Vulkaan gaat in rook op

Het hardste lawaai ooit gehoord kwam in 1883 van de vulkaan Krakatau in de Sunda-straat tussen Java en Sumatra. De dreunen waren vijfduizend kilometer verderop te horen. Van het eilandje zelf bleven twee rotsranden over. In de naburige kustgebieden vielen 36.000 doden, de meesten door vloedgolven. Wie zich deze ramp wil voorstellen, moet Simon Winchesters grondige Krakatoa, the day the world exploded lezen.

Winchester studeerde geologie in Oxford, en van de eerste tweehonderd pagina's van zijn Krakatoa is een groot deel besteed aan wat zich onder onze voeten afspeelt. Vervolgens stapt Winchester over op de vroege kartografie van de archipel en op het begin van de Nederlandse kolonisatie. Verder in het boek schrijft hij over de groei van Batavia en over de eerste telegrafische verbindingen binnen Nederlands-Indië en met de buitenwereld.

Het grote geweld begon op zee. Tussen een uur 's nachts en tien uur 's morgens op 27 augustus 1883 werden vier donderende uitbarstingen gehoord, waarop stenenregens en watermassa's volgden. De laatste uitbarsting was de grootste, een ontploffing waarbij de vulkaan zelf de lucht in vloog. De rook en de gassen bereikten een hoogte van veertig kilometer en bleven maandenlang tot in Europa en Amerika het zonlicht verkleuren. Dichterbij werd de dag verduisterd en daalden de temperaturen met vijftien graden; op Java en Sumatra vielen de meesten van de 36.000 doden door metershoge vloedgolven.

Winchester heeft Nederlandse en Engelse bronnen geraadpleegd en weet de dagen van schrik, ontsteltenis en wanhoop mooi op te roepen. Informatief zijn ook de meer technische hoofdstukken, over de trillingen die over de hele wereld geregistreerd werden, de verkleuringen van het dag- en maanlicht die maanden lang doorgingen, en de vergelijkingen met andere vulkaanuitbarstingen die geen publiciteit kregen, zoals die van de Katmai in Alaska in 1912. In omvang is de Krakatau de vijfde in de rij, in bekendheid staat hij bovenaan.

Het is ook de enige vulkaanuitbarsting die volgens Winchester een politieke uitwerking heeft gehad. In de jaren 1870 was een islamistische hadji, een Mekkaganger, Abdoel Karim, rondgegaan op Java en Sumatra met de aankondiging van de spoedige komst van een Mahdi die de goddelozen zou straffen. Krakatau was een voorteken van zijn komst, begrepen de gelovigen. Het leidde tot de boerenopstand van Banten op Java in 1888, aan het begin van een lijn die volgens Winchester naar Soekarno voerde en zelfs naar de bomaanslag op Bali in 2002. Deze historische reuzensprongen overtuigen niet. Lezenswaardiger is een slothoofdstuk over de terugkeer van leven op de resten van de Krakatau en sinds 1930 op het nieuwe eiland dat als een goede zoon (Anak) de vulkanische traditie voortzet.

Simon Winchester: Krakatoa, the day the world exploded. HarperCollins, 416 blz. €16,50