Scheuren in het bordes

Tijdens de Open Monumentendagen zijn verschillende oude en bijzondere huizen opengesteld voor het publiek. Hoe mooi ze ook zijn, monumenten zijn een veeleisend bezit.

Aan de rand van de Veluwe, vlakbij Dieren, wordt de zeventiende-eeuwse boerderij Neerbosch verbouwd en gerestaureerd. Twee jaar geleden kochten Arne en Renée Heineman de boerderij, die toen nog in bedrijf was, van de Vereniging tot Behoud van Natuurmonumenten, waar Arne Heineman werkt als regio-directeur Gelderland. Daarna begon een grootscheepse renovatie; de deel waar de koeien stonden, is nu bijna getransformeerd tot een lichte woonkamer waarin het ruim driehonderd jaar oude gebinte zichtbaar is gemaakt.

De verbouwing staat onder toezicht van de gemeentelijke Commissie Monumenten, die vooral let op handhaving van de originele delen en het aanzicht van Neerbosch. Zo mochten er aanvankelijk geen extra ramen in de rieten kap worden gemaakt. ,,Daardoor had ons zoontje een heel donkere kamer'', zegt Renée Heineman. ,,In overleg kwam er alsnog toestemming voor een extra raam.'' Binnen zijn ook de zeventiende-eeuwse bedstee, de schouw en schoorsteen gerestaureerd en in de keuken kwam onder de planken vloer de originele hardstenen vloer tevoorschijn.

De renovatie van Neerbosch is één van de vele voorbeelden hoe particulieren een monument behouden door het voor moderne bewoning geschikt te maken. Zonder hen zou ons erfgoed er anders uitzien: van de 60.000 monumenten in ons land worden er 40.000 door particulieren bewoond. De laatste decennia worden steeds meer oude panden op de monumentenlijst geplaatst, maar het beschikbare overheidsgeld voor de zorg en het behoud neemt niet navenant toe.

E. Munnig Schmidt is voorzitter van de Vereniging Bewoond Bewaard, de eerste belangenorganisatie voor eigenaar-bewoners van rijksmonumenten. ,,De grootste groep verzorgers van monumenten zijn de particuliere bewoners. Particulieren zijn de goedkoopst mogelijke beheerders: ze steken veel tijd in hun huis en financieren onderhoud en restauraties grotendeels zelf. Toch hebben zij nauwelijks een stem in het monumentenbeleid'', zegt hij.

De familie Heineman maakt gebruik van de nieuwe financieringsregeling die het rijk particuliere eigenaren van rijksmonumenten sinds vorig jaar biedt. Via het Nationaal Restauratie Fonds (NRF) kregen zij binnen een week een zogenoemde laagrentende lening die standaard vijf procent lager is dan de gangbare hypotheekrente bij een commerciële bank. Deze lage rentevoet is een alternatieve vorm van subsidie via een fiscale verrekening, maar het is wel een lening die op termijn terugbetaald moet worden.

,,Door een combinatie van eigen geld, de NRF-hypotheek en geleend geld konden we deze grote renovatie laten uitvoeren'', vertellen Arne en Renée Heineman. Voor een ervaren restauratie-architect en een aannemer gespecialiseerd in monumenten trokken zij extra geld uit: ,,Zij sporen verborgen gebreken vroegtijdig op en je krijgt een realistische begroting van verbouwingstijd en kosten.''

Voor mensen met een laag inkomen en voor stichtingen en verenigingen bieden fiscale aftrekposten geen voordelen. Zij kunnen voor rijksmonumenten een tegemoetkoming in de subsidiabele kosten aanvragen. Voorheen kon dat oplopen tot 40 procent daarvan, nu is dat nog slechts 20 procent. Het aanvragen van subsidies vergt veel tijd en de budgetten zijn jaren tevoren dikwijls al vergeven, zo zegt J.W. van Beusekom van het Nationaal Contact Monumenten, die de belangen behartigt van enkele honderden particuliere monumentenorganisaties. De Rijksdienst voor de Monumentenzorg (RDMZ) verdeelt deze budgetten, maar door de beperkte gelden kan de wachttijd oplopen tot zeven jaar voordat een nieuwe subsidieaanvraag in behandeling wordt genomen.

Het bewonen van een monument legt de bewoners beperkingen op en stelt soms eisen aan hun aanpassingsvermogen. Een oud huis beantwoordt vaak niet aan de wooneisen van deze tijd. Het echtpaar Baltussen huurt een zeventiende-eeuws houten huis in Broek in Waterland van de Vereniging Hendrick de Keyser, de oudste en grootste private eigenaar van rijksmonumenten, die ruim 350 panden beheert en restaureert. Met geld van particuliere donateurs, verdiensten uit verhuur, rijksgelden en sinds kort ook opbrengsten uit de Sponsor-Bingoloterij worden de verworven huizen zoveel mogelijk in de oorspronkelijke staat geconserveerd. Omdat er tot 2010 geen zekerheid is over rijkssubsidies, is de vereniging nu voorlopig gestopt met restaureren, aldus directeur Carlo Huijts.

Aanpassen

Van bewoners verwacht Hendrick de Keyser dat zij zich aanpassen aan het monument. In een uitzonderlijk geval kan dit betekenen dat ze buitenom moeten om naar de wc te gaan.

Meneer en mevrouw Baltussen wilden liever huren dan kopen: ,,Wij zagen om ons heen onder welke enorme kosten eigenaren van een monument gebukt gaan. Vaak gaat het om cruciale dingen als de fundering die vervangen moet worden. Daar kun je als particulier failliet aan gaan.'' Hoewel zij huurders zijn, blijken zij soms net zo puristisch als Hendrick de Keyser. ,,Vaak zie je hier in Broek dat de van oorsprong lage zolders, die alleen geschikt zijn voor opslag, worden verhoogd'', vertelt de heer Baltussen afkeurend. ,,Zo kun je er drie slaapkamers kwijt, maar die ingreep verandert wel het aanzicht en de authenticiteit van het huis. Wij zijn het eens met de vereniging dat de zolder onveranderd moet blijven en dus niet als woonruimte gebruikt kan worden.''

Het echtpaar Baltussen laat tijdens Open Monumentendag bezoekers toe in hun huis: ,,Wie een monument bewoont, heeft een culturele verantwoordelijkheid, vinden wij.''

Het monumentale is niet altijd direct zichtbaar aan een woonhuis. Dat geldt zeker voor de cipierswoningen uit 1890 naast het Amsterdamse Huis van Bewaring, tegenover het Haarlemmermeerstation. Onopvallend liggen de tien huisjes tegen de hoge gevangenismuren aan. Het Huis van Bewaring, waar gedetineerden in voorarrest zitten, is tien jaar geleden na jaren van leegstand heropend wegens nijpend cellentekort. De omwonende cipiers waren inmiddels richting Bijlmerbajes vertrokken en de huisjes werden aan gewone leden van de woningbouwvereniging verhuurd.

Bert van Leyden woont er met zijn vriendin Ilse en twee kinderen. Ze kijken uit op de hoge gevangenismuur met kleine celraampjes. Zowel aan de buiten- als binnenkant van hun woning mag niets worden veranderd. Zo hebben ze tot nu toe geen toestemming gekregen voor het bouwen van een dakkapel die de kleine bovenverdieping wat ruimer zou maken. Maar dit soort ongerief wordt ruimschoots vergoed door de grote gezamenlijke tuin aan de voorzijde die de bewoners zelf hebben opgeknapt, terwijl zij achter het huis ook elk hun eigen tuin hebben. ,,Voor de kinderen is het hier een paradijs'', vertelt Bert van Leyden. ,,Ze kunnen veilig spelen binnen de hekken en hebben een zee van ruimte. Het is een soort vrijstaatje midden in de stad.''

Ook de stalhouderij Van Middelkoop vormt een enclave, in het dorp Velp. Het eigen terrein met negentiende-eeuwse huizen, stallen en schuren is nu aan alle kanten omsloten door moderne bebouwing. Het echtpaar Kraay – in de zeventig – verhuurt nog af en toe koetsen met paarden, meestal voor feesten en partijen. Volgens oud familiegebruik rijden zij bij bijzondere gelegenheden ook nog altijd de gravin van het nabij gelegen kasteel Middachten.

De antieke koetsen, zoals een dokterskoetsje en een postkoets met zitplaatsen op het dak, staan in de diverse schuren. Met de Jan Plezier reed meneer Kraays schoonvader de studenten uit Wageningen vroeger naar de kermis in Nijmegen. Ik mag even in de trouwkoets zitten waarin de oorspronkelijke bekleding van 125 jaar geleden prijkt: kanten kleden over kussens van paardenhaar. Meneer Kraay, die tot 1987 een boerenbedrijf met 25 melkkoeien runde omdat de stalhouderij te weinig inkomsten opleverde, beslaat zijn paarden nog steeds zelf. De meeste koetsen, die dit weekeinde tijdens Open Monumentendag te zien zijn, heeft hij op eigen kosten laten restaureren. Roerende zaken, waaronder rijtuigen, zijn niet van rijkswege beschermd. Hoewel hij geen opvolger heeft voor zijn bedrijf, peinst Kraay er niet over om de rijtuigen aan een museum over te doen: ,,Koetsen moeten in beweging blijven, anders komt de houtworm erin. Een museum? Daar staan ze alleen maar te verstoffen.''

Handen uit de mouwen

Of zij nu de bezitter zijn van een kasteel of huurder van een bescheiden pandje, de bewoners blijken allemaal de handen uit de mouwen te steken bij het onderhoud van hun monument. De een volgde een cursus om de lambrizeringen in zijn gang zelf te kunnen `marmeren', een ander timmerde de luiken voor zijn boerderij uit oude vloerdelen. Het drukt de kosten, maar ze doen ook veel zelf omdat het steeds moeilijker wordt goede ambachtsmensen te vinden die leistenen daken kunnen leggen of rondlopende kozijnen maken.

De voorzitter van Bewoond Bewaard adviseert om niet de hele restauratie in één keer te doen. ,,Laat de Monumentenwacht een rapport maken van het meest noodzakelijke onderhoud en een raming van de kosten'', zegt Munnig Schmidt. ,,Zorg eerst dat het dak en de fundamenten goed zijn en ga dan kamer voor kamer verder. Anders hol je jezelf financieel uit.''

Munnig Schmidt woont zelf op de zeventiende-eeuwse buitenplaats Nieuwerhoek aan de Vecht. Tijdens de rondleiding door zijn huis en het omringende park wijst hij aan wat er binnenkort aan onderhoud moet gebeuren. In de tuindeuren zit houtrot en de hardstenen bordesplaat heeft overal scheuren. De vervanging van die plaat kost hem zo'n 20.000 euro, waarvan hij hooguit de helft kan terugkrijgen via subsidies en fiscale aftrek. En dan hebben we het nog niet eens over de vroeg negentiende-eeuwse wandschilderingen die beschadigingen vertonen, want het onderhoud buiten gaat altijd voor. Het blijkt overigens moeilijk om de historische interieurs van monumenten afdoende te beschermen. Wat een eigenaar aan de binnenzijde doet, onttrekt zich aan controle. Een ongeïnteresseerde bewoner kan zo'n interieur ongemerkt ingrijpend veranderen of zelfs verwijderen.

Op de vraag waarom hij zoveel overheeft voor zijn buitenplaats, laat Munnig Schmidt een reproductie zien van een schilderij van Nieuwerhoek door Ludolf Backhuysen uit 1710. Het doek hoort op de buitenplaats, maar het is ooit verkocht en hij deed jarenlang naspeuringen om het terug te kunnen kopen, tot nu toe zonder resultaat. Hij wijst naar de eens zo druk bevaren Vecht met het jaagpad erlangs dat vlak achter zijn huis loopt, en legt uit hoe de tuinarchitect Zocher in 1824 de parktuin opnieuw aanlegde.

Wie een monument bewoont, zo is de boodschap, moet in staat zijn de schoonheid en de rijke historie van zo'n huis boven de vele mankementen ervan te stellen, en bereid zijn er tijd en vaak ook geld in te steken om het in goede staat te houden. ,,Een monument moet je hobby zijn'', aldus Munnig Schmidt. ,,Want dikwijls is het onderhoud een levenswerk voor de bewoners.''

Open Monumentendag: 13 en 14 sept. Thema: de boerderij. Informatie: www.openmonumenten-dag.nl. Van bovengenoemde monumenten zijn die in Velp en Broek in Waterland opengesteld. Informatie voor eigenaren-bewoners van rijksmonumenten: www.monumenten.nl en www.bewoondbewaard.nl.