Tussen krijtlijnen

Steeds meer regisseurs verwerken theaterelementen in hun films. Zo ook Lars von Trier in `Dogville'. Theatermaker Guy Cassiers levert commentaar.

`Doen alsof in een lege zwarte doos en het openen van niet bestaande deuren is een praktijk die we al jaren kennen'', schreef een verontwaardigde toeschouwer op het discussieforum van de IMDB, de filmvraagbaak Internet Movie Database. ,,Het is algemeen bekend als theater.''

Inderdaad ziet Lars von Triers nieuwe film Dogville, waarin de mooie Grace, gespeeld door Nicole Kidman, haar toevlucht zoekt in het dorpje Dogville, eruit als een verfilmd toneelstuk. Zoals veel Nederlandse theatermakers zocht Von Trier zijn toevlucht in een lege loods. In die zwarte doos tekende hij met dikke krijtstrepen de paar straten van Dogville op de vloer, plus de contouren van de huizen van de Hensons, de Edisons en Mr. McKay, de dorpelingen die de vluchtelinge zullen uitbuiten. De acteurs mimen dat ze de deuren open en dicht doen; we horen de geluiden, maar we zien alleen het zwarte niets.

In het openingsshot zien we de krijtlijnen langzaam oplichten, en dan zien we van bovenaf de plattegrond van het dorp, met daarin de acteurs in de vakken die hun huizen zijn. Die plattegrond doet niet aan theater denken, maar aan iets anders – aan plattegronden zoals je die in kinderboeken nogal eens placht aan te treffen en die zo heerlijk beantwoordden aan je gevoel van orde. Kijk, dit was Bolderburen, met het huis van Kalle daar en dat van Lars daar, en daar de appelgaard waar Kalle uit de boom viel.

En er is nog iets in de film dat aan ouderwetse vertellingen doet denken. Er is een sonore, alwetende voice over (van John Hurt) die ons het verhaal vertelt, zijn woordkeus zit vol understatements en omineuze hints. Bovendien is de film ingedeeld in hoofdstukken die de korte inhoud van wat er komen gaat alvast verraden, ook ouderwets, of kinderboekerig. `Hoofdstuk vijf' staat op een plakkaat dat in beeld verschijnt, `waarin Dogville zijn tanden laat zien.'

Brecht

Waar de vormgeving van Dogville ook aan doet denken, Von Trier heeft een brechtiaanse film gemaakt, vol bewuste, nadrukkelijke nep. Meer nep nog dan in Breaking the Waves, waarin hij aan het slot de klokken in het hemelgewelf liet luiden, of Dancer in the Dark, waarin de personages op de meest dramatische momenten losbarstten in gezang. Behalve Von Trier zijn er meer filmregisseurs die er de laatste jaren prijs op stellen het kunstmatige te benadrukken van de illusie die ze scheppen. We doen een greep: Being John Malkovich en Adaptation van Spike Jonze, films over de echtheid van een acteur en het maken van een film. Of William Shakespeare's Romeo+Juliet en Moulin Rouge van Baz Luhrmann, films die behalve over de liefde ook telkens over de geschiedenis van een theatergenre gingen. Of The Royal Tenenbaums van Wes Anderson, een film die met opzet zo was vormgegeven dat hij er uitzag als een stripverhaal; alleen de wolkjes uit de mond van de personages ontbraken nog. De kaleidoscopische roze en blauwe kleurvlakken die het liefdesverhaal in Punch-Drunk Love van Paul Thomas Anderson telkens onderbraken. Voor veel filmregisseurs is de vorm waarin ze hun verhaal gieten tegenwoordig net zo belangrijk als de inhoud.

Het lijkt verdorie wel Nederlands toneel. Toneelregisseurs in ons land zoeken al jaren de grenzen op van de kunstmatigheid en de verbeeldingskracht. Realistische achtergrondjes zijn alleen nog te vinden in het commerciëlere publiekstoneel; in moderne toneelvoorstellingen vertelt de vormgeving het verhaal net zo goed als de acteurs dat doen. Decors, voorwerpen en videobeelden staan midden in de zwarte doos en zijn geladen met betekenis en sfeer. Het bad van de trillende Blanche uit Ivo van Hove's voorstelling De tramlijn die verlangen heet, bijvoorbeeld, of de dwarrelende bloembladeren op video uit Proust 1, de Kant van Swann van Guy Cassiers bij het Ro-theater.

Guy Cassiers is zo'n toneelregisseur die in zijn voorstellingen veel gebruik maakt van video, muziek, geprojecteerde beelden en tekst. Hij zet de romans die vaak de basis vormen voor zijn voorstelling om in orkestraties van acteurs, teksten, filmbeelden en geluidsdecors. Hij probeert al die losse elementen niet tot een naadloos geheel te smeden, maar vestigt juist nadrukkelijk de aandacht op de kunstmatigheid van zijn voorstelling – net zoals Von Trier nu in zijn film doet. Op verzoek van deze krant ging Guy Cassiers naar Dogville kijken en geeft zijn overwegingen bij de vormgeving van Dogville.

,,Het verbaast me'', zegt hij, ,,dat de vormgeving van Dogville zoveel losmaakt. Die is namelijk allesbehalve nieuw, juist nogal oubollig. Het verfilmde toneelstuk is een bekende vorm uit de jaren zeventig. Ik herinner me nog de fantastische toneelregistraties van de BRT. Voor mij zit de verrassing veel meer in de inhoud. Von Trier vertelt in al zijn films hetzelfde verhaal, maar hij voegt aan dat verhaal telkens een episode toe. Waar Björk in Dancer in the Dark ten onder ging terwijl ze bleef hopen op een betere wereld, een slachtofferschap waar Von Trier nogal op is aangevallen, daar komt de slachtofferrol in deze film aan het slot in een heel ander licht te staan. Het is bijna alsof Von Trier toch naar de kritiek op zijn vorige films heeft geluisterd.''

Cassiers begrijpt waarom Von Trier voor deze vorm heeft gekozen. ,,Hij begint met te zeggen: alles wat je ziet is een leugen. Het gaat hier om iets anders. Ook abstraheert hij het tijdstip: de kostuums verwijzen naar de jaren dertig, de vorm weer eerder naar de jaren zeventig. Hij doet dat volgens mij om de acteurs tot onderwerp van zijn film te maken. Hij heeft een laboratorium willen creëren, precies zoals we dat in het theater ook doen. Niets leidt af van de spelers, die daardoor heel diep kunnen gaan. Von Trier zit er met zijn camera bovenop, hij filmt zelf, hij levert zich uit aan zijn spelers. Aan de andere kant zijn daar juist die overzichtsshots, die je de orde en tegelijk de transparantie van het hele dorp laten zien. Daar kun je allerlei inhoudelijke interpretaties aan geven; als Grace verkracht wordt, bijvoorbeeld, laat die camera je zien hoe het leven elders gewoon doorgaat.

,,Telkens als de voice over aan het woord is, krijg je een statisch overzichtsshot. Je ziet de mensen als kleine mieren aan de gang, bijna met de blik van God. Von Trier opereert op die twee niveaus, van grote afstand en van dichtbij. Hij geeft je als God het overzicht, en begeeft zich als Jezus tussen de mensen. Ik zeg het maar even op zijn bijbels, dat past wel bij dat martelaarsidioom van Von Trier.''

Glanzend realisme

Het is grappig, zegt Cassiers, hoe sommige filmregisseurs nu de weg lijken te gaan die het theater ging, toen de film en later de televisie dat uit de hoek van het realisme dwongen. ,,Het theater schiep van oudsher een schijnwereld waar mensen ook werkelijk in geloofden. Pas toen dat met film veel beter bleek te kunnen, sloeg het theater een andere weg in. Theatermakers probeerden niet langer te ontkennen dat het op het toneel om een illusie ging. Ondertussen heeft zich in de filmwereld in de loop der jaren een soort glanzend realisme ontwikkeld. De meeste Hollywoodfilms tonen een universum waarin alles klopt en naadloos in elkaar overvloeit, en waarin je als toeschouwer op een presenteerblaadje krijgt aangeboden wat je moet voelen en vinden en denken. Je ziet dat sommige filmregisseurs nu proberen om daaruit weg te komen, om de illusie mede tot inzet te maken. Deconstructie is in. Ze spelen met de leugen, zoals in het theater gebruikelijk is.

,,Het is aardig dat filmregisseurs nu weer naar theater lijken te kijken. Het leek er lang op dat theater alleen maar leende van film. Ik vind het ongelooflijk hoeveel technieken van film de afgelopen jaren naadloos een plek hebben gevonden in theatervoorstellingen: flashbacks, voice over, innerlijke stemmen – het wordt allemaal gebruikt. En het wordt door het publiek ook begrepen, omdat die technieken en snelle schakelingen behalve van romans vooral bekend zijn van films.''

Des te verwarrender, beaamt Cassiers, dat sommige toneelvoorstellingen die voor een breed publiek gemaakt worden, op dit moment nu juist weer zo hun best doen om op glad-realistische Hollywoodfilms te lijken: met decors die zo echt mogelijk zijn en een dikke saus van muziek over de voorstelling, die aangeeft wat je op welk moment moet voelen.

,,In dat soort kloppende universa ben ik niet zo geïnteresseerd'', zegt Cassiers. ,,Ik wil juist alle elementen van een voorstelling uit elkaar rafelen. Ik wil de blik van de toeschouwer niet sturen, maar hem juist laten zien wat de mogelijkheden zijn, en welke keuzes vervolgens zijn gemaakt. Dat vraagt een veel actievere houding van de toeschouwer. Die moet in zijn hoofd zijn eigen film maken. Langs die omweg wil, denk ik, ook Von Trier zijn verhaal vertellen.''