Verdachten Griekse `17de November' wacht levenslang

Twee van de negentien verdachten bij het proces tegen de terroristische organisatie `17de november' kunnen rekenen op vrijspraak en drie op clementie wegens ,,oprechte spijt''. Dit valt op te maken uit de aanklachten die de twee officieren van justitie gedurende vier dagen hebben uitgesproken.

De Griekse openbaar aanklager wijst politieke motieven als vergoelijking voor de terreur van de `17de November' van de hand. `Ook Hitler had politieke motieven.'

Volgende week komen de 62 advocaten aan het woord, eerst die voor de familie van de slachtoffers van de nog niet verjaarde moordzaken en drie overlevenden, daarna die van de beklaagden.

Van `verzachtende omstandigheden' voor de overigen wilden de aanklagers niets weten, en nog minder van politieke motieven die zouden kunnen meespreken bij de strafbepaling. ,,Ook Hitler had politieke motieven'', aldus de meest geladen aanklager Christos Lamvrou die tien uur aan het woord was. ,,In een periode dat de ene staat na de andere de doodstraf afschafte, waarom heeft deze politiek bewogen club die dan juist ingesteld?''

Aanklager Lamvrou ging echter nog gretiger in op de vele berovingen die de organisatie, ,,erger dan de maffia'', heeft uitgevoerd. Een van de kopstukken, de `romantische' Dimitris Koufodínas, heeft zichzelf vergeleken met Kolokotrónis, de voornaamste held uit de Griekse vrijheidsstrijd tegen de Turken in 1821 tot 1830. ,,Maar die roofden niet, en zeker niet gemaskerd. Hij streed met open vizier, zonder celnamen'', aldus Lamvrou, die vanaf de eerste dag het heftigst is uitgevaren tegen de van het leiderschap betichte Alexander Jotópoulos (62).

Deze `professor' die nog steeds elke betrokkenheid bij de organisatie afwijst, zat tijdens de aanklachten ostentatief boeken te lezen, eerst over het verzet tegen de Duitse bezetting, daarna over wiskunde, ,,want ik bereid me in de gevangenis voor op een examen.'' De tweede aanklager, Vasilis Markis, die veel juridischer te werk ging dan Lamvrou, onthief Jotópoulos van zes van de 963 misdaden waarvan hij wordt beschuldigd. Het bewijsmateriaal tegen de man, die ook de talrijke manifesten zou hebben opgesteld, noemde hij `overweldigend'. Jotópoulos poneert dat alle vingerafdrukken en grafologische bewijsstukken (door zeven grafologen bevestigd) deel uitmaken van een ,,complot van de geheime diensten''.

De meeste verdachten hebben hun aanvankelijke verklaringen inzake Jotópoulos ingetrokken. Twee van de drie `spijtbetuigers' houden er echter aan vast. Het meest bezwarend voor Jotópoulos waren de gedetailleerde gegevens van Patroklos Tseléndis die uit de organisatie is getreden.

Pas in november wordt de uitspraak verwacht in dit proces dat begin maart begon. Voor elk van de kopstukken wordt vele malen levenslang verwacht. Een uitzondering kan er nog komen voor de enige vrouwelijke beklaagde, Angelikí Sotiropóulou, de levenspartner van Koufodínas met wie ze in de gevangenis is getrouwd. Zij houdt vol dat zij alleen op grond van die relatie is gepakt. Tijdens de aanklacht riep ze sarcastisch: ,,Ik ben bij alle moorden betrokken, ook bij die op de gouverneur van Griekenland, Kapodistrias''. Die had in 1831 plaats.