Moorden en verkrachten in Bunia gaan gewoon door

Een vredesmacht van de EU maakte een einde aan de strijd in de Congolese stad Bunia. Maar daarbuiten bestaat de hel gewoon voort.

Pétronille Vaweka bivakkeert niet meer onder de tafel in het VN-gebouw van de Congolese stad Bunia zoals ze in juli nog deed. Maar een vaste verblijfplaats heeft ze nog steeds niet. Haar huis is in mei tijdens de gevechten om Bunia geplunderd en verwoest. Wonen in haar oude wijk zou ook te gevaarlijk zijn. Ze is te vaak al bedreigd. Dus slaapt ze de ene nacht hier en de andere daar. ,,Als een trekvogel'', zegt ze. Haar zes kinderen en twaalf adoptiekinderen heeft ze bij familie in de hoofdstad Kinshasa in veiligheid gebracht.

Pétronille Vaweka is voorzitter van het interim-parlement voor de regio Ituri in het noordoosten van Congo. In die functie maakt ze dezer dagen een rondtocht langs parlementariërs en ministeries van Buitenlandse Zaken in Nederland, België en Frankrijk. Ze vindt dat Europese landen niet kunnen volstaan met een militair bliksem-optreden in Ituri om zich vervolgens af te keren van het vredesproces in Congo. Sinds de Tweede Wereldoorlog heeft geen conflict zoveel doden gevergd als de burgeroorlog in Congo: tussen de 2,5 en 3,8 miljoen.

De laatste militairen van een Europese vredesmacht staan op het punt om Bunia te verlaten. Hun missie is volbracht. De Europese Unie had hen begin juni voor drie maanden naar Bunia gestuurd om een eind te maken aan slachtpartijen van elkaar beconcurrerende milities. Dat gebeurde op initiatief van Frankrijk, met goedkeuring van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties. Ze moesten de VN-troepen in Bunia bijstaan die begin mei machteloos hadden staan kijken hoe zeker 500 burgers onder hun ogen werden vermoord. Enkele dagen geleden hebben ze het bevel weer overdragen aan de VN-missie die qua mankracht, materieel en bevoegdheden aanzienlijk is versterkt.

EU-vertegenwoordigers en VN-diplomaten hebben Operatie Artemis van de Europese vredesmacht bejubeld als succes. Mevrouw Vaweka reageert gereserveerder. Ze erkent: voordat de Europese militairen arriveerden was Bunia een hel. Bewoners vluchtten naar Oeganda of Rwanda of ze zochten hun toevlucht in twee kampen bij het vliegveld en op het VN-terrein. De EU-militairen maakten een eind aan de strijd in Bunia. Een deel van de vluchtelingen keerde terug naar huis.

Maar de vredesmacht maakte geen einde aan het moorden, ontvoeren en verkrachten in Bunia. 's Nachts sloegen de milities nog altijd toe. Overal in de stad lagen nog wapens verborgen. En buiten Bunia, in de rest van Ituri, een gebied dat half zo groot is als Nederland, heersten nog steeds de milities. Zij zorgden voor bloedbaden in Tchomya, Nyoka en Kasanyi. Zij richtten slachtingen aan in Ambe, Nizi, Drordo, Largu en Fataki. Buiten Bunia ging de oorlog onverminderd door.

EU-vertegenwoordigers overstelpten mevrouw Vaweka de afgelopen maanden met beloften. Zij was tenslotte de vertegenwoordigster van de Ituri Pacificatie Commissie, een lokaal interim-bestuur waarover een jaar geleden in een vredesakkoord tussen Congo en Oeganda duidelijke afspraken waren gemaakt. Het enige democratisch gekozen bestuur in Congo, dat in april door afgevaardigden van een groot aantal groeperingen was samengesteld. Het bestuur dat de weg naar vrede en verzoening moest plaveien. Een breed gedragen baken van hoop.

Tegelijkertijd een tandeloos orgaan. Want buiten Bunia heeft het bestuur niks te zeggen. En binnen Bunia mist het bestuur een apparaat. Geen rechtbank. Nauwelijks politie. Weinig geld. Vertegenwoordigers als mevrouw Vaweka krijgen geen salaris, alleen een onkostenvergoeding. Ze doet het ,,voor de vrede'', zegt ze. ,,Iemand moet het doen.''

Beloofde Europese steun voor de Ituri Pacificatie Commissie is tot nu achterwege gebleven, zegt mevrouw Vaweka. Europese landen dragen ook geen militairen bij aan de VN-troepen die de Europese vredesmacht hebben opgevolgd. ,,Ze laten Congo en Ituri in de steek.''

Ituri is een van de laatste grote brandhaarden van Congo. Na vijf jaar oorlog hebben alle buitenlandse legers (Rwanda, Oeganda, Zimbabwe, Angola en Namibië) zich teruggetrokken uit Congo. Alle rebellengroepen hebben het op een akkoordje gegooid met de regering. Ze zijn onlangs opgegaan in een regering van nationale eenheid. Alleen in het oosten vechten nog ten minste tien milities. Gesteund en bewapend door de regeringen van Oeganda, Rwanda en Congo. Die overheden maken in Ituri handig gebruik van een oude rivaliteit tussen de Hema-veehou

ders en de Lendu-boeren.

Die twee groepen vormen samen maar een kwart van de bevolking, maar hun strijd heeft de hele samenleving in Ituri de laatste jaren tot op het bot verdeeld. Gruweldaden die in Ituri zijn gepleegd, variërend van etnische schoonmaak tot kanibalisme, staan bovenaan het lijstje van het nieuwe Internationale Strafhof in Den Haag om te worden aangepakt.

Mevrouw Vaweka was er enkele weken geleden bij toen de leiders van vijf milities uit Ituri in Kinshasa met president Joseph Kabila spraken over beëindiging van de oorlog. Ze beloofden met plannen te komen voor inkwartiering en demobilisatie. Vaweka verwacht dat daar niks van terecht komt. ,,Hun belangen om door te gaan met vechten, zijn nog veel te groot.''

Ze vindt dat de Congolese regering en de Verenigde Naties ,,hun verantwoordelijkheid moeten nemen''. De regering moet onmiddellijk de steun aan twee milities staken: de FNI en FRPI.

De VN-vredesmacht moet de ontwapening afdwingen in heel Ituri. Desnoods met geweld. Pas dan zullen de vluchtelingen weer terugkeren uit Rwanda, Oeganda en Beni. Pas dan kunnen de vluchtelingen in Bunia naar hun dorpen in het binnenland terug. Pas dan kan de bevolking van Ituri zich weer vrij bewegen en een verzoeningsproces beginnen. Pas dan daagt het eind aan wat de VN ,,de grootste humanitaire crisis van de planeet'' heeft genoemd.