Spanje bezorgt hockeyers hoofdpijn en overwerk

Het was een pijnlijke en voor de hand liggende conclusie, maar een die Joost Bellaart niet wenste te delen, laat staan te aanvaarden. ,,Ik denk dat Bernhard Peters (bondscoach Duitsland, red.) in zijn vuistje lacht, maar ik heb geen spijt van onze voorbereiding'', gromde de hockeybondscoach na de ontluisterende nederlaag (5-2) tegen Spanje in de halve finales van het Europees kampioenschap.

Sterker: Bellaart zou het zo weer doen, eerst een loodzwaar toernooi om de Champions Trophy spelen, en een week later aantreden bij het EK. Dat mag zo zijn, maar als morgen het toernooi wordt besloten, zal het Bellaart niet ontgaan dat twee ploegen in de finale staan die drie weken geleden schitterden door afwezigheid. Duitsland haalde zich de woede van Nederland op de hals door een veredelde B-ploeg naar Amstelveen te sturen, Spanje was niet eens welkom in het Wagener-stadion nadat de ploeg vorig jaar slechts als elfde was geëindigd bij het WK in Maleisië.

Voor Nederland rest morgen in Barcelona de weinig inspirerende troostfinale tegen Engeland, dat in de voorronde al op pijnlijke wijze de kwetsbaarheden van Bellaart en de zijnen had blootgelegd: 0-3. Gisteren ging het grillige gezelschap van Engeland zelf over de knie bij Duitsland: 5-1. Daardoor mag de titelverdediger morgen op herhaling tegen het gastland, dat de Duitsers zaterdag in het groepsduel (3-2) ,,vijfentwintig minuten bij het oud vuil had gezet'', zoals de Spaanse bondscoach Maurits Hendriks zich gisteren herinnerde.

Nederland overkwam gisteren hetzelfde, maar in tegenstelling tot Duitsland bleef de olympisch kampioen het antwoord schuldig op de venijnige uitvallen van de balvaardige Spanjaarden. En dat was vooral zuur voor de bondscoach, die aan de vooravond van het EK nog overliep van zelfvertrouwen. ,,Wij worden Europees kampioen, let maar op.'' Dat was geen grootspraak, betoogde Bellaart. Nee, dat was realiteitszin. ,,Want wij hebben gewoon een vreselijke goeie groep, die voor niemand hoeft onder te doen.'' Gisteren herhaalde de joviale Zeeuw die woorden nog maar eens, al deden ze ditmaal wat potsierlijk aan.

Het jeugdige (gemiddelde leeftijd 23,1 jaar) en grondig gerenoveerde Spanje verwees de trotse winnaar van de gedevalueerde Champions Trophy naar het olympisch kwalificatietoernooi (twaalf landen voor zeven plaatsen), medio maart in Madrid, en stuurde en passant de Nederlandse competitie in de war. Dat was mede de verdienste van een coach, die gisteren grotendeels verantwoordelijk was voor het onschadelijk maken van de Nederlandse strafcorner en ironisch genoeg nu zelf met de brokken zit: Toon Siepman. De assistent-coach van Oranje Zwart én Spanje toverde gisteren een flauwe glimlach op zijn gezicht, toen het verknipte en overvolle competitieprogramma ter sprake kwam. ,,Dat heb ik maar voor lief te nemen.''

De penningmeester van de Nederlandse hockeybond (KNHB) zal het de sluwe strateeg Siepman niet in dank afnemen. Mocht de vrouwenploeg morgen in de finale tegen Spanje eveneens falen, dan moet de KNHB diep in de buidel tasten. Twee onvoorziene reisjes de vrouwen moeten zich kwalificeren in Nieuw Zeeland kosten de bond een slordige 150.000 euro, becijferde bondsdirecteur Johan Wakkie woensdag, en leiden op de begroting tot een gat van 50.000 euro.

Pijnlijk voor Bellaart is ook de conclusie dat zijn selectie gebukt gaat onder een gebrek aan persoonlijkheid en zich geen raad weet met een achterstand. Routinier Jeroen Delmee is, samen met libero Erik Jazet en gangmaker Teun de Nooijer, de aangewezen man om de ploeg in zwaar weer bij de hand te nemen. Maar in Barcelona oogt de Bossche spelmaker bleekjes en lijkt Delmee vooral een pleidooi te willen houden om hem zo snel mogelijk weer een linie naar achteren te halen.

Daarmee staat Delmee onbewust symbool voor het demasqué, dat het best omschreven kan worden als een leeglopende ballon. Het toernooi duurt te lang voor Nederland, na de krachtenverslindende exercitie in Amstelveen, en Engeland bewees dat vorige week al. Bellaart deed de uitglijder toen nog af als een bedrijfsongeval, al ontkwam hij na afloop niet aan harde woorden ,,omdat een aantal heren met het hoofd al bij de halve finales bleek te zijn''.

Gisteren moest Bellaart zelf ,,aan het infuus'', zoals hij zich naderhand liet ontvallen, en restte hem niets anders dan de conclusie dat ,,we hier niet in staat gebleken zijn om de vorm vast te houden''. Maar dat het een (geen vorm) een gevolg was van het ander (een te lange `piekcurve') wilde er bij de bondscoach dus niet in. ,,Ik ben en blijf heilig overtuigd van onze voorbereiding.''

Zijn collega én voorganger Hendriks gaf hem geen ongelijk, al signaleerde de oud-bondscoach van Nederland vorige week metaalmoeheid bij de nationale ploeg die hij bijna twee jaar diende. Gisteren bleek hoe juist die inschatting was, maar van leedvermaak en/of zoete wraakgevoelens was geen sprake, benadrukte de coach die ondanks het olympisch goud in Sydney moest opstappen en toen emplooi vond in Spanje. ,,De tijd ben ik voorbij'', sprak Hendriks met een desondanks gelukzalige glimlach.