Persoonlijke beveiliging

Anna Lindh, de vermoorde Zweedse minister van Buitenlandse Zaken, was een charismatisch politica met uitgesproken meningen. Ze was een van de leidende figuren in het felle debat over de invoering van de euro in Zweden. Het moet `ja' of `nee' worden tijdens een euro-referendum aanstaande zondag. Lindh was als groot voorstander van de euro aanvoerder van het `ja'-kamp. Ze stak, zoals dat heet, haar nek uit. Veel Zweden willen de Europese eenheidsmunt helemaal niet inruilen voor hun kroon. Kortom, de 46-jarige Anna Lindh was met haar opvattingen en prominente aanwezigheid in de media een risicofactor geworden. Natuurlijk had ze moeten worden bewaakt. Naarmate de temperatuur in een politieke campagne oploopt, dient de voorzichtigheid toe te nemen.

Hoezeer Zweden, net als Nederland, gesteld is op het open karakter van zijn maatschappij, politici kunnen niet meer onbeveiligd in verkiezingstijd rondlopen. Dat is de les van de moord op LPF-lijsttrekker Pim Fortuyn, een gebeurtenis die ook in Zweden de aandacht trok. Lijfwachten kunnen aanslagen niet altijd voorkomen; zie de moord op de Israëlische premier Rabin. Maar hun aanwezigheid vormt een sterke en bewezen verhoging van de persoonlijke veiligheid. Politici in landen als Zweden, Denemarken en Nederland, die alle prat gaan op hun egalitaire samenlevingen, kunnen nog veel van popmusici leren. Die weten hoe riskant het is om zonder bewaking op pad te gaan. De potige jongens met de zonnebrillen en de oortelefoons, de gepantserde wagens: het is de prijs die men voor beroemdheid betaalt. De verschillen tussen een popmuzikant en een campagne voerende politicus zijn in deze tijd van mediahypes gering. Beiden hebben een boodschap, beiden moeten zich verkopen, beiden staan bloot aan de verlokkingen en de gevaren van het bad in de menigte. Anna Lindh wilde een gewoon leven leiden. Maar hoe gewoon kan het leven van een toppolitica zijn in een gemeenschap die onderwerpen direct met personen verbindt en deze vervolgens maar al te gemakkelijk tot lijdend voorwerp maakt?

De vraag of Lindh het slachtoffer is van een gek, een tasjesrover of een moordenaar met politieke motieven doet in het beveiligingsdebat in wezen niet terzake. De jammerklachten over de teloorgang van de onbevangenheid, de persoonlijke vrijheid om als minister op de fiets naar het werk te gaan of om te winkelen waar men wil, gaan voorbij aan het feit dat het leven van een politieke `beroemdheid' geen pastorale is. Het getuigt van achteloosheid om de gevaren te bagatelliseren of te negeren.

Zweden gaat beladen met de moord op een geliefd politica naar de stembus. Net als vorig jaar in Nederland, toen na de moord op Fortuyn besloten werd dat de verkiezingen moesten doorgaan, is het Zweedse euro-referendum niet uitgesteld. Dat is een juiste beslissing. Lindhs dood kan de voorkeur van het electoraat beïnvloeden. Maar de belangrijkste boodschap van het toch houden van de volksraadpleging is dat democratie niet wijkt voor moord.