Ons ware gezicht

Zoals het in Dogville, in Hondenstad is, is het overal. Maar deze film wil meer demonstreren.

Tom zit op een bankje te dromen van succes. Het succes dat hij met zijn boeken zal behalen, want hij is schrijver. Nu ja, aanstaand schrijver. In zijn boeken zal hij de menselijke psyche blootleggen, en men zal hem prijzen om zijn borende inzichten, schrijvers zullen hem omhelzen, lof zal hem ten deel vallen en als ze vragen hoe het komt dat zijn boeken zo'n indruk maken, zal hij slechts één woord zeggen: `illustration'. Voorbeelden geven.

Het is goed om dat te onthouden, want het is nog maar het begin van de film. Tom heeft zojuist zijn probleem met Dogville uiteengezet: de mensen ontkennen er problemen en ze kunnen niet `ontvangen'. Hij is van plan ze dat de volgende dag in een bijeenkomst eens duidelijk uit te leggen. Maar hem ontbreekt nog een voorbeeld.

Terwijl Tom daar op dat bankje zit, sluipt zijn mogelijkheid tot `illustration' het plaatsje binnen: de mooie Grace, op de vlucht voor gangsters en de geweerschoten die Tom heeft gehoord. De hond begint te blaffen en te grommen. Alsof, zo zegt de verrukkelijk negentiende-eeuwse vertelstem van de alwetende verteller, hij zich bedreigd zag door een werkelijk groot gevaar. De hond heeft het door. Als enige.

De film Dogville, Hondenstad, is opgezet als een boek, compleet met verteller en hoofdstukindeling, met personages die ons netjes voorgesteld worden, met een gesprek over de betekenis van alles wat we gezien hebben aan het eind. Het is een ouderwets boek, helemaal volgens al die regels die we zo goed kennen, de regel van het geweer dat aan het begin getoond wordt en aan het eind afgaat, de regel van de mussen die niet zomaar van het dak vallen en `showing, not telling'. Aangezien er zoiets als een boodschap is – er wordt ons immers beloofd dat de menselijke ziel blootgelegd zal worden – staan alle personages ook in dienst van die boodschap en zijn ze dus eerder typen dan karakters. `Flat characters', om met nog weer een term uit de literatuurwetenschap aan te komen.

Alles dus keurig en bekend. Toch blijft er iets wringen. Er wordt iets gedemonstreerd, dat is zeker. Maar wat?

Tom wil de menselijke ziel blootleggen. De film kunnen we opvatten als de illustratie van de dingen die Tom als schrijver wil. De film legt dus ook de menselijke ziel bloot, hij legt eigenlijk alles bloot, door om te beginnen maar eens alle decors en dergelijke weg te laten. Daarmee verandert dit plaatsje van een bepaald plaatsje vol persoonlijke geschiedenissen in `Het arme Amerikaanse plaatsje'. Alles is er open en bloot te zien voor ons, lezers, kijkers. De film doet daarmee ook een bewering. Hij beweert, of laat ons denken dat hij beweert: specifieke omstandigheden doen er niet toe. Zoals het hier is, in Dogville, is het, los van toevallige verschillen, overal. Het is een mededeling die een paar keer in de film herhaald wordt. Wat niet betekent dat ze waar is.

Geniepigheden

Het `verhaal' van de film lijkt eenvoudig. Vluchtelinge komt naar dorp. Dorp geeft haar een kans om zich schuil te houden, zij op haar beurt doet kleine werkjes voor de bewoners. Alles prima. Als Grace na haar eerste veertien dagen, de dagen dat zij op proef in Dogville is, was weggegaan, als er na die veertien dagen iemand geweest zou zijn die dat had gewild, zouden we een alleraardigste indruk hebben overgehouden van dit vriendelijke maar schamele dorp tussen de imposante bergen. Maar Grace blijft. Van buitenaf wordt de druk opgevoerd, Grace wordt steeds heviger en voor steeds ergere dingen gezocht, en al weet iedereen dat het flauwekul is, toch verandert er daardoor iets. Op den duur beginnen sommige bewoners keihard van Grace' bedreigde positie te profiteren. Zij is de zwakkere, ze wordt gezocht, ze kan geen kant op. Iemand in zo'n situatie brengt niet het beste in de mensen boven, zoals we uitvoerig te zien krijgen. Van geniepigheden tot geestelijke en lichamelijke wreedheid krijgt Grace te verduren. Ze draagt het als een heilige.

Hoewel de verteller betrouwbaar klinkt, is hij dat toch niet. Zo beweert hij keer op keer dat Grace zichzelf met open vizier aan het stadje heeft laten zien, dat ze heeft laten zien wie ze is, dat ze zich `kwetsbaar heeft opgesteld'. Maar we weten eigenlijk niets van Grace. Niet hoe ze is, niet wie ze is, niet wat ze wil – alleen maar dat ze een vluchteling is die er veel voor overheeft om niet via de politie weer aan de machtige gangsters, wie zij ook zijn, overgeleverd te worden. Ze doet allerliefst, tegen iedereen. Eén keer maar wordt ze boos: als een jongetje haar probeert te dwingen om hem een pak slaag te geven. Ze wil niet straffen. Wat zij wil is vergeven. Begrijpen. Verdragen. Schone handen houden.

Uiteindelijk wordt Grace door iedereen in het stadje vernederd, mishandeld of verraden.

En dan komen de gangsters terug. En dan volgt het grote gesprek tussen hun machtige leider, die bereid is zijn macht met Grace te delen, en Grace. Een gesprek over wraak en vergeving.

Grace betekent gratie. Gratie is zowel schoonheid als genade. Genade voor recht – dat lijkt wat Grace belichaamt. Maar uiteindelijk blijkt deze engel toch meer uit de Openbaring van Johannes afkomstig dan uit een kinderbijbel en vindt het Laatste Oordeel gewoon plaats. Zoals het hoort: de zondaars worden verdoemd, de onschuldigen gespaard.

Er is precies één onschuldige in Dogville. De hond.

Grace neemt hier Christusachtige proporties aan, die van de Christus die gezeten aan de rechterhand van zijn vader zal oordelen over de mensen. Ze oordeelt hard, maar pas in tweede instantie. In eerste instantie weet ze wel hoe het hier zit: deze mensen kunnen het niet helpen, ze hebben hun best gedaan, ze hebben het moeilijk genoeg, dit is een lieflijk maar arm plaatsje. Maar plotseling schijnt de maan wat helderder, en in dat helderder licht ziet Grace het ook duidelijker: de werkelijkheid is dat deze mensen niet hun best gedaan hebben, de omstandigheden zijn maar schijn. Voor ons kijkers maar al te begrijpelijk, want wij hebben helemaal geen omstandigheden gezien en kunnen die dus ook moeilijk de schuld geven. Die heeft de listige god achter dit alles, Lars von Trier, nu juist weggelaten. Wil hij daarmee zeggen dat omstandigheden er uiteindelijk, als het gaat om mensen te beoordelen, niet toe doen? Dat iedereen alleen maar op zijn gedrag beoordeeld moet worden? Of wil hij zeggen dat je niet kan oordelen zonder de omstandigheden in aanmerking te nemen?

Als de film is afgelopen krijg je tijdens de aftiteling een heleboel foto's te zien van arme Amerikanen uit de jaren dertig. De mensen van Dogville, maar dan in hun volle ellendige armoede, niet op een lege speelvloer. Wat je ziet, kijkend naar die foto's, is meteen weer hun lot, wat je voelt is medelijden. Je ziet geen mensen, je ziet slachtoffers van de omstandigheden. Een morele vraag zou je aan die mensen niet meer weten te stellen. Toch hebben we daarnet nog geloofd dat zo'n vraag altijd gesteld kan worden.

We hebben ook iemand die lijdzaam en bang verdroeg wat haar te dragen werd gegeven, horen denken dat ze erg zou opknappen van een beetje wraak.

Nu ja, een beetje. Veel wraak.

En we hebben gehoord dat Tom, die getuige is geweest van deze wraak, in haar zijn meerdere als blootlegster van de menselijke ziel heeft erkend: ,,Jouw voorbeeld overtrof het mijne.''

Onvruchtbare denkbeelden

Hoewel Dogville een arm plaatsje is, zijn er toch alle soorten mensen te vinden. Van ongeschoolde arbeiders, een oliekoekendomme organiste en een kribbige taartenbakster tot een vrouw die zweert bij de klassieken en verlichte opvoedingsidealen. Een arts. De goedhartige dikke cliché-negerin. Een esthetisch begeesterde blinde. En de zelfbenoemde intellectuele leider van het stel, Tom. Niemand van hen, ontwikkeld of niet, is een haar beter dan de anderen. Geen enkele vorm van cultuur of esthetiek maakt deze mensen moreel hoogstaander, zo min als eenvoud en simpelheid vanzelf goed gedrag voortbrengen. Ook Tom, die denkt het menselijk schouwtoneel op afstand aan te kunnen zien en het zelfs te kunnen regisseren, schiet moreel totaal te kort. Hij is een intellectueel die geen oog heeft voor mensen, maar slechts voor onvruchtbare denkbeelden – en voor zijn eigen toekomstig succes. En aan ieder van hen laat Grace, die zelf haar ware gezicht verborgen houdt, zijn ware gezicht zien.

De mensen knappen er niet van op. Integendeel. Van zijn ware gezicht wordt niemand beter.

Deze film doet net alsof hij een lange boodschap is, over hoe de mensen zijn. Aan het eind denk je inderdaad iets te weten over hoe de mensen zijn. Slecht. En je wordt uitgenodigd te geloven dat er maar één ding is dat de mensen helpt om beter te worden: straf. Maar als de straf de dood is, wie wordt er dan beter? De wrekende gerechtigheid zelf? De wereld?

Mijn God, wat een film. De menselijke aard, de zonde, de straf, de gerechtigheid. De grootste begrippen, in een idioot kaal gefilmd toneelstuk met negentiende-eeuwse saus opgediend en de uitkomst is verwarrend. Toch lijkt er dit gezegd te worden: