Muziek van modder, honger en angst

Componist Beppe Costa maakt voor de voorstelling `De hongerende weg' live een soundtrack die niet naar Afrika klinkt, maar wel naar regen en geesten.

Met een vijl bespeelt hij een fles en waarachtig, er komt muziek uit. Beppe Costa repeteert een scène uit De hongerende weg naar de roman van Ben Okri. Dronkemannen in de bar van Okri's illustere personage Madame Koto staan op het punt om elkaar te lijf te gaan en Costa roept precies de juiste sfeer op: dreigend en grotesk, grappig en gevaarlijk.

Samen met Hans Thissen zorgt hij voor alle muziek in wat een grootse familievoorstelling moet worden, met zang, dans, poppenspel en toneel. Twee regisseurs, Liesbeth Coltof van het jeugdtheatergezelschap Huis aan de Amstel en Rieks Swarte van Firma Rieks Swarte, letten in de Haarlemse Toneelschuur op de gang van zaken. Ze zitten aan weerszijden van een catwalk die de weg voorstelt, de vaak haast onbegaanbare levensweg van Okri's Afrikaanse figuren. Ook het publiek zal straks langs die weg zitten, en het zal Beppe Costa zien spelen op mandolines, harpen, wijnglazen, aarden kruiken, olievaten en apparaten waar nog geen naam voor is.

Costa is componist, komiek en onconventioneel theaterman. Met zijn kleine gestalte en curieuze muziekinstrumenten viel hij vooral op in producties van het gezelschap Orkater. Voor Collodi's waanzin bedacht hij een machine vol ritsel-, ratel- en fluitgeluiden; in Der Geräuschmacher jongleerde hij op een notenbalk en in Conijn van Olland verbeeldde hij het Hollandse landschap met behulp van waterdruppels die in pannen vielen. De uit Italië afkomstige muzikant moest voor De hongerende weg helemaal naar Afrika reizen, in gedachten tenminste. Maar imitatie-Afrikaans wilde hij niet laten horen.

,,Europeanen die op Afrikaanse drums rammen,'' zegt hij na de repetitie, ,,dat is zo nepperig. Dus heb ik iets anders bedacht. Afrikanen zijn goed in recyclingkunst. Van lege blikjes maken zij niet alleen speelgoed, maar ook prachtige muziekinstrumenten. Een mandoline en een gitaar heb ik zo verbouwd dat ze op die blikjesinstrumenten zijn gaan lijken. Vervolgens ben ik op zoek gegaan naar een instrument dat bij de verteller paste. De `griots' in Mali begeleiden hun verhalen met de kora, een harp die je tijdens het spelen op je buik houdt. Ik heb er een persoonlijke variant van laten maken, door een jongen van Orkater met wie ik al langer rare instrumenten ontwerp.''

Zoals altijd ging Costa uit van de elementen. ,,Die bestaan in dit geval uit meer dan water alleen. Alle basale dingen uit het boek komen in de muziek terug: de regen, de modder, de honger, de angst. En, heel belangrijk, de geesten. De hoofdpersoon, het jongetje Azaro, is een Abiku, een kind dat half in de wereld van de mensen en half in die van de geesten leeft. Dus hebben we geluiden voor de geesten en voor de mensen. Gewone mensen zijn dat, mensen die ruziemaken en corrupt zijn en politiek bedrijven, mensen met grootheidswaanzin en geweldspraktijken, maar ook met vrolijkheid en feesten.''

Op een van die feesten speelt Costa een drummer. ,,In een schattig en tegelijk bloedlink bandje. Het kondigt de nietsontziende vooruitgang in dat Afrikaanse dorpje aan. De vooruitgang begint met de komst van elektriciteit. In de bar van Madame Koto gaat ineens een lampje aan, een peertje, en dan ineens hoor je elektrisch versterkte muziek. Je hebt in Afrika een moderne tijd, met politiek, commercie en vooruitgang, en een heel oude tijd, van de voorouders, de geesten, de natuur. Die spanning zorgt voor opbouw en voor vernietiging. De weg die de figuren op onze catwalk moeten gaan is er een met veel vernietiging en honger naar een beter leven.''

In het door repressie en Rode Brigades geteisterde Italië van de jaren zeventig zat Beppe Costa in een geëngageerde theatergroep die in fabrieken speelde. ,,Het was instanttheater en door en door ideologisch. Zo zou ik het nu niet meer willen. Maar ik ben wel blij dat het woord geëngageerd in het theater niet langer een vloek is. Dat sommigen weer, tussen aanhalingstekens, een boodschap durven te hebben.'' Nee, Costa komt niet uit een dominees- en ook niet uit een theaterfamilie. ,,Mijn vader was `carabiniere a cavallo', politieman te paard. Dat zag er heel mooi uit en mijn moeder ontmoette hem toen hij op een wit paard naar haar toe reed. Als dàt geen romantiek is.'' Muziek zat er in zijn familie wèl. Veel ooms, seizoensarbeiders uit Piemonte, speelden accordeon in Frankrijk. Maar nazaat Beppe, theaternomade uit Turijn en nu al twintig jaar in Nederland, heeft eigenlijk nooit echt een instrument leren bespelen. Zoals hij, zegt hij grijnzend, nog steeds geen echt vak heeft geleerd. Dat verplicht hem, weer een knipoog, om aan het theater te blijven. ,,Drift moet je ervoor hebben, en discipline. En je moet kunnen dromen. Waarvan? Van muziek natuurlijk. Van klanken die misschien alleen de geesten ooit eerder hebben gehoord.''

De hongerende weg t/m 16 nov. in o.a. Haarlem, Rotterdam, Groningen en Amsterdam; inl (023) 517 3910 of www.huisaandeamstel.nl