komen de mannen al bij bosjes op haar af, `maar zij komt voor het dansen/ als zij komt/ komt zij voor het dansen.'

Op simpele en uiterst effectieve wijze suggereren deze verzen met terugwerkende kracht alles over de ware bedoelingen van de mannen die zij aantrekt en tegelijkertijd schetsen ze met rake lijnen de karaktertrekken van het meisje. De regel `als zij komt' roept de gedachte op dat zij ook wel eens niet zou kunnen komen. Maar `als zij komt gaat alles dansen/ mag een gospelgilletje over komen varen/ uit het zuiden van tabak ver amerika', alsof men in de disco haar komst afwacht zoals een uitbundig gospelkoor de komst van de messias naderbijjubelt.

In de slotstrofe kantelt het perspectief van het gedicht omdat het meisje in verband wordt gebracht met de ik-figuur: `mijn slotheupen willen wiegen/ zich in haar leegte wagen/ tot dageraad me komt breken/ en zij weer naast mij slaapt.' Hier breekt het gedicht open in een waaier van mogelijke interpretaties. Het strategisch geplaatste woordje `weer' doet vermoeden dat het dansende appelmeisje ooit de vriendin was van de ik maar nu niet meer. Dan zijn al die voorafgaande mannen op de markt en in het danshuis gevaarlijke rivalen die in de ogen van de ik met hun vuile klauwen van haar af moeten blijven.

Maar gelukkig moet zij er niets van hebben, zij komt alleen voor het dansen. Ja ja. Dat zullen we dan maar hopen. De herhaalde mantra die wil dat zij alleen voor het dansen komt, klinkt opeens eerder als een bezwering dan als een observatie. Maar waarom staat er dat de ik zich in haar `leegte' wil wagen? Wat gebeurt er als de dageraad hem `breekt'? Betekent dat alleen maar dat het feest dan is afgelopen of `breekt' de ik omdat het meisje uiteenspat tot een fantasie en dat hij voor de zoveelste keer mag slapen met haar droom? Als ze al komt. Misschien was ze de hele tijd al niets meer dan een fantasie. Niets wordt uitgesloten omdat niets wordt gezegd en alles wordt gesuggereerd.

Dit gedicht `Appels kopen' staat in de bundel Dat het zo hoorde, het Nederlandstalige debuut van de jonge Friese dichter Tsead Bruinja. Het is een goed gedicht en een goed debuut. Het is knap hoe Bruinja veel weet te suggereren in enkele raak geformuleerde verzen. Zoals dit: `geur in dekens/ lijkt niet op mij' en dan even verderop in hetzelfde gedicht `dit leven is zo constant een mooi ding/ dat het zonde is haar te verlaten/ kom naai nog geen zakken'. Even denk je dat de dichter het leven per ongeluk vrouwelijk heeft gemaakt, dat zelfdoding wordt overwogen maar dat het naaien van lijkzakken kan worden uitgesteld, totdat je beseft dat `haar' niet naar `leven' verwijst, waardoor het naaien van zakken, zeker in combinatie met de oneigen nestgeur, van betekenis verschiet. Of hoe beschrijf je haastige forensen terwijl je tegelijkertijd van alles suggereert over hun dromen en verwachtingen? Zo: `pakmannen hopen op vertraging.' Hoe droom je van een vergeten minnares? Zo: `nooit wordt iets zo ver vergeten/ dat het niet meer kan worden bedacht.' Van een dichter die zulke verzen schrijft, valt wat te verwachten.

Tsead Bruinja: Dat het zo hoorde. Gedichten. Contact, 46 blz. €14,90